Operation Manual

voorbeeld 1
gebruik van het rechter- resp. linker proportionele stuurelement 9 resp. 10
Aan de ontvangerkant is een motorregelaar (vaartregelaar) nodig.
Met deze stuurelementen is de invoeging relatief eenvoudig. Na toewijzing van één van de beide stuurelementen in het menu
“instelling stuurelement” moet de regelaar aan de bijbehorende aansluiting van de ontvanger worden verbonden – in deze
voorbeeldprogrammering is dit de ingang “9”.
Met elk van deze beide proportionele stuurelementen kan het toerental continu worden versteld.
Wijs dus b.v. het linker proportionele stuurelement CONTROL 10 aan de vliegfasen-onafhankelijke ingang 9 in het menu …
“instelling stuurelement” (bladzijde 78)
… toe en stel eventueel de bij uw motorregelaar passende uitslagen in.
Wanneer u nu via een druk op de HELP-toets bij tegelijkertijd ingedrukt gehouden draaielement naar de “servo-
aanduiding” wisselt en dan het stuurelement bedient, zult u de balk van kanaal 9 van de ene naar de andere kant zien
“wandelen”.
Wanneer u echter later – in de praktijk – het proportionele stuurelement te snel naar voren schuift, kan de daardoor
veroorzaakte abrupte motorstart de hele aandrijflijn sterk belasten, zodat u in ieder geval in de kolom “tijd” door het invoeren
van een waarde zulke gevallen kunt voorkomen.
Activeer daarom met het draaielement onder de kolom “tijd” de ASYmmetrische waarde en breng daarna het uitgekozen
stuurelement naar de “AAN”-positie, zodat het inverse veld “van kant” wisselt. Stel nu een waarde van minimaal 1 s in, zodat
het bij een te snelle beweging van het proportionele stuurelement naar de richting “AAN” het er wat langzamer aan toe gaat,
… waarvan u zich na een opnieuw wisselen naar de “servo-aanduiding” direct kunt overtuigen.
Aanwijzing;
Aan de “UIT’-kant wordt geen vertraging ingevoerd, zodat de aandrijving op elk moment en direct kan worden uitgezet. Dit
belast de aandrijving ook niet, omdat deze dan slechts “uitloopt”.
De instelling van de bij de motorregelaar passende stuuruitslagen en –richting wordt normaal gesproken in het menu
“instelling stuurelement” in de kolom “uitslag” ingevoerd. Alternatief kunnen deze instellingen ook in het menu …
“servo-instelling” (bladzijde 74)
… worden doorgevoerd.
voorbeeld 2
gebruik van één van de beide 3-standen-schakelaars (CTRL 7 of 8)
Deze variant realiseert een 3-staps-toerenregeling, b.v. motor UIT, “halve” en volle kracht. Aan de ontvangerkant is een
motorregelaar (vaartregelaar) nodig.
De benodigde instellingen zijn in principe dezelfde als de onder voorbeeld 1 beschreven instellingen. Daarom geldcn ook
dezelfde aanmerkingen en aanbevelingen.
Afgezien van de onder voorbeeld 1 traploze en in voorbeeld 1 drietraps motorsturing heeft de keuze van één van de beide
typen stuurelement alleen effect op de soort sturing van de klokken, zie bladzijde 170.
Aanwijzing:
Met behulp van de neutraalpunt-verschuiving en de daarop volgende aanpassing van de stuuruitslag, in die zin, dat de
Offsetwaarde naar de kant, waarheen het neutraalpunt werd verschoven, van de uitslag wordt afgetrokken en aan de andere
kant weer wordt opgeteld, kan de “halfgas-positie” worden beïnvloed. Dus b.v. bij een Offsetwaarde van –20%: +80% aan
de min-kant van de uitslag-instelling en +120% aan de plus-kant en omgekeerd bij een Offset van +20%.
voorbeeld 3
gebruik van één van de twee-standen-schakelaars SW 1 … 4 of 7
Deze variant realiseert een pure AAN/UIT-functie.
Aan de ontvangerkant is óf een eenvoudige electronische schakelaar óf – wanneer een geleidelijke aanloop van de motor
gewenst is – een motorregelaar (vaartregelaar) nodig.
De benodigde instellingen zijn in principe dezelfde als de onder voorbeeld 1 beschreven instellingen. Daarom geldcn ook
dezelfde aanmerkingen en aanbevelingen.