Operation Manual

kolom 4 “servo-uitslag”
In deze kolom wordt de uitslag van de servo symmetrisch of asymmetrisch voor iedere kant ingesteld. Het bereik bedraagt
0…150% van de normale servo-uitslag. De ingestelde waarden hebben betrekking op de instellingen in de kolom “midden”.
Voor het instellen van een “symmetrische”uitslag, d.w.z. een uitslag onafhankelijk van de stuurrichting, moet SYM en voor
een asymmetrische uitslag ASY worden geselecteerd. Beweegt u in het laatstgenoemde geval het bijbehorende stuurelement
(stuurknuppel, INC/DEC-stuurelement, proportioneel stuurelement of schakelaar) in de desbetreffende eindpositie, zodat na
het indrukken van het draaielement het inverse servouitslag-veld tussen het linker (negatieve richting) en rechter veld
(positieve richting) omspringt.
CLEAR zet de veranderde parameters terug naar 100%.
Belangrijk:
In tegenstelling tot het menu “instelling stuurelement” heeft deze instelling direct betrekking op de bijbehorende servo,
onafhankelijk daarvan, hoe het stuursignaal voor deze servo tot stand is gekomen, dus óf direct van een stuurknuppel óf via
willekeurige mixerfuncties.
De afb. hiernaast toont een voorbeeld van een servo-uitslag-instelling, die per kant verschillend is: - 50% en + 150%.
kolom 5 “uitslagbegrenzing”
Het samenwerken van mixers, maar ook van andere parameters zoals b.v. duidelijke verstellingen van de middenpositie kan
er toe leiden dat de daaruit resulterende servo-uitslagen de normale uitslagen overschrijden. Omdat alle GRAUPNER/JR-
servo’s een extra reserve van 50% van de normale uitslag bezitten, wordt de uitslag normaal gesproken bij 150% door de
zender begrensd, om een mechanisch vastlopen van de servo’s te voorkomen.
In een aantal gevallen kan het toch zinvol zijn, om deze begrenzing al bij kleinere servouitslagen toe te passen, wanneer b.v.
de uitslagen mechanisch begrensd zijn en de tijdens het vliegen normale stuuruitslagen niet onnodig door uitslagreductie via
de hierboven beschreven instelling van de servo-uitslag verkleind moeten worden.
Voorbeeld:
Een servo wordt apart door twee stuurelementen via een mixer aangestuurd en kan door modelspecifieke oorzaken slechts
een maximale servo-uitslag van 100% hebben, omdat bijvoorbeeld het richtingsroer bij meer dan 100% aan het hoogteroer
mechanisch zou aanlopen. Zolang er maar telkens één stuurelement wordt gebruikt, is dat ook verder geen probleem. Het
wordt echter een probleem, wanneer de signalen bij een gelijktijdig gebruik van de beide stuurelementen (b.v. rol- en
richting) samengeteld meer dan 100% stuuruitslag willen teweegbrengen. De aansturingen en de servo’s zouden dan (te)
extreem belast kunnen worden.
Om dit te voorkomen, moet in ieder geval de uitslag per individuele uitslagbegrenzing aangepast worden. In het geval van
het richtingsroer uit het voorbeeld zou dit – omdat zoals aangenomen het roer bij 100% al aanloopt – een iets onder 100%
liggende waarde zijn.
Kiest u het SYM-veld, om de uitslagbegrenzing symmetrisch naar beide kanten tussen 0 en 150% van de normale uitslag vast
te leggen en het ASY-veld voor een begrenzing, die per kant verschillend is. Druk nu het draaielement in en stel weer via het
draaielement de waarden van de uitslagbegrenzing in. In het geval van een asymmetrische begrenzing beweegt u daarbij het
bijbehorende stuurelement in de desbetreffende eindpositie. Het inverse veld wisselt tussen de negatieve en positieve
richting. (CLEAR = 150%.)
De afb. laat bij een uitslag-instelling van 150% de uitslagbegrenzing van de servo bij 90% zien.