Operation Manual
De stuurfuncties van de leerlingzender MOETEN zonder tussenschakeling van welke mixers dan ook direct op de
stuurkanalen, d.w.z. de ontvangeruitgangen, effect hebben!
Bij zenders van de “mc” of “mx“-serie kunt u het beste een vrij modelgeheugen van het benodigde modeltype ( “vleugel” of
“heli”) activeren, van de modelnaam “leerling” voorzien en de stuurtoewijzing (mode 1 … 4) en “gas min naar
voren/achteren” aanpassen aan de gewoonten van de leerling. Alle andere instellingen worden in de basis-instelling gelaten!
Bij het modeltype “heli” wordt ook nog de gas-/pitchrichting en de stationairtrimming in de leerlingzender eventueel
aangepast. Alle andere instellingen alsmede mix- en koppelfuncties vinden uitsluitend in de leraarzender plaats en worden
ook vanuit deze naar het model overgedragen.
Bij de zenders van het type “D” en “FM” moet ook nog de servo-draairichting worden gecheckt en eventueel worden
aangepast door het omsteken van de desbetreffende kabels. Alle mixers moeten ook worden uitgeschakeld resp. op “nul”
worden gezet.
Bij de toewijzing van de stuurfuncties moet de gebruikelijke volgorde worden aangehouden:
kanaal functie
1 motordrossel/pitch
2 rolroer/rollen
3 hoogteroer/nicken
4 richtingsroer/hekrotor
Inzoverre u naast de functies van de beide kruisknuppels (1 … 4) nog meer stuurfuncties aan de leerlingzender wilt
overgeven, moeten in het menu “instelling stuurelement” van de leerling-zender aan die ingangen, die overeenkomen met
de vrij gegeven stuurelement-nummers 4 … 10 van de leraarzender, tenslotte nog stuurelementen worden toegewezen. In het
bovengenoemde voorbeeld – sturen van de welfkleppen via stuurelement 9 – moet dus aan de leerlingkant aan de “ingang 9”
naar eigen keuze één van de nog (ongebruikte) stuurelementen worden toegewezen. Aan de leerlinkant kunt u zelfs, inzoverre
dit mogelijk is bij de desbetreffende leerling-zender, een (externe) schakelaar toewijzen. Alleen kan dan de desbetreffende
functie slechts tussen twee resp. drie posities heen– en weer geschakeld worden, b.v. voor het aan- en uitschakelen van een
motor. (Als u aan de leerlingkant vergeten zou, om een stuurelement toe te wijzen, blijft bij de overgave naar de leerling-
zender het desbetreffende stuursignaal in de middenpositie.)
leraar- en leerling-zender verbinden
Beide zenders worden met elkaar verbonden via de passende kabel, zie overzicht in de rechter kolom: stekker met de
aanduiding “M”(master) in de bus van de leraar-zender en stekker met de aanduiding “S” (student) in de bus van de leerling-
zender steken.
Belangrijke aanwijzing:
Steek in geen geval een van de met “S” of “M” gekenmerkte uiteinden van de door u gebruikte leraar-/leerlingkabel –
herkenbaar aan de driepolige Cinc-stekker – in een aansluitbus van het DSC-systeem. Het is daarvoor niet geschikt.
testen vande functies:
Bedien nu de toegewezen leraar-leerling-schakelaar:
• het leerling-leraar-systeem werkt probleemloos, wanneer de aanduiding van “*L “ naar “*S” wisselt.
• verschijnt er daarentegen zowel in het “leraar/leerling”-menu als ook in de basis-aanduiding de waarschuwing …
… alsmede in het “leraar/leerling”-menu ook nog de aanduiding “-S”, en klinken er ook nog tegelijkertijd akoestische
signalen, dan is de verbinding tussen de leerling- en de leraarzender gestoord. In dit geval worden alle functies
onafhankelijk van de schakelaarpositie automatisch door de leraar-zender overgenomen, zodat het model geen enkel
moment stuurloos blijft.
mogelijke oorzaken van de foutmelding:
• Interface is niet goed op de plaats van de HF-module in de leerling-zender aangesloten.
• Leerling-zender niet klaar voor gebruik.
• Leerling-zender staat niet in de PPM-modus.
• Stekkers van de glasvezelkabel niet goed bevestigd
• Glasvezelkabel uit de stekker losgeraakt: in dit geval moet door licht drukken op het uiteinde van de aansluitstekker “S”
resp. “M” de klemaansluiting (1) van de kabel worden losgemaakt en moet de kabel (2) tot aan de aanslag weer naar
binnen worden geschoven. Bij nieuwere systemen is de glasvezelkabel vastgeschroefd. Let u er op, dat u geen
verontreinigingen in de openingen van de kabel veroorzaakt.
• Verkeerde kabelverbinding: keuze van kabel zie volgende bladzijde.










