Operation Manual
stuurelement-schakelaars
toewijzing van de stuurelement-schakelaars
Voor een groot aantal speciale functies kan het wenselijk zijn, om de omschakeling daarvan niet via een gewone schakelaar,
maar automatisch bij een bepaalde, maar vrij programmeerbare positie van de stuurknuppel resp. het stuurelement te laten
plaatsvinden.
Voorbeelden van deze toepassing:
• Aan- of uitschakelen van een in het model ingebouwde accu voor de gloeiplug, afhankelijk van de positie van de
carburateur resp. het toerental van de motor. (De schakelaar voor de gloeiplug wordt daarbij vanuit de zender via een
mixer aangestuurd.)
• Aan- of uitzetten van een stopwatch voor het meten van de looptijd bij elektromotoren.
• Automatisch afschakelen van een mixer “rol→richting” bij het uitdraaien van de landingskleppen, om b.v. bij
landingen op een helling de dwarsligging van het model aan te passen aan het contour van het landingsterrein, zonder
dat door het anders meegenomen richtingsroer de vliegrichting nog verder beïnvloed wordt.
• Uitdraaien van de landingskleppen, natrimmen van het hoogteroer en/of bepaalde Dual-Rate-, Exponential- en
differentiële omschakelingen bij de landing uitvoeren, zodra de gasstuurknuppel over het schakelpunt bewogen wordt.
Via een apart toegewezen externe schakelaar in de 5
e
kolom kan ook het effect van de stuurelement-schakelaar
eventueel overstuurd worden.
Het MX-24s programma is voorzien van in totaal 8 van deze zogenaamde stuurelement-schakelaars (G1 tot G8), waarvan de
beide eerste al standaard bezet zijn: G1 schakelt standaard bij –75% en G2 bij +75% van de uitslag van de K1-stuurknuppel
(gas/rem resp. gas/pitch). G1 en G2 kunnen daarom direct in de vrije programmeerbaarheid van de schakelaars betrokken
kunnen worden, d.w.z. aan een functie worden toegewezen.
Bij de gedeelten van de programmering, waar u schakelaars kunt toewijzen, heeft u dus de mogelijkheid, naast één van de
maximaal 10 schakelaars van de zender ook één van de stuurelement-schakelaars G1 … G8 door eenvoudig omzetten van
een schakelaar resp. bewegen van het van een stuurelement-schakelaar voorziene besturingselement uit te kiezen en zo toe te
wijzen. De schakelrichting wordt daarbij altijd door de bewegingsrichting bepaald, d.w.z. dat de zender altijd die positie als
AAN-positie interpreteert, waarheen de desbetreffende schakelaar of het stuurelement bij het toewijzen wordt bewogen.
Verder maakt de combinatie van een stuurelement-schakelaar met een extra schakelaar het mogelijk, om complexere
schakelcombinaties uit te voeren, zie verder hieronder.
principes van de bediening:
1. Is er geen stuurelement toegewezen, dan is in de onderste regel allereerst alleen een SEL-veld zichtbaar.
2. Met ingedrukt draaielement de regel van de desbetreffende stuurelement-schakelaar 1 tot 8 selecteren.
3. Draaielement kort indrukken.
4. Gewenst stuurelement bewegen. De selectie wordt beëindigd.
5. Wissel naar de nieuw toegevoegde velden (STO, SEL, schakelaarsymbool) door draaien van het draaielement.
6. Draaielement indrukken.
7. Met draaielement instelling invoeren.
8. Draaielement indrukken, om de invoer te beëindigen.
9. Verlaten van het menu met de ESC-toets.
Een stuurelement toewijzen aan een stuurelement-schakelaar
Kies de gewenste regel 1 tot 8 met ingedrukt draaielement uit. Na een aansluitend kort indrukken van het draaielement, om
de toewijzing van het stuurelement te activeren, verschijnt op het display de volgende aanwijzing:
Bijvoorbeeld moet nu het rechtse zijdelingse proportionele stuurelement (stuurelement 9) aan de stuurelement-schakelaar
“G3” worden toegewezen. Beweeg dus dit stuurelement van achteren naar voren (G3 moet gesloten zijn, wanneer de
gaslimiter het gas vrij geeft). Zodra deze werd herkend, verschijnen aan de onderste rand van het display verdere velden:
Belangrijke aanwijzing:
De beide INC-/DEC-toetsen Control 5 en 6 kunnen alleen dan aan een stuurelement-schakelaar worden toegewezen,
wanneer ze VAN TEVOREN in het menu “instelling stuurelement” aan een ingang zijn toegewezen.










