Operation Manual

kanaal 1 curve
stuurkarakteristiek gas/stoorkleppen
Omdat vaak de curve van de carburateur of het effect van de rem- resp. stoorkleppen niet-lineair verloopt, kan deze in dit
menu dienovereenkomstig worden aangepast. Het menu maakt dus een verandering van de stuurkarakteristiek van de gas-
resp. remkleppenstuurknuppel mogelijk, onafhankelijk van het feit, of deze stuurfunctie op een enkele servo of via
willekeurige mixers op meerdere servo’s effect heeft.
In zoverre in de menu’s “fasen-instelling” en “fasentoewijzing” (bladzijde 100, 104) vliegfasen werden gedefinieerd, kan
deze optie vliegfasen-afhankelijk worden aangepast. De bijbehorende naam van de vliegfase wordt linksonder op het display
zichtbaar gemaakt, b.v.”normaal”.
De stuurcurve kan tot max. 8 punten, vanaf nu “steunpunten”genaamd, langs de hele stuurknuppeluitslag worden vastgelegd.
De grafische weergave maakt het vastleggen van de steunpunten en de instelling daarvan veel makkelijker. Het is echter
raadzaam om eerst met zo weinig mogelijk steunpunten te beginnen.
In de softwarematige basis-instelling bepalen 3 steunpunten, en wel de beide eindpunten aan de onderste stuurknuppeluitslag
“L”(low = -100% stuuruitslag) en aan de bovenste stuurknuppeluitslag “H” (high = +100% stuuruitslag) en het punt “1”,
precies in het midden, een lineaire stuurcurve. Schakel eventueel eerst om naar de gewenste vliegfase.
Maken en wissen van steunpunten
Met het bedieningselement (gas-/remkleppenstuurknuppel) wordt in de grafiek een verticale lijn synchroon tussen de beide
eindpunten “L” en “H” verschoven. De huidige stuurknuppelpositie wordt ook numeriek in de regel “ingang” aangeduid (-
100% tot +100%). Het snijpunt van deze lijn met de desbetreffende curve is als “uitgang”aangeduid en kan aan de
steunpunten tussen –125% en +125% gevarieerd worden. Dit aldus veranderde stuursignaal heeft effect op alle navolgende
mix- en koppelfuncties. In het bovengenoemde voorbeeld bevindt de stuurknuppel zich bij –60% stuuruitslag en maakt
vanwege de lineaire karakteristiek een uitgangssignaal van –60%.
Tussen de beide eindpunten “L”en “H” en het standaard geplaatste punt 1 in het midden kunnen tot max. 4 extra steunpunten
worden gezet. Wanneer u echter eerst steunpunt “1” in het midden wist, kunt u zelfs 6 steunpunten maken, waarbij de
minimale afstand tot het volgende steunpunt niet kleiner dan ca. 25% mag zijn.
Verschuift u de stuurknuppel, en zodra het inverse vraagteken ? verschijnt, kunt u door een druk op het draaielement aan de
desbetreffende stuurknuppelpositie een steunpunt maken.
De volgorde, waarin de maximaal 6 verdere steunpunten tussen de randpunten “L”en “H” worden gevormd, is onbelangrijk,
omdat de steunpunten automatisch altijd van links naar rechts voortdurend opnieuw worden doorgenummerd.
voorbeeld:
opmerking:
De stuurknuppel staat in dit voorbeeld al direct in de buurt van het rechter steunpunt “H”. Daarom verschijnt de “punt”-
waarde “+100%” invers.
Om één van de gemaakte steunpunten 1 tot max. 6 weer te kunnen wissen, moet de stuurknuppel in de buurt van het
desbetreffende steunpunt worden gebracht. Zodra het nummer van dit steunpunt en de bijbehorende waarde in de regel
“punt” wordt getoond, kunt u deze door het indrukken van de CLEAR-toets wissen.
voorbeeld steunpunt 3 wissen:
Achter “punt” verschijnt na het wissen weer het invers afgebeelde vraagteken ?:
Veranderen van de steunpunt-waarden
Beweegt u de stuurknuppel op het te veranderen steunpunt “L (low), 1 … 6 of H (high)”. Nummer en actuele curvenwaarde
van dit punt worden getoond. Met het draaielement of een “vrij” INC/DEC-stuurelement kan in het inverse veld de huidige
curvenwaarde tussen –125% en +125% veranderd worden, en wel zonder de steunpunten ernaast te beïnvloeden.