Operation Manual
vliegtuigmodellen
Tip:
Kies deze “PCM-bezetting” bij een 6-kledppen-model ook, wanneer u een PPM-ontvanger met maar 8 of 9 servo-
aansluitingen gebruikt.
Belangrijke aanwijzingen:
• Eventuele wijzigingen achteraf, zoals instellingen van de servo-uitslag, Dual Rate/Expo, mixers enz. moeten altijd
betrekking hebben op de ontvangeraansluiting in de basis-instelling!
• Let er bij het omruilen van ontvangeruitgangen op, dat de Fail-Safe-programmering “houden” resp. “pos.” in de
PCM20- en APCM24-modus op de stekkeruitgangen van de ontvanger en de accu-Fail-Safe in de PCM20-modus op de
uitgang 1 vastgelegd zijn.
Hoe kunnen nu de rolroer- en welfkleppenparen aangestuurd worden?
1. aansturing van de beide welfkleppenparen met de rolroerfunctie via de rolroer-stuurknuppel
• Standaard bedient de rolroer-stuurknuppel alleen de beide rolroerservo’s 2 + 5. Van nul afwijkende
waarden voor de welfkleppen en eventueel ook WK2 moeten in het “multi-kleppen-menu” van het menu
“vleugelmixers” individueel worden ingevoerd.
2. aansturing van de rolroeren met de welfkleppenfunctie vai de ingang 6 (b.v. met INC/DEC-stuurelement
CTRL 5 of 6)
• Normaliter stuurt een stuurelement, die aan de “ingang 6” in het menu “instelling stuurelement”
toegewezen is, de welfkleppen en eventueel WK2 met 100% uitslag. Van nul afwijkende waarden voor de
rolroeren en eventueel geringere uitslag-percentages voor de welfkleppen moeten in het “multi-kleppen-
menu” van het menu “vleugelmixers” worden ingevoerd.
• Een stuurelement aan “ingang 7” is bij de keuze van “2 rolr. 2WK” in de regel “rolroeren/welfkleppen”
van het menu “modeltype” softwarematig losgekoppeld, om een foutieve bediening te vermijden. Deze
ingang kan daarom eventueel voor vliegfasen-afhankelijke speciale functies worden benut, zie
programmeervoorbeeld “8-kleppenvleugel” vanaf bladzijde 184.
• Een stuurelement aan “ingang 10” is bij de keuze van “2 rolr. 4WK” in de regel “rolroeren/welfkleppen”
uit veiligheidsoverwegingen ook softwarematig losgekoppeld.
Tips:
• In het “multi-kleppen-menu” van het menu “vleugelmixers” kunnen de welfkleppenposities voor alle vleugel-
kleppenparen (rolr., WK en WK2) vliegfasen-afhankelijk worden ingevoerd. Dezelfde instellingen kunt u echter ook altijd
in het menu “fasentrim F3B” invoeren … en ook nog eens een fase-specifieke HR-trimming.
• De welfkleppenfunctie van alle vleugel-kleppenparen (rolr., WK en WK2) kan ook eventueel via de “gas-
/remkleppenstuurknuppel” bediend worden, in zoverre deze niet op een andere manier wordt gebruikt. Daarvoor zou u
alleen in het menu”instelling stuurelement” aan de ingang 6 het “stuurelement 1” toewijzen. (Wanneer u de welfkleppen
liever met een schakelaar wilt bedienen, kunt u aan de “ingang 6” net zo goed één van de twee- resp. driestanden-
schakelaars (SW) van de MX-24s toewijzen.)
Als gevolg van de verschillende inbouw van de servo’s en de roeraansturingen kan bij het programmeren de draairichting van
de servo’s omgekeerd zijn. De volgende tabel biedt hierbij hulp:
modeltype servo met verkeerde draairichting aanwijzing
V-staart richtings- en hoogteroer verkeerd servo 3 + 4 in het menu ”servo-instelling” ompolen
richtingsroer goed, hoogteroer verkeerd servo 3 + 4 aan ontvanger omwisselen
hoogteroer goed, richtingsroer verkeerd servo 3 + 4 in het menu “servo-instelling” ompolen
en aan ontvanger omwisselen
Delta, staartloos hoogte- en richtingsroer verkeerd servo 2 + 3 in het menu “servo-instelling” ompolen
hoogteroer goed, richtingsroer verkeerd servo 2 + 3 in het menu “servo-instelling” ompolen
en aan de ontvanger omwisselen
richtingsroer goed, hoogteroer verkeerd servo 2 + 3 aan de ontvanger omwisselen
Alle voor een vliegtuigmodel relevante menu’s zijn bij de “programmabeschrijvingen” van het symbool van een
vliegtuigmodel ….
… voorzien, zodat u zich bij het programmeren van een vliegtuigmodel alleen met deze menu’s hoeft bezig te houden.










