Operation Manual

“Dual Rate/Exponential” (bladzijde 86)
… aanpassen aan de eigen gewoonten en eisen.
Met “Dual Rate” wordt de grootte van het stuureffect van de stuurknuppel ingesteld. Zijn de maximale uitslagen
daarentegen in orde, maar zijn alleen de reacties om de neutraalpositie voor fijngevoelig sturen te giftig, dan komt (ook nog)
de “Exponential”-functie in actie. Wordt er ook een schakelaar toegewezen, dan kan tijdens het vliegen zelfs tussen twee
verschillende Dual-Rate-/Expo-instellingen worden omgeschakeld.
Iets dergelijks geldt voor de functie …
“kanaal 1 curve” (bladzijde 90)
In deze optie kan door het zetten van één of meerdere punten de stuurcurve van de gas-/remservo dusdanig worden
beïnvloed, dat een aangenamer of slechts doeltreffend aanspreken van de functie wordt bereikt.
Als voorbeeld is hier de “loze” uitslag van stoorkleppen gekozen. De kleppen komen pas na een bepaalde “loze, niet-
werkende uitslag” van de remknuppel uit de vleugel te voorschijn. Door een bijbehorend “verbuigen” van de curve wordt er
bereikt, dat de “loze” uitslag sneller wordt afgelegd. De stoorkleppen komen weliswaar vroeger uit de vleugels, maar de
overige uitslag kan fijngevoeliger worden gestuurd. (Het zelfde principe geldt natuurlijk voor de aansturing van een motor,
die alternatief via K1 aangestuurd zou kunnen worden.)
Gebruikt u een PCM-, SPCM- of een APCM-ontvanger, dan moet u in ieder geval in het menu …
“Fail Safe instelling” (bladzijde 146)
… het gedrag van de ontvanger in het geval van een storing vastleggen, want “niets doen” is het slechtste, wat bij een
vleugelmodel gedaan kan worden.
In de basispositie van de zender is namelijk “houden” voorgeprogrammeerd en dit betekent, dat de ontvanger de laatst als
correct herkende stuurimpulsen continu aan de servo’s doorgeeft, die dus vast”-houdt”. In het gunstigste geval vliegt het
motormodel een tijd rechtdoor en “landt” dan hopelijk ergens, zonder grotere schade aan te richten! Gebeurt zoiets echter op
de verkeerde plaats en op de verkeerde tijd, dan zou het model b.v. onbestuurbaar kunnen worden en daardoor
ongecontrolleerd over het vliegveld kunnen “razen” en piloot en toeschouwers in gevaar kunnen brengen! Daarom moet u
van te voren er over nadenken, of het niet beter is, om “motor uit” te programmeren om zulke risico’s te vermijden!?
Bij electrozwevers daarentegen kan de fail-Safe-instelling “motor uit” b.v. bij landingen buiten het veld worden gebruikt, om
de motor resp. de propeller betrouwbaar uit te zetten, door de zender gewoon direct na de landing uit te schakelen.
De auteur van deze handleiding geeft trouwens de voorkeur aan “een gecontroleerd einde” boven een “laat maar ergens
heenvliegen”.
Aanwijzing:
(Voor de PCM20-, SPCM20 resp. APCM24-modus zijn de details voor de instelling te vinden in de bijbehorende
programmabeschrijvingen op de bladzijden 146 .. 149.)