Operation Manual
Delta/staartloos van het type: “2RR 1 / 2/ 4 WK”
Bij Delta/staartloze modellen met meer dan twee kleppen kunnen meer momentkrachten worden gecompenseerd. Zo kan b.v.
het door het omhoogzetten van de rolroeren veroorzaakte “pompen” (=hoogteroereffect “up”) door het laten zakken van de
welfkleppen (=hoogteroereffect “down”) worden teniet gedaan.
Wanneer u dit modeltype kiest en de ontvanger-uitgangen volgens de bovenstaande afbeelding heeft aangesloten, dan werkt
de rolroerfunctie van de beide (buitenste) rolroerservo’s weliswaar meteen correct, maar niet de hoogteroerfunctie van de
beide rolroerservo’s en eventueel van de (binnenste) welfkleppen.
Dit wordt bij de standaard van “2RR 1 / 2 / 4 WK” pas dan bereikt, wanneer in het “multi-kleppen-menu” van het menu …
“vleugelmixers” (bladzijde 110)
… in de regel “HR → WK” het effect van de hoogteroersturing opo rolroeren, welfkleppen en eventueel welfkleppen 2
dienovereenkomstig wordt ingesteld.
Aanwijzing:
In tegenstelling tot de apart in te stellen rolroertrimming, zie hieronder, wordt bij de mixer “HR → WK” de trimming
procentueel volgens de ingestelde mixwaarde overgedragen.
De volgende instellingen zijn per model verschillend en mogen niet zonder meer overgenomen worden!
In de bovenste regel van dit “multi-kleppen-menu” wordt op dezelfde manier als bij “normale” vier- resp. zes-kleppen-
vleugels het effect van de rolroer-stuurknuppel op rolroeren, welfkleppen en eventueel WK2 ingesteld. In de regel “RR-tr”
daaronder daarentegen het effect van de rolroer-trimming op rolroeren en welfkleppen.
De instelling van een differentiatie is vanwege het soort model lastig en moet daarom met veel gevoel voor het vlieggedrag
van het model plaatsvinden.
In de regel “▲WK▲” moet u voor de zekerheid de standaardwaarde 100% in de kolom “WK” en eventueel “WK2” – zoals
afgebeeld – op 0% zetten:
In het menu “instelling stuurelement” zijn weliswaar standaard alle ingangen “vrij”, maar als u toch ooit eens per vergissing
een stuurelement zou toewijzen … dan heeft deze in ieder geval geen invloed.
De laatste regel, “HR → WK”, hebben we aan het begin van dit onderdeel besproken.
Met een dergelijke programmering heeft de auteur van deze regels al jaren geleden een delta-model met de toenmalige mc-
20 gestuurd en een Butterfly voor de landing toegepast … helemaal vrij van pompen of duiken door op elkaar afgestemde
vleugelmixers “rem → rol” en “rem → welfklep”, waarbij u onder “rolroer” het buitenste en onder “welfklep” het
binnenste paar roeren moet verstaan.
Om dit nu ook met de MX-24s te bereiken, wisselt u naar de “rem-instellingen” van het menu …
“vleugelmixers” (bladzijde 110)
en stelt u hier in de regel “Butterfly” de waarden voor de omhoog te draaien rolroeren en omlaag te draaien “welfkleppen”
dusdanig in, dat de ontstane momenten elkaar opheffen, en de vliegsituatie van het model dus stabiel blijft. U moet daarbij de
kleppen echter voldoende “speelruimte” gunnen voor de hoogteroerfunctie!!! Dus niet de hele servo-uitslag gebruiken voor
Butterfly alleen.
Alle andere instellingen in dit menu kunt u overslaan.
Op een zelfde manier kan een modern, gepijld staartloos model worden gevlogen. Ook bij een aantal van deze modellen zijn
er binnen en buiten liggende roeren: de eerstgenoemde vóór het zwaartepunt, de laatstgenoemde daarachter. Een uitslag naar
beneden van het/de centrale roer(en) verhoogt de lift en geeft een hoogteroereffect “up”. Met een uitslag naar boven wordt
het tegendeel bereikt. Aan de buitenste rolroeren daarentegen draait het effect om: een uitslag naar beneden geeft een
“down”-hoogteroereffect en omgekeerd. Door een bijbehorende afstemming van de “toevoerende” mixers tot aan het zetten










