Operation Manual
Aanwijzing:
Wanneer u uw modellen hoofdzakelijk met dezelfde stuurtoewijzing en modulatiesoort stuurt, kunt u in het
“zenderspecifieke”menu “algemene instellingen”, bladzijde 154, deze gegevens al van tevoren selecteren. Deze beide
instellingen worden dan bij het aanmaken van een nieuwe modelgeheugenplaats automatisch overgenomen en kunnen dan,
zoals al eerder beschreven, ook weer modelspecifiek worden aangepast.
autorotatie
Onder autorotatie verstaat men een vliegfase, waarbij de hoofdrotorbladen in het begin dusdanig worden versteld, dat de bij
de daling door de rotor stromende lucht deze op een hoog toerental houdt, volgens het principe van een windmolen. De
hierbij opgeslagen energie moet bij het afvangen van deze daalvlucht door een bijbehorende bladverstelling worden omgezet
in “reddende” lift.
Door de autorotatie is een echte, maar ook een modelhelikopter in staat, om zonder aandrijving, b.v. na het uitvallen van de
motor, veilig te landen. Voorwaarde is echter een geoefende en met zijn machine vertrouwde piloot. Snelle reacties en een
goed inschattingsvermogen zijn nodig, omdat de aanwezige draai-energie van de rotor maar éénmaal voor het afvangen ter
beschikking staat.
aanvlieghoek bij verschillende windkrachten.
aanvlieghoek: bij harde wind bij matige wind zonder wind
Bij het toepassen op wedstrijden moet de motor bij de autorotatie uitgezet zijn! Voor het trainen is het echter van voordeel,
om de motor bij de autorotatie stationair te laten doorlopen, zodat in kritische situaties direct volgas gegeven kan worden.
Met de autorotatie-schakelaar wordt omgeschakeld naar de autorotatie-vliegfase, waarin de aansturingen voor “gas” en
“pitch” losgekoppeld zijn, en alle mixers die betrekking hebben op de gasservo, afgeschakeld worden.
De bijbehorende parameters worden in het menu “helimixers” (zie bladzijde 122) ingesteld, zie ook hieronder bij
“functiewijze autorot K1 pos.”.
Aan deze vliegfase is de niet-veranderbare naam “autorot” toegewezen, die in de basis-aanduiding en in alle vliegfasen-
afhankelijke menu’s getoond wordt (lijst zie bladzijde 98).
autorotatie-schakelaar zetten
Druk het draaielement in en wijst u één van de schakelaars aan, zoals op bladzijde 32 beschreven. Deze schakelaar heeft
absolute voorrang op alle verdere vliegfasen-schakelaars.
autorotatie K1-positie
De autorotatie-vliegfase kan ook alternatief door een schakelpunt van de gas-/pitchstuurknuppel K1 geactiveerd worden.
Zodra u deze regel op het display heeft geselecteerd, verschijnt het opslagveld STO.
Beweeg de K1-stuurknuppel naar de gewenste schakelpositie en druk op het draaielement. De huidige waarde wordt getoond.
In de rechter kolom wordt tenslotte nog een activeringsschakelaar toegekend.
K1-stuurknuppel in de gewenste positie brengen.
functie van de “autorot K1 pos.”
Zodra na het sluiten van deze activeringsschakelaar het schakelpunt eenmaal wordt onderschreden, schakelt het programma
om naar “autorotatie” en blijft dan onafhankelijk van de K1-positie zolang in deze vliegfase, tot de activerings-schakelaar, in
dit voorbeeld nr. 2, weer op “UIT” staat.
“autorotatie K1 pos. » heeft voorrang op alle andere vliegfase-schakelaars
De bijbehorende parameter-instellingen voor
• pitchservo’s
• gasservo
• hekrotorservo
• en een eventuele tuimelschijfverdraaiing
• autopiloot (gyro)-instelling
worden in het menu “helimixers” (zie bladzijde 122) ingesteld.
Alle overige menu’s die afhankelijk zijn van de autorotatie, zijn te vinden in de tabel op bladzijde 98.
markering
De markeringstoets zet bij het bedienen in de “pitch”-curve evenals in de mixercurven van “kanaal 1→ gas” en “kanaal 1→
hekrotor” van het menu “helimixers” een markering bij de momentele positie van de pitchknuppel in de vorm van een
gestippelde verticale lijn. Deze markering is handig, om tijdens de testvlucht curvenpunten, b.v. het hoverpunt, op de juiste
plaats te zetten. Als schakelaar kan het beste de momentschakelaar SW 8 worden toegewezen.










