Operation Manual
Aanwijzing:
Wanneer u uw modellen hoofdzakelijk met dezelfde stuurtoewijzing en modulatiesoort stuurt, kunt u in het
“zenderspecifieke”menu “algemene instellingen”, bladzijde 154, deze gegevens al van tevoren selecteren. Deze beide
instellingen worden dan bij het aanmaken van een nieuwe modelgeheugenplaats automatisch overgenomen en kunnen dan,
zoals al eerder beschreven, ook weer modelspecifiek worden aangepast.
geluidssterkte
na keuze van deze regel en een daarop volgend kort indrukken van het draaielement kunt u de geluidssterkte van het
akoestische signaal van de ALARM-TIMER(s) (menu “klokken (algem.)” en “vliegfasen-klokken”) tussen 1 (heel zacht)
en 16 (heel hard) modelspecifiek instellen.
CLEAR schakelt terug naar de standaardwaarde “6 “.
auto terugz. klok
Via “ja/nee” legt u in deze regel vast, of bij een inschakelen van de zender alle klokken met uitzondering van de “modeltijd”
en de “zendergebruikstijd” automatisch weer teruggezet worden.
inschakelwaarschuwing’
Wanneer u in deze regel een schakelaar, een stuurelement-schakelaar of één van de logische schakelaars (zie menu “logische
schakelaars”, bladzijde 97) toewijst, wordt bij het inschakelen van de zender de desbetreffende positie van de schakelaar
resp. het stuurelement nagevraagd en eventueel in de basis-aanduiding een waarschuwing getoond. In combinatie met de
logische schakelaars kunnen bijna willekeurige posities van schakelaars bij het inschakelen van de zender opgeroepen
worden:
Parallel met de aanduiding klinkt herhaald een drievoudige waarschuwingstoon.
Voorbeelden van toepassingen:
• E-motor aan/uitgeschakeld?
• landingsgestel in/uitgeklapt?
• juiste vliegfase geactiveerd?
• …
auto trim
De optie “auto trim” maakt het u mogelijk om een model snel en gemakkelijk te trimmen, b.v. in het kader van een eerste
vlucht of ook na (grotere) reparaties of dergelijke.
Normaal gesproken wordt bij zulke testvluchten eerst met de knuppels dusdanig tegengestuurd, tot de gewenste vliegtoestand
is bereikt, waarbij min of meer tegelijkertijd geprobeerd wordt, met de trimhevels de stuurknuppels weer te “ontlasten”.
Precies hier ligt de taak van de optie “auto trim”: na het instellen van de gewenste vliegsituatie via de stuurfuncties 2 … 4
(rol, hoogte en richting) wordt de aan de functie “auto trim” toegewezen schakelaar – in het ideale geval de
momentschakelaar SW8 – ÉÉNMAAL bediend. Op het moment van deze schakelaarbediening worden de afwijkingen van de
stuurknuppels ten opzichte van de neutrale positie vastgesteld en als trimwaarde overgenomen. Dit vindt echter niet met een
ruk plaats, maar binnen ongeveer 1 seconde. Gedurende deze tijd moet u na het bedienen van de schakelaar ook de
stuurknuppels weer terugbrengen naar de normale positie.
Aanwijzingen:
• Ten gevolge van complexe wisselwerkingen bij modellen met meerdere kleppen is de auto-trim-functie voor de rolroeren
bij keuze van “2RR 2WK” en “2RR 4WK” in de regel “rolroeren/welfkleppen” van het menu “modeltype”
gedeactiveerd.
• Let er op, dat tijdens de toewijzing van de schakelaar de stuurknuppels voor rol, hoogte en richting zich in hun neutrale
positie bevinden, omdat anders hun afwijkingen van de neutrale positie al als trimwaarde in het trimgeheugen worden
overgenomen.
• Omdat IEDER bedienen van de auto-trim-schakelaar een cumulerend effect heeft, moet u na afsluiten van een “auto-
trim”-vlucht de gekozen auto-trim-schakelaar weer deactiveren. Anders bestaat er namelijk het gevaar, dat de “auto-
trim”-functie ook eens per ongeluk wordt bediend.










