Operation Manual

Controleer deze instelling echter nooit tijdens het vliegen, door de zender even uit te zetten! Vanwege de direct na het
inschakelen verschijnende veiligheidvraag “HF inschakelen ja/nee” zal het u nauwelijks lukken, om de HF-afstraling
weer op tijd te activeren.
Omdat F3A-modellen in de regel twee rolroerservo’s hebben, is het erg praktisch om deze tijdens het landen omhoog te
zetten. Daardoor landt het model in de meeste gevallen iets langzamer en in ieder geval stabieler.
Daarvoor is het nodig, om de bijbehorende mixer via het menu …
“vrije mixers” (bladzijde 135)
… te programmeren.
De rolroeren worden als landingshulp uitgedraaid, afhankelijk van de positie van de gasknuppel vanaf halfgas in de richting
stationair. Hoe verder de knuppel in de richting stationair wordt gebracht, des te verder slaan de rolroeren naar boven uit.
Omgekeerd worden bij “gasgeven” de rolroer-landingskleppen ingedraaid, om een plotseling wegstijgen van het model te
voorkomen.
Omhet model bij uitgedraaide rolroer-landingskleppen niet te laten stijgen, moet er een beetje “down”-hoogteroer bij worden
gemixt.
Zet dus voor deze beide taken de twee op het volgende display getoonde lineaire mixers. Het activeren van de mixers vindt
plaats via één en dezelfde schakelaar, b.v. SW 7, die aan de beide mixers met identieke schakelrichting toegewezen moet
worden.
Wissel dan telkens naar de tweede display-bladzijde, om de desbetreffende mixpercentages in te stellen. In beide gevallen
blijft het mixerneutraalpunt liggen in het midden van de K1-knuppel.
Boven het stuurmidden voert u na selectie van het ASY-veld voor beide mixers 0% in en onder het midden in de richting
stationair voor de:
lineairMIX 1: -60% … -80% en
lineairMIX 2: -5% … -10%.
Voorbeeld lineairMIX 1 :
Daarmee is de basis-instelling voor een F3A-model afgesloten.
compensatie van modelspecifieke fouten
Helaas komt het maar al te vaak voor, dat kleinere modelspecifieke “fouten” via de mixers van een computer-zender
gecompenseerd moeten worden. Voordat u zich bezighoudt met deze instellingen, moet u er voor zorgen, dat het model
correct gebouwd is, optimaal aan de dwars- en lengteas uitgewogen is en dat de motor-zijstelling en –domping kloppen.
beïnvloeden van de lengte- en dwarsas door het richtingsroer
Het komt vaak voor, dat bij het bedienen van het richtingsroer ook het gedrag om de lengte- en dwarsas wordt beïnvloed. Dit
is vooral storend bij de meskantvlucht, waarbij de lift van het model bij een uitgeslagen richtingsroer alleen door de romp
wordt opgewekt. Daarbij kan het komen tot een wegdraaien van het model en het model kan van richting veranderen, alsof
men met rol- resp. hoogteroer stuurt. Er moet eventueel dus een correctie om de dwarsas (hoogteroer) en/of om de lengte-as
(rolroer) plaatsvinden.
Dit is ook via “vrije mixers” van de MX-24s makkelijk in te stellen. Draait b.v. het model bij naar rechts uitgeslagen
richtingsroer in de meskantvlucht om de lengte-as naar rechts weg, dan laat men het rolroer via de mixer licht naar links
uitslaan. Op dezelfde manier gaat u te werk bij richtingsveranderingen om de dwarsas, met een mixer op het hoogteroer:
a) correctie om de dwarsas (hoogteroer)
lineairMIX 3 : RI HR
instelling asymmetrisch. De bijbehorende waarden tijdens het vliegen bepalen.
b) correctie om de lengte-as (rolroer)
lineairMIX 4 : RI RR