Operation Manual

kolom 3 “Offset”
Het stuurmidden van het betreffende stuurelement, d.w.z. zijn nulpunt, kunt u in deze kolom wijzigen. Het verstelbereik ligt
tussen – 125% en + 125%. CLEAR zet de Offset-waarde terug naar 0%.
kolom 4 “-uitslag+”
Hier stelt u de stuuruitslag tussen – 125% en + 125% in. Daarmee kan de richting van het stuurelement ook softwarematig
worden omgepoold. In tegenstelling tot de instelling van de servo-uitslag heeft de stuuruitslag-instelling echter ook effect op
alle mix- en koppelingangen, d.w.z. uiteindelijk op alle servo’s, die via het bijbehorende stuurelement kunnen worden
bediend.
De stuuruitslag kan symmetrisch (SYM) naar beide kanten van het bedieningselement of asymmetrisch (ASY) worden
ingesteld. In het laatste geval moet u het bijbehorende stuurelement in de desbetreffende richting bewegen. Het invers
aangeduide veld kan dan via het draaielement gewijzigd worden. CLEAR zet de stuuruitslag terug naar 100%.
Tip:
Wanneer u bij een ingedrukt gehouden draaielement de toets HELP indrukt, wisselt de aanduiding op het display naar het
menu “servo-aanduiding”. Hier kunt u de instellingen direct controleren. Door nog eens het draaielement in te drukken of de
ESC-toets te bedienen komt u terug bij uw uitgangspositie.
kolom 5 “tijd”
Op dezelfde manier als in het menu “knuppel-instelling” kan voor alle functie-ingangen 5 … 12 een symmetrische of
asymmetrische tijdsvertraging tussen 0 en 9,9 s ingeprogrammeerd worden. Kies via het draaielement in de rechter kolom
SYM of ASY en druk daarna het draaielement in.
Bij een asymmetrische instelling van de tijdvertraging moet het bijbehorende bedieningselement in de desbetreffende richting
worden bewogen (resp. de bijbehorende schakelaar in de juiste richting drukken), om via het draaielement de tijdsvertraging
per kant te kunnen instellen.
Aanwijzing:
Meer tips voor het vormgeven van tijdsgestuurde bewegingen vindt u onder het opschrift “sturen van tijdsgestuurde
bewegingen” op bladzijde 182.
Voorbeelden
1. intrekbaar landinggestel met afdekkleppen (aangestuurd met 2 servo’s):
uitdraaien: kleppen snel, wiel langzaam
intrekken: wiel snel, kleppen langzaam
Voorbeeld
kleppen: servo 11
wiel: servo 12
Via stuurelement-“Offset” en –“uitslag” kunt u de uitslag van de bijbehorende servo’s beïnvloeden.
2. De K1-knuppel moet afwisselend voor het sturen van een E-motor en van de stoorkleppen van een zweefmodel gebruikt
worden.
De (minimale) setup is de volgende:
motorregelaar: ontvangeruitgang 1
rolroer: ontvangeruitgangen 2 + 5
hoogteroer: ontvangeruitgang 3
stoorklep: ontvangeruitgang 6
(Indien de uitgang 6 voor een andere functie is gebruikt, moet voor de stoorklep de volgende vrije plaats worden gebruikt.)
In het menu “modeltype” kiest u volgens uw gewoonte “motor aan K1 naar voren/achteren” en “2 RR” en laat resp. legt u
de remstuurknuppel op “ingang 1”. De bijbehorende Offset-waarde stelt u weer in volgens uw gewoonte (naar
voren/achteren).
Nu programmeert u eerst twee vliegfasen met bijvoorbeeld de namen “normaal” en “landing”. In het menu “fasen-
instelling” zet u daarbij in de regel van de vliegfase “landing” de motor op “nee”.
In het menu “instelling stuurelement” laat u de vliegfasen-afhankelijke ingang 6 in de vliegfase “normaal” op “vrij”, maar
u verandert echter met het draaielement de Offset-waarde van ingang 6 zo lang in de richting + of -, tot de stoorkleppen
weer “ingedraaid” zijn.
Nu wisselt u naar de vliegfase “landing” en wijst aan de ingang 6 het “stuurelement 1” toe. De Offset laat u echter op 0%.
Eventueel moet voor het omkeren van het stuurelement in de kolom “uitslag” het teken op “-“worden gezet.
Op dezelfde manier stelt u eventueel in het vliegfasen-afhankelijke menu “vleugelmixers” de instellingen voor de beide
mixers “rem5 rolroer” en “rem3 hoogteroer” in en controleert u de rem-Offset-instelling voor deze mixers in het menu
“modeltype”.