Operation Manual

De volgende instellingen hebben alleen betrekking op een model met een “normale” staart; voor modellen met een V-staart
kunnen de instellingen praktisch ongewijzigd worden overgenomen. Deze gegevens kunnen voor een delta-/staartloos model
niet zo eenvoudig worden overgenomen. Een speciaal programmeervoorbeeld vindt u op bladzijde 188.
“servo-instelling” (bladzijde 74)
In dit menu kunnen nu de servo’s in “draairichting”, “neutraalpositie”, “servo-uitslag” en “uitslagbegrenzing”
(maximaal toegestane uitslag van de servo) aan de noodzakelijke eisen van het model worden aangepast.
“Noodzakelijk” in deze zin zijn alle instellingen aan de middenpositie en de uitslag van de servo, die voor het gelijkstellen
van de servo’s en kleine aanpassingen nodig kunnen zijn.
Aanwijzing:
De maximaal mogelijke uitslag van een GRAUPNER-servo bedraagt vanwege mechanische en electronische redenen
150% per kant. Overschrijdt bijvoorbeeld de som van de waarden uit de kolom “midden” en “servo-uitslag”deze grens,
dan kan de desbetreffende servo vanaf dit punt de stuurcommando’s niet meer volgen. Denk er ook aan, dat b.v. ook
mixers en instellingen in het menu “Dual Rate/Expo” effect hebben op de uitslag van de servo.
De in dit menu aanwezige instelmogelijkheden voor asymmetrische servo-uitslagen zijn niet bedoeld om rolroeren en/of
welfkleppen te differentiëren. Daarvoor zijn er in het instelmenu “vleugelmixers” geschiktere opties resp. voor een V-
staart de optie “kruismixers”. In het laatste geval MOET dan echter als staarttype in het menu “modeltype” (bladzijde
70) dwingend “normaal” zijn ingevuld.
In de laatste kolom bij “uitslagbegrenzing” kunnen en moeten eventueel de basis-instellingen van ieder 150% duidelijk
verkleind worden. De aan deze plaatsen ingegeven waarden hebben quasi effect als “limiter”, waarmee feitelijk ingesteld
wordt, wanneer resp. op welk punt de uitslag van de servo niet meer verderlopen mag, zodat deze niet mechanisch vastloopt
en daardoor b.v. onnodig stroom verbruikt. Cruciaal voor de in te stellen waarde is hier dus het einde van de ter beschikking
staande mechanische speelruimte aan de servo, roer en/of aansturing.
Als voorbeeld is een model met een normale kruisstaart gekozen, waarbij het richtingsroer in een wigvormige uitsnede van
het hoogteroer beweegt. Om te voorkomen, dat het richtings- aan het hoogteroer vastloopt en deze eventueel blokkeert, wordt
normaal gesproken de uitslag mechanisch (aan de stuurstang) zó ingesteld, dat het roer bij een volledige uitslag van de
stuurknuppel net niet vastloopt. Zolang nu het richtingsroer uitsluitend gestuurd wordt met de bijbehorende stuurknuppel,
zijn er hier verder geen problemen. Op het moment echter, wanneer er ook nog naast het normale richtingsroersignaal een
mixer effect heeft op het richtingsroer, bv. “rol richting”-mixer, dan kan de optelsom van de beide signalen leiden tot een
te grote uitslag. Een juist ingestelde uitslagbegrenzing verhindert hier het mechanische aanlopen van het richtingsroer. De
uitslagbegrenzing moet echter niet te klein worden gekozen, zodat de uitslag van het richtingsroer niet permanent is beperkt.
Alternatief kunnen natuurlijk ook de uitslagen naar beide kanten zover worden verkleind, dat er na het optellen van de
maximale waarden geen aanlopen veroorzaakt wordt. Bij deze methode neemt u echter wel op de koop toe, dat de normale
uitslag van het richtingsroer altijd kleiner is, dan eigenlijk noodzakelijk zou zijn.
Niet alleen voor motorvliegers interessant is nog het menu …
”knuppel-instelling” (bladzijde 76)
Naast de voor iedereen interessante insteling van de stapgrootte in de kolom “Tr.stap” (aantal trimstappen per “trimhevel-
klik”) – apart in te stellen voor elk van de vier trimhevels – kan in het geval van een (latere) programmering van vliegfasen in
de tweede kolom van dit menu nog worden gekozen, of de trimming van rol, hoogte en richting “globaal” dus voor alle
vliegfasen of apart voor iedere (vlieg-)”fase” effect moet hebben.
De kolom “tijd” daarentegen interesseert ons bij deze eerste programmering nog niet.
Met de huidige instellingen kunnen zweef- en motormodellen in principe al vliegen. “Details” ontbreken. De kleine kneepjes,
die op den duur het vliegen juist nog leuker maken. Daarom moet u zich, wanneer u uw model al kunt vliegen, met het menu