Operation Manual
kolom “alarm” : Tijdspunt en volgorde van de serie tonen tot aan de nul van de alarmtimer (max. 90 s).
rondenteller/tijdtabel: U hoeft alleen één van de AAN-/UIT-schakelaars SW 1 … 7 of alternatief de momentschakelaar SW
8 toe te wijzen. In de basis-aanduiding verschijnt naast de “teller” tegelijkertijd een “klok”. De keuze en vliegfasenspecifieke
toewijzing vindt plaats in het menu “fasen-instelling”. Daar vind u ook de beschrijving van de verschillende klokken.
mixers
vleugelmixers
Het nieuw gestructureerde vleugelmixer-menu maakt nu ook de sturing van 6-kleppen-modellen mogelijk. Welke
kleppenfuncties toegankelijk zijn, hangt af van het gekozen modeltype in het menu “modeltype”.
multi-kleppen-menu: Vliegfasenafhankelijke instelling van mixfuncties van de rolroeren (RR) en de beide welfkleppenparen
(WK = middelste welfkleppenpaar en WK2 = binnenste welfkleppenpaar).
▲RR▼: In deze regel wordt het effect van de rolroer-stuurknuppel op rolroeren (RR) en welfkleppenparen (WK, WK2)
ingesteld.
RR-tr.: Hier wordt het effect van de rolroertrimming op het desbetreffende kleppenpaar ingesteld. Deze wordt ook beïnvloed
door uw instellingen in het menu “knuppel-instelling”.
Diff.: Instelling van de rolroer-differentiatie voor alle drie kleppenparen.
WK-pos.: Instelling van de vliegfasenafhankelijke welfkleppemposities van alle drie kleppenparen.
▲WK▲: In deze regel wordt het effect van het eventueel in het menu “knuppel-instelling” gekozen welfkleppen-
stuurelement op de kleppen RR, WK en WK2 ingesteld.
HR →WK: Met deze lineaire mixer wordt de beïnvloeding van de welfkleppen bij bediening van het hoogteroer – meestal –
asymmetrisch – ingesteld.
rem-instellingen: De rem-instellingen kunnen per modelgeheugen maar één keer ingesteld worden en ook alleen dan,
wanneer u óf in de regel “motor aan K1” van het menu “modeltype” “geen” hebt gekozen óf wanneer u bij de keuze van
“gas min naar voren/achteren” in de kolom “motor” van het menu ‘fasen-instelling” voor de desbetreffende vliegfase “nee”
werd gekozen. In het menu “modeltype” kunt u bovendien voor het bedienen van de remkleppenfunctie één van de ingangen
1, 7, 8 of 9 uitkiezen. Aan de ingangen 7 en 8 kan bovendien in het menu “instelling stuurelement” vliegfasenafhankelijk
een bedieningselement worden toegewezen. Via het teken vóór de uitslag-instelling (+ of -) of alternatief via de Offset-
waarde in de regel “rem” van het menu “modeltype” legt u de bedieningsrichting naar voren/achteren vast.
Aanwijzing /aanbeveling:
Wanneer u de Offset-waarde in “modeltype” op ca. 90% programmeert, dan is de rest van de stuuruitslag tussen de
ingestelde Offset en de volledige uitslag ‘loos’.
Butterfly: Bepaalt de positie van de aanwezige kleppenparen RR, WK en WK2 voor het remmen.










