Operation Manual
Dual Rate / Expo
Betreft de stuurfuncties rol-, hoogte- en richtingsroer resp. roll, nick en hekrotor. DUAL RATE en EXPO zijn afhankelijk
van de vliegfase programmeerbaar.
DUAL RATE: verandering van de stuuruitslag tussen 0 en 125% van de normale stuuruitslag. Naar keuze omschakelbaar
tussen twee instellingen per vliegfase via schakelaar, stuurelement-schakelaar en logische schakelaar.
EXPO: instelling van een exponentiële stuurcurve-karakteristiek zonder verandering van de maximale stuuruitslag.
Progressiegraad instelbaar tussen –100% en +100%. Naar keuze omschakelbaar tussen twee instellingen per vliegfase via
schakelaar, stuurelement-schakelaar en logische schakelaar.
Asymmetrische DUAL-RATE- resp. EXPO-curven kunnen worden ingesteld, wanneer een stuurelement-schakelaar in het
menu “stuurelement-schakelaar”op knuppel-middenpositie wordt geprogrammeerd en de knuppel ter instelling naar de
desbetreffende richting wordt bewogen.
kanaal 1 curve
Vastleggen van de curvenkarakteristiek van de gas-/remkleppen- resp. motor-/pitchstuurknuppel:
De huidige stuurknuppelpositie van het stuurelement aan de ingang van het stuurkanaal wordt door een verticale balk in de
grafiek aangeduid. ( “ingang” toont de bijbehorende %-waarde, “uitgang” levert de dienovereenkomstige waarde van de
stuurelement-uitgang.)
Tussen de beide buitenste punten “L” (low) en “H” (high) kunnen – als u van te voren het standaard steunpunt “1” in het
midden van het stuurelement wist - tot max. 6 curven-steunpunten worden vastgelegd: deze punten kunnen langs de uitslag
van het stuurelement gelegd worden, zodra op het display “punt?” oplicht. Na indrukken van het draaielement gewenste
“punt”-waarde in het inverse veld via het draaielement vastleggen. De punten worden automatisch van 1 tot 6
doorgenummerd. Om achteraf de punten L, 1 … 6 of H te veranderen, desbetreffende steunpunt door bewegen van het
stuurelement activeren of met ingedrukt draaielement “aanspringen” (trimpunt-functie). Met de CLEAR-toets kunnen de
punten 1 ... 6 weer gewist worden. De ENTER-toets links schakelt een algoritme “aan” of “uit” om de curve af te ronden.
schakelaars
schakelaar-aanduiding
Bij bedienen van externe- of stuurelement-schakelaars aanduiding van het desbetreffende schakelaarnummer en
schakelaarpositie.
stuurelement-schakelaar
Toewijzing van de stuurelement-schakelaars 1 ... 10 aan de stuurelementen 1 ...8 in de tweede kolom. In de 3
e
kolom slaat
STO (draaielement indrukken) de momentele positie van het stuurelement op als schakelpunt. Ompoling van de
schakelrichting in de 4
e
kolom en toewijzing van een schakelaar ter oversturing van een stuurelement-schakelaar in de 5
e
kolom. Aanduiding van de schakeltoestand in de 6
e
kolom. Standaard zijn G1 bij –75% en G2 bij +75% van de uitslag van
K1 voorgeprogrammeerd.
speciale schakelaars
2 schakelaars (SW 1 … 8) en/of stuurelement- of ook logische schakelaars kunnen in een “EN”- of “OF”-schakeling logisch
met elkaar verbonden worden. In totaal kunnen 8 logische schakelaars gedefinieerd worden:
“EN”-functie: logische schakelaar alleen dan gesloten, wanneer de beide individuele schakelaars gesloten zijn.
“OF”-functie: logische schakelaar al gesloten, wanneer één van de beide individuele schakelaars gesloten is.










