Operation Manual
basis-instell. model
modelspecifieke basis-instellingen
Voordat met de programmering van vliegspecifieke parameters wordt begonnen, moeten er enkele basis-instellingen worden
doorgevoerd, die alleen gelden voor het juist actieve modelgeheugen. Kiest u deze menuregel op de gewone manier uit met
het ingedrukte draaielement.
modelnaam
Maximaal 10 tekens kunnen voor een modelnaam worden toegekend. Wisselt u met ingedrukt draaielement naar de volgende
beeldschermpagina ( →) om uit een lijst van tekens een modelnaam te kunnen samenstellen:
Kies met het draaielement het gewenste teken uit het inverse tekenveld. Een korte druk op het draaielement (of een verder
draaien in ingedrukte toestand) wisselt naar de volgende positie, voor welke u het volgende teken kunt kiezen. CLEAR voegt
op die plaats een lege plek toe.
Met ingedrukt draaielement bereikt u elk teken binnen de naam (aangeduid door een dubbele pijl ( ) in de onderste regel.
De modelnaam verschijnt in de basis-aanduiding en in de menu’s “modelkeuze” en “kopiëren/wissen”.
info
Bij ieder model kan – zoals al eerder onder “modelnaam” beschreven – willekeurige extra informatie met max. 15 tekens
worden toegevoegd. Deze verschijnt als aanvulling in het eveneens nieuwe menu “modelkeuze”.
stuurtoewijzing
In principe zijn er 4 verschillende mogelijkheden, om de 4 stuurfuncties rolroer, hoogteroer, richtingsroer en gas resp.
remkleppen bij een vliegtuigmodel en rollen, nicken, hekrotor en gas/pitch bij een helikoptermodel aan de beide
stuurknuppels toe te wijzen. Welke van deze mogelijkheden gebruikt wordt, hangt van de individuele gewoonten van de
modelpiloot af.
mode 1 mode 2
(gas rechts) (gas links)
hoogte motor motor hoogte
richting rolroer richting rolroer
mode 3 mode 4
(gas rechts) (gas links)
hoogte motor motor hoogte
rolroer richting rolroer richting
Na de selectie van “stuurtoewijzing” verschijnt er aan de onderste rand van het beeldscherm SEL. Druk nu het draaielement
in. De actuele stuurtoewijzing wordt nu invers weergegeven. Kiest u nu met het draaielement tussen de mogelijkheden 1 tot
4.
CLEAR wisselt weer naar stuurtoewijzing “1”.
modulatie
Na selectie van deze regel drukt u opnieuw het draaielement in en kiest u de gewenste modulatiesoort via het draaielement
uit. De ingestelde modulatiesoort is direct actief, d.w.z. u kunt de signaaloverdracht naar de ontvanger meteen testen.
CLEAR schakelt om naar de modulatiesoort “SPCM20”.
De zender MX-24s onderscheidt tussen 4 verschillende soorten modulatie, en wel:
PCM20: systeemnauwkeurigheid van 512 stappen per stuurfunctie voor ontvangers van het type “mc”en “DS mc” voor
maximaal 10 servo’s.
SPCM20: Super-PCM modulatie met hoge systeemnauwkeurigheid van 1024 stappen per stuurfunctie voor ontvangers van
het type “smc” voor maximaal 10 servo’s.
PPM18: meest gebruikte standaard overdrachtsmodus (FM of FMsss) voor alle overige GRAUPNER- PPM-FM-ontvangers
voor maximaal 9 servo’s.
PPM24: PPM-multiservo-overdrachtssysteem voor gelijktijdige toepassing van 12 servo’s voor de ontvanger “DS 24 FM S”.
PPM10: snelle PPM-overdrachtsmodus voor Pico-ontvangers met max. 5 servo’s in RC-Cars, Slowflyers, kleine heli’s enz.
APCM24: Super-PCM modulatie met hoge systeemnauwkeurigheid van 1024 stappen per stuurfunctie voor ontvangers van
het type “amc” voor max. 12 servo’s.










