Operation Manual

Verschijnt er op het display de waarschuwings-aanduiding “gas te hoog!”, beweegt u dan de gasstuurknuppel in de
richting van stationair.
Verschijnt er op het display de aanduiding “Fail Safe instellen!”, leest u dan het menu Fail Safe”, bladzijde 146 e.v.
door.
In principe zijn er nu nog 4 verschillende mogelijkheden, om de vier stuurfuncties rolroer, hoogteroer, richtingsroer en gas
resp. remkleppen bij een vliegtuigmodel en rollen, nicken, hekrotor en gas/pitch bij een helikoptermodel aan de beide
stuurknuppels toe te wijzen. Welke van deze mogelijkheden gebruikt wordt, hangt van de individuele gewoonten van de
modelpiloot af. Deze functie stelt u in de regel “stuurtoewijzing” voor het actueel actieve model in het menu “basis-
instellingen model” (bladzijde 64/66) ….
… en als standaard voor toekomstige modellen in het menu “algemene instellingen” (bladzijde 154) in:
Op dezelfde manier gaat u te werk met de telkens daaronder liggende regel “modulatie”: hier stelt u in het menu “basis-
instellingen model” (bladzijde 64/66) de voor het actuele model benodigde modulatie in en in het menu “algemene
instellingen” (bladzijde 154) de door u het meest gebruikte modulatiesoort als standaard voor toekomstige modellen.
Verder willen wij er hier nog op wijzen, dat in het belang van een zo groot mogelijke flexibiliteit, maar ook om een
abusievelijk foutieve bediening te voorkomen, bij het modeltype “vleugel” aan de stuurkanalen 5 … 12 en bij het modeltype
“heli” aan de stuurkanalen 5 … 11 standaard geen stuurelement toegewezen is.
Dit betekent, dat bij levering van de zender alleen de aan de ontvangeruitgangen 1 … 4 aangesloten servo’s via de beide
stuurknuppels kunnen worden bewogen, aan de uitgangen 5 … max. 12 aangesloten servo’s echter niet bewegen. Bij een
nieuw geinitialiseerd helikoptermodel beweegt ook nog de servo 6 en eventueel servo 12. Bij de beide modeltypen verandert
dit pas, nadat u de bijbehorende instellingen heeft doorgevoerd.
Een beschrijving van de desbetreffende programmeerstappen voor een vliegtuigmodel vindt u in het onderdeel
programmeervoorbeelden vanaf bladzijde 158 en voor helikoptermodellen vanaf bladzijde 196.
De volgende menubeschrijvingen daarentegen vinden plaats in de volgorde, zoals die in de verschillende menu’s van de
multifunctielijst voorkomen. De nu volgende menubeschrijving vindt plaats in de volgorde van de multifunctiemenu-lijst.
modelkeuze
modelkeuze 1 … 40
Tot maximaal 40 complete modelinstellingen inclusief de digitale trimwaarden van de vier trimhevels kunnen opgeslagen
worden. De trimming wordt automatisch opgeslagen, zodat na een wisselen van model de eenmaal ingestelde trimming van
het model niet verloren gaat.
Een in het menu “basis-instellingen model”, bladzijde 64/66, ingevoerde modelnaam verschijnt achter het modelnummer,
evenals het modeltype als pictogram. Verder worden nog de modelgebruikstijd en de eventueel in gevoerde “info” voor het
model getoond.
Kiest u uit de lijst met het draaielement het gewenste model uit. Bevestig de keuze door indrukken van het draaielement of de
ENTER-toets. Met ESC komt u zonder van model te wisselen weer terug in het multifunctiemenu.
Aanwijzingen:
Wanneer bij een modelwissel de waarschuwingsaanduiding “gas te hoog” verschijnt, bevindt de gasstuurknuppel (K1)
zich in de richting volgas.
Wanneer bij een modelwissel de aanwijzing “Fail Safe instellen” verschijnt, moet u de desbetreffende Fail-Safe-
instellingen controleren. (Betreft alleen de PCM20-, SPCM20- en APCM24-bedrijfsmodi.)
Bij te lage accuspanning is een modelwissel uit veiligheidsoverwegingen niet mogelijk. Op het display verschijnt een
bijbehorende melding.