Operation Manual
DSC-bus
Direct Servo Control
Hoewel de afkorting “DSC” uit de beginletters van de oorspronkelijke functie “Direct Servo Control” bestaat, moet u onder
deze functie intussen meer verstaan dan de “directe servo controle” via een diagnosekabel. De DSC-bus in de zender MX-24s
kan alternatief als verbinding tussen een leerling- en een leraarzender in het kader van vliegtrainingen met het leraar-
/leerling-systeem gebruikt, zie bladzijde 150, en ook als poort voor vliegsimulatoren.
Voor een correcte DSC-verbinding moet u op deze punten letten:
1. Pas eventueel de volgende menu’s aan:
Bij het aansluiten van een vliegsimulator en bij gebruik van de zender MX-24s als leerlingzender moet in het menu
“basis-instellingen” in de regel “modulatie” de modulatiesoort “PPM18” worden ingevuld.
Bij het aansluiten van een diagnosekabel met het Best.-Nr.4178.1 wordt de “modulatie” passend bij de ontvanger
gekozen, zie verder hieronder.
2. Laat de aan-/uit-schakelaar van de zender in de bovengenoemde gevallen altijd op “UIT”, want alleen in deze
positie vindt er na het bevestigen van de DSC-kabel geen HF-afstraling vanuit de zendmodule plaats. Let hier
vooral op bij diagnose- en leerling-gebruik, want alleen zo kunt u storing met andere piloten voorkomen. Aleen bij
het gebruik als leraarzender moet de zender MX-24s vóór het insteken van de kabel worden aangezet, zie bladzijde
150. Steek de passende verbindingskabel in de DSC-bus aan de achterkant van de zender. Daardoor is de zender
startklaar zonder van de kanaalkeuze gebruik te maken, en het LCD-display is aan. Tegelijkertijd verschijnt rechts
op het display in plaats van het normaal gekozen zendkanaal de afkorting “DSC”:
3. Verbind het andere uiteinde van de verbindingskabel met het gewenste apparaat , daarbij lettend op de bijbehorende
gebruiksaanwijzing.
4. In het geval van een diagnosekabel met het Best.-nr.4178.1 sluit u deze niet direct aan de ontvanger aan: via een
V-kabel ( Best.-Nr. 3936.11 of 3936.32) sluit u deze in plaats van de ontvangeraccu aan de accu-ingang van de
ontvanger aan. Het uiteinde met de stekker verbindt u dan met de bijbehorende DSC-bus aan de achterkant van de
zender.
Is de zender met de ontvanger op deze manier verbonden, dan kunt u de stuurfuncties uitproberen of instellingen
wijzigen, wanneer een andere piloot uw frequentie gebruikt. Omdat de zender in deze toestand (Power = “OFF”)
geen radiosignalen uitzendt, kunt u b.v. uw model startklaar maken, zonder andere piloten te storen. Bovendien
neemt het stroomgebruik van de zender af, omdat nu de HF-module van de zender niet actief is. De gebruikstijd van
de zenderaccu wordt daardoor langer.
Belangrijk:
Let er op, dat alle kabels stevig met elkaar verbonden zijn.
Aanwijzing bij vliegsimulatoren:
Omdat er zoveel verschillende vliegsimulatoren op de markt zijn is het goed mogelijk, dat de toewijzing van de contacten in
de stekker of in de DSC-module door de GRAUPNER-Servicedienst moeten worden aangepast.
Let op:
DSC is met ontvangers, waarbij – zoals b.v. bij de R16SCAN – aan de accu-aansluiting ook nog een extra servo
aangesloten kan worden, niet mogelijk.










