Operation Manual

Fail-Safe-instelling
Fail Safe in de modulatiesoort “APCM24”
Dit menu verschijnt in de multifunctielijst ALLEEN IN DE APCM24-ZENDMODUS. Deze modulatiesoort moet in het
geheugenplaats-specifieke menu “basis-instellingen model” van te voren worden ingevoerd. De APCM24-modulatie betreft
alle ontvangers met “amc”in de typeaanduiding.
De Fail-Safe-programmering in de PCM20- en SPCM20-modus werd in het vorige onderdelen uitgelegd.
De door het systeem opgeroepen hogere veiligheid van de Pulse-Code-modulatie (PCM) ten opzichte van een Puls-Positie-
modulatie (PPM) resulteert uit het feit, dat de in de (PCM-)ontvanger ingebouwde microprocessor ook “onzuiver” ontvangen
signalen nog kan verwerken. Pas wanneer deze, b.v. door sterke storingen, te veel gaan afwijken of zelfs verminkt zijn,
vervangt de processor deze signalen automatisch door de laatste als correct bevonden en daarom in de ontvanger opgeslagen
stuursignalen. Door deze in de tijd begrensde processen worden b.v. ook korte storingen, door een gebrek aan veldsterkte
o.i.d. verborgen, die anders tot de bekende storingsverschijnselen zouden leiden.
Let op:
Benut bij het gebruik van de PCM-modulatiesoorten PCM, SPCM en APCM hun veiligheidspotentieel, door voor een
Fail-Safe-geval de motordrosselpositie bij modellen met verbrandingsmotor op stationair resp. bij electromodellen op stop
te programmeren. Het model kan er dan in het geval van een storing niet zo makkelijk ‘zelf’ er vandoor gaan en zo,
wanneer dit b.v. op de grond gebeurt, schade of zelfs letsel aan personen veroorzaken.
Zolang u nog geen Fail-Safe-programmering in het actuele modelgeheugen heeft ingevoerd, verschijnt er bij het inschakelen
van de zender in de basis-aanduiding gedurende enkele seconden een waarschuwing:
De functie “Fail Safe” bepaalt het gedrag van de ontvanger in het geval van een storing van de overdracht tussen zender en
ontvanger. In de zendmodus APCM24 kan elk van de servo’s naar keuze …
1. … de momentele positie vasthouden ( “halt”):
Alle op “halt” geprogrammeerde servo’s blijven in het geval van een storing zolang in die positie staan, die door de
ontvanger het laatst als correct werd herkend totdat een nieuw, correct signaal wordt herkend.
2. … zich bij het optreden van een overdrachtsstoring naar een vrij te kiezen positie ( “pos”) begeven.
In onderscheid tot de SPCM20-modus kunnen alle ontvangeruitgangen APCM naar eigen inzicht in de “halt”- of
“positie”- modus (zonder tijdsvertraging) worden geprogrammeerd.
Kies via het draaielement het kanaal 1 tot 12 () en druk dan kort op het draaielement, om tussen “halt”- en “positie”- modus
om te schakelen:
Kies daarna met het draaielement het STO-veld uit. Breng nu de servo’s, die u in de positiemodus heeft geschakeld, via de
bijbehorende bedieningselementen tegelijkertijd in de gewenste posities. Met een kort indrukken van het draaielement
worden deze posities als Fail-Safe-instelling opgeslagen. In regelmatige afstanden worden deze gegevens naar het geheugen
van de ontvanger gezonden, zodat de ontvanger in het geval van een storing hierop terug kan grijpen. Het opslaan wordt op
het display gedurende een korte tijd getoond:
WAARSCHUWING:
SCHAKEL ONDER GEEN ENKELE VOORWAARDE TIJDENS HET VLIEGEN DE ZENDER UIT!!! U RISKEERT
DAARMEE IN IEDER GEVAL HET VERLIES VAN UW MODEL, OMDAT HET VANWEGE DE DIRECT NA HET
INSCHAKELEN VERSCHIJNENDE VEILIGHEIDSVRAAG “HF INSCHAKELEN JA/NEE” NAUWELIJKS
MOGELIJK ZAL ZIJN, DE HF-AFSTRALING WEER OP TIJD TE ACTIVEREN.