Operation Manual
servo-aanduiding
aanduiding van de servo-posities
De actuele positie van ieder aparte servo, rekening houdend met de stuurelement- en servo-instellingen, wordt in een
balkdiagram exact tussen –150% en +150% van de normale stuuruitslag aangetoond. 0% komt precies overeen met de
middenpositie van de servo.
De “servo-aanduiding” kunt u niet alleen door keuze van dit menu oproepen, maar ook met een druk op de toets HELP bij
tegelijkertijd ingedrukt gehouden draaielement direct vanuit de basis/aanduiding van de zender en vanuit bijna alle
menu/posities.
Aanwijzingen:
• Om programmeerfouten te vermijden, is een eventuele verwisseling van de ontvangeruitgangen in het menu
“ontvangeruitgang” niet in deze aanduiding zichtbaar, omdat de programmering altijd betrekking heeft op de
oorspronkelijke ontvangerbezetting.
• Het aantal kanalen, dat in dit menu wordt getoond, komt overeen met de 12 stuurkanalen, waarover de MX-24s
beschikt. Het aantal, dat daadwerkelijk bruikbaar is, is afhankelijk van het gebruikte type ontvanger resp. het aantal
daaraan aangesloten servo’s en kan daarom eventueel veel geringer zijn.
• Gebruik deze aanduiding tijdens het programmeren van een model,omdat u alle instellingen aan de zender hier direct
kunt controleren. Dit mag u er echter niet van weerhouden, om vóór de eerste start van uw model alle
programmeerstappen ook bij het model te testen, om fouten tijdens het programmeren uit te sluiten!
servotest
functietest van de servo 1 … 8
Voor de servotest kan een willekeurige selectie van de ingangen 1 … 8 door keuze met het draaielement en aansluitend kort
indrukken daarvan worden geactiveerd. Zodra u ook maar één van de ingangen 1 … 8 op “actief” heeft gezet, verschijnt er
aan de onderste rand van het display de aanwijzing:
Een druk op ENTER zou nu b.v. de servotest op ingang “1” met een cyclustijd van 0,5 s starten. Voor het wijzigen van de
cyclustijd kiest u met het draaielement symbool onder de tijdsweergave. Elk kort indrukken van het draaielement verandert
nu de bewegingscyclus in stappen van 0,5 s tussen 0,5 en 3,0 s.
De met ENTER gestarte functie “servotest” stuurt de servo’s automatisch zo aan, alsof de bijbehorende stuurelementen
tegelijkertijd en constant in de ingestelde tijd tussen –100% en +100% heen en weer bewogen werden. Alle in het
desbetreffende modelgeheugen actieve mix- en koppelfuncties zijn dus effectief, en de servo’s bewegen zich binnen de
ingestelde uitslagen en begrenzingen.
Zodra u de servotest met ENTER heeft gestart, wordt er een venster getoond:
Druk nogmaals op ENTER of het draaielement, om de test te beëindigen.










