Operation Manual

voren/achteren” op –100% of op dezelfde manier een eventueel van 100% afwijkende instelling van de servo-uitslag). In
deze vliegfase stuurt de K1-knuppel dan alleen nog het omhoogzetten van de rolroeren en eventueel het uitdraaien van de
welfkleppen met het neutraalpunt in de bij Offset gekozen positie van het K1-stuurelement.
K1-knuppel omschakelbaar tussen E-motor en stoorklep
voorbeeld 5
Als het model in tegenstelling tot voorbeeld 4 toch extra stoorkleppen of zelfs alleen maar deze kleppen heeft, kunnen deze
door middel van de hieronder beschreven programming voor de sturing van het model worden gebruikt:
Programmeer daarvoor de menu’s modeltype”, “fasen-instelling” en “fasentoewijzing” op de manier, zoals die bij
voorbeeld 4 werd beschreven. De daar beschreven instellingen in het ondermenu “reminstellingen” van het menu
“vleugelmixers” zijn daarentegen alleen relevant, wanneer u parallel aan uw stoorkleppen ook nog een Butterfly-systeem
wilt toepassen.
Met de onder voorbeeld 4 beschreven instellingen functioneert de sturing van de E-motor en eventueel alternatief die van een
Butterfly-systeem. Alleen de aansturing van een bijvoorbeeld aan uitgang 8 aangesloten stoorklep moet er nog bij worden
geprogrammeerd. Daarvoor wisselt u naar het menu …
“instelling stuurelement” (bladzijde 78)
… en schakelt u naar de vliegfase “normaal’. Wissel nu met ingedrukt draaielement naar de regel van “ingang 8”. Na
selectie van het SEL-veld onder de kolom “Offset” en een korte druk op het draaielement verandert u de Offset-waarde in het
inverse waardenveld van ingang 8 zo lang, tot de stoorkleppen weer “ingetrokken” zijn:
Keer met een kort indrukken van het draaielement terug naar het SEL-veld en wissel naar het linker SEL-veld. Schakel nu
naar de vliegfase “landing” om en druk dan weer kort op het draaielement. Op het display verschijnt het venster:
Beweeg nu de K1-stuurknuppel. Zodra deze herkend wordt, verschijnt op het display in plaats van “vrij” “stuurel. 1”:
De Offset-waarde laat u in deze vliegfase op “0%”. Eventueel moet u voor het omkeren van de richting van het stuurelement
nog de + of – in de kolom “uitslag” wijzigen, door in deze kolom de instelling van +100% naar –100% te veranderen.
We zijn bijna bij ons doel. Controleer uw programmering in het menu “servo-aanduiding”. U zult zien dat in de fase
“normaal” alleen de “servo 1” (motorregelaar) gestuurd wordt en in de fase “landing” alleen de stoorklep aan “servo 8” en
eventueel rolroer- en welfkleppenservo’s – precies zo, als we het wilden hebben.