Operation Manual

De vóór de toewijzing van een fase-schakelaar gemaakte model-instellingen bevinden zich nu in de fase 1 (“normaal”). Dat is
de vliegfase, die na de bovenstaande vastlegging in de middenpositie van de schakelaar wordt opgeroepen.
Deze al in de praktijk beproefde normale instelling kan naar de andere vliegfase gekopieerd worden, zodat eerst in iedere fase
op dezelfde manier gevlogen kan worden. Daarvoor neemt u het menu “kopiëren/wissen”, bladzijde 60.
Bij het toepassen van vliegfasen is het mogelijk, om voor iedere verschillende fase veranderingen in de fase-afhankelijke
menu’s door te voeren. Omdat de MX-24s een digitale trimming heeft, worden in het heli-programma naast de vliegfasen-
afhankelijke menu-instellingen naar keuze ook de trimposities van de rol-, nick en hekrotor-stuurknuppel vliegfasen-
afhankelijk opgeslagen, zie menu “knuppel-instelling”, bladzijde 77.
uitbreiding: toerenregeling
Vroeg of laat komt de wens op, om een toerenregeling in het model te bouwen, b.v. mc-Heli-Control, om met verschillende
toerentallen te kunnen vliegen. Het is zinvol, om de diverse toerentallen te koppelen aan de verschillende vliegfasen, zodat er
ook verdere, extra aanpassingen mogelijk zijn.
Voor de programmering in de zender is het een voorwaarde, dat de toerenregelaar volgens aanwijzingen van de fabrikant is
ingebouwd en geprogrammeerd. Natuurlijk heeft de MX-24s ook hier verschillende mogelijkheden, om in de diverse fasen
verschillende toerentallen te realiseren. Er zijn “supercomfortabele” bedieningsmogelijkheden, die echter een complexere
programmering nodig maken en daardoor eerder voor de ervaren piloot bedoeld zijn.
In het volgende voorbeeld neemt men weliswaar een beperking van bepaalde comfort-kenmerken op de koop toe, maar de
toerenregeling is absoluut in orde en vooral ook nog voldoende overzichtelijk bij het programmeren en - niet op de laatste
plaats - bij de bediening.
De procedure lijkt op de instelling van de autopiloot (gyro). Net als daar worden de instelmogelijkheden van “uitslag” en
“Offset” in het menu ‘instelling stuurelement” voor het afstellen van de eind-uitslagen van een 3-standen-schakelaar (SW 5
+ 6 of 9 + 10 resp. Control 7 + 8) benut. Het gebruik van een INC/DEC-stuurelement of zijdelingse proportionele
stuurelement is echter net zo goed mogelijk. Om de benodigde instellingen te kunnen doen, wordt nogmaal het menu …
“instellingen stuurelement” (bladzijde 80)
… opgeroepen.
opdracht:
De regelaar moet zo geprogrammeerd worden, dat de gekozen 3-standen-schakelaar, Control 8, b.v. bij de achterste aanslag
“regelaar uit” betekent, terwijl de voorste aanslag het desbetreffende toerental vastlegt.
uitgang voorste schakelaar-eindpositie
achtersteschakelaar-eindpositie schakelaar- middenpositie
uitslag stuurelement 8
Overeenkomstig de 3 schakelaar-posities zijn er voor de uitslag van het stuurelement ook maar 3 posities.
In de vliegfase “normaal” moet de toerenregelaar normaal gesproken uitgeschakeld zijn! Deze fase is bedoeld om de motor te
testen en algemene instellingen door te voeren.
Dit bereikt u, door b.v. met het draaielement de regel van “ingang 8” uit te kiezen, deze op “vrij” te zetten resp. weer terug te
zetten en aansluitend alleen maar in de kolom “Offset” de waarde naar –100% (tot –125%) te veranderen: