Operation Manual

Voorbeeld:
U wilt het hoverpunt in de vliegfase “hover” bij de middenpositie van de gas-/pitchstuurknuppel leggen, maar vindt tijdens
het vliegen het hoverpunt nog boven deze middenpositie. U drukt in deze positie de schakelaar in en kijkt na de landing in het
menu “helimixers” (bladzijde 122), b.v. in de pitchcurve na:
De doorgetrokken verticale lijn geeft de momentele positie van de stuurknuppel weer. Diens positie bevindt zich in dit
voorbeeld bij een stuuruitslag van –30% (= ingang) en levert vanwege de (nog) lineaire stuurcurve een uitgangssignaal van
eveneens –30% (= uitgang).
De gestippelde verticale lijn daarentegen geeft de positie van de stuurknuppel weer, waarbij u de markeringstoets heeft
ingedrukt.
Beweeg de stuurknuppel naar deze markeringslijn, om ingangs- en uitgangswaarde voor het gevonden hoverpunt af te lezen.
Op dezelfde manier worden de markeringspunten in de beide andere mixercurven afgelezen. U kunt nu deze drie curven
eventueel één voor één aanpassen, om het hoverpunt te corrigeren. In dit eenvoudige voorbeeld kan het curvenpunt “1” in het
midden van de curve worden verhoogd naar de uitgangswaarde, die u voor het hoverpunt uit de grafiek voor pitch heeft
vastgesteld.
geluidssterkte
na keuze van deze regel en een daarop volgend kort indrukken van het draaielement kunt u de geluidssterkte van het
akoestische signaal van de ALARM-TIMER(s) (menu “klokken (algem.)” en “vliegfasen-klokken”) tussen 1 (heel zacht)
en 16 (heel hard) modelspecifiek instellen.
CLEAR schakelt terug naar de standaardwaarde “6 “.
auto terugz. klok
Via “ja/nee” legt u in deze regel vast, of bij een inschakelen van de zender alle klokken met uitzondering van de “modeltijd”
en de “accu-gebruikstijd” automatisch weer teruggezet worden.
inschakelwaarschuwing’
Wanneer u in deze regel een schakelaar, een stuurelement-schakelaar of één van de logische schakelaars (zie menu “logische
schakelaars”) toewijst, wordt bij het inschakelen van de zender de desbetreffende positie van de schakelaar resp. het
stuurelement nagevraagd en eventueel in de basis-aanduiding een waarschuwing getoond. In combinatie met de logische
schakelaars kunnen bijna willekeurige posities van schakelaars bij het inschakelen van de zender opgeroepen worden:
Parallel met de aanduiding klinkt herhaald een drievoudige waarschuwingstoon.
Voorbeelden van toepassingen:
E-motor aan/uitgeschakeld?
landingsgestel in/uitgeklapt?
juiste vliegfase geactiveerd?
auto trim
De optie “auto trim” maakt het u mogelijk om een model snel en gemakkelijk te trimmen, b.v. in het kader van een eerste
vlucht of ook na (grotere) reparaties of dergelijke.
Normaal gesproken wordt bij zulke testvluchten eerst met de knuppels dusdanig tegengestuurd, tot de gewenste vliegtoestand
is bereikt, waarbij min of meer tegelijkertijd geprobeerd wordt, met de trimhevels de stuurknuppels weer te “ontlasten”.
Precies hier ligt de taak van de optie “auto trim”: na het instellen van de gewenste vliegsituatie via de stuurfuncties 2 … 4
(rol, nick en hekrotor) wordt de aan de functie “auto trim” toegewezen schakelaar – in het ideale geval de momentschakelaar
SW8 – ÉÉNMAAL bediend. Op het moment van deze schakelaarbediening worden de afwijkingen van de stuurknuppels ten
opzichte van de neutrale positie vastgesteld en als trimwaarde overgenomen. Dit vindt echter niet met een ruk plaats, maar
binnen ongeveer 1 seconde. Gedurende deze tijd moet u na het bedienen van de schakelaar ook de stuurknuppels weer
terugbrengen naar de normale positie.
Aanwijzingen:
Let er op, dat tijdens de toewijzing van de schakelaar de stuurknuppels voor rol, nick en hekrotor zich in hun neutrale
positie bevinden, omdat anders hun afwijkingen van de neutrale positie al als trimwaarde in het trimgeheugen worden
overgenomen.
Omdat IEDER bedienen van de auto-trim-schakelaar een cumulerend effect heeft, moet u na afsluiten van een “auto-
trim”-vlucht de gekozen auto-trim-schakelaar weer deactiveren. Anders bestaat er namelijk het gevaar, dat de “auto-
trim”-functie ook eens per ongeluk wordt bediend.