Operation Manual
ingestelde mixpercentage. Het effect van stuurelement “6” reikt in dit geval dus tot aan uitgang “8”. Een dergelijke
serieschakeling kan willekeurig voortgezet worden, zodat b.v. via een andere mixer “8 → 12” het stuurelement-signaal van
“6” via de diverse mixpercentages effect heeft tot aan uitgang “12”. Natuurlijk blijft ook bij de serieschakeling iedere
individuele mixer via het bijbehorende stuurelement van de mixeringang bestuurbaar. Op dezelfde manier hebben ook de
vleugel- en helimixers effect op “in serie”geschakelde mixers!
verdere bijzonderheden van de vrije mixers
mixer-ingang = mixer-uitgang
Mixers, waarbij de mixer-ingang gelijk gezet werd aan de mixeruitgang, b.v.8 → 8, maken het in combinatie met de optie,
een vrije mixer naar willekuer te kunnen aan- en uitschakelen, mogelijk om heel speciale effecten te bereiken.
Een gebruiksvoorbeeld van dit type mixers vindt u op bladzijde 182.
Tip:
Wanneer u de desbetreffende stuurfunctie, hier bijvoorbeeld “8”, in het menu “alleen MIX kanaal”, (bladzijde 142), van het
stuurkanaal “8” losmaakt, dan bepaalt uitsluitend het nog vast te leggen mixpercentage de reactie van de servo. Daarmee
kunt u op dezelfde manier als het menu “kanaal 1 curve” met de mixers 1 … 8 lineaire of met de curvenmixers 9 … 12 ook
8-punts-stuurcurven voor willekeurige stuurelementen maken, en deze bij behoefte ook mee laten doen in de vliegfase-
omschakeling. Bovendien is deze “verbinding” dan niet alleen schakelbaar, maar kan ook, wanneer u in het menu “instelling
stuurelement” in de kolom “-tijd+” een tijdsvertraging inprogrammeert, vertraagd verlopen. Nadere informatie hierbij
vindt u in het programmeervoorbeeld bij de “sturen van tijdsafhankelijke bewegingen” op bladzijde 182.
Mixeruitgang heeft effect op de softwarematig al ingestelde koppeling van rolroer- welfkleppen- en pitchservo’s.
• vleugelmodellen
Afhankelijk van het aantal vleugelservo’s, dat in het menu “modeltype” werd vastgelegd, zijn de uitgangen 2 en 5 aan de
ontvanger voor de rolroerservo’s en de uitgangen 6 en 7 voor de beide welfkleppenservo’s, en eventueel de uitgangen 9 en
10 voor de WK2-servo’s gereserveerd.
Worden er mixeruitgangen op dergelijke koppelingen geprogrammeerd, dan moet de stuurkanaal-afhankelijke draairichting
in het oog gehouden worden:
mixer effect
N.N.* → 2 het servopaar 2 + 5 reageert met een rolroerfunctie
N.N.* → 5 het servopaar 2 + 5 reageert met een welfkleppenfunctie
N.N.* → 6 het servopaar 6 + 7 reageert met een welfkleppenfunctie
N.N.* → 7 het servopaar 6 + 7 reageert met een rolroerfunctie
N.N.* → 9 het servopaar 9 + 10 reageert met een welfkleppenfunctie
N.N.* → 10 het servopaar 9 + 10 reageert met een welfkleppenfunctie
* N.N. = Nomen Nominandum (de te benoemen naam)
• helikoptermodellen
Bij de helikoptermixers zijn afhankelijk van het type helikopter voor de pitchsturing maximaal 4 servo’s aan de
ontvangeruitgangen 1, 2, 3 en 5 nodig, die softwarematig voor de functies pitch, rol en nick met elkaar verbonden zijn. Het
is niet raadzaam, om buiten het menu “helimixers” om nog een extra vrije mixer naar de bezette kanalen te mixen, omdat er
dan soms heel gecompliceerde verbindingen kunnen ontstaan. Tot de weinige uitzonderingen hoort de “pitchtrimming via
een apart stuurelement”, zoals het voorbeeld nr. 3 op bladzijde 141 laat zien.
Belangrijke aanwijzingen:
• Let u er vooral bij serieschakelingen op, dat de mixuitslagen van de diverse mixers bij een gelijktijdige beweging van
de stuurknuppel opgeteld worden en de servo dus mechanisch kan aanlopen. Eventueel de “servo-uitslag”resp.
“uitslagbegrenzing” in het menu “servo-instelling” verkleinen en/of de mixerwaarden aanpassen.
• Vanwege de data-comprimering vóór de overdracht, kan het bij PCM20-ontvangers en gebruik van meer dan 8 servo-
uitgangen voorkomen, dat bij de mixers “1→ 9”, “1→ 10” en “2→10” de aan de uitgangen 9 en 10 aangesloten
servo’s wat minder soepel lopen. Bij PCM20 kunnen deze effecten aan de uitgangen 9 en 10 bij die mixercombinaties
optreden, wanneer meerdere servo’s parallel via een stuurelement worden aangestuurd. Hierbij gaat het dus niet om
een foutief functioneren van de zender of ontvanger.
• Gebruik de mogelijkheid, om op ieder moment via een eenvoudige druk op de HELP-toets bij tegelijkertijd ingedrukt
draaielement bij de “servo-aanduiding” en met een druk op het draaielement of ESC weer terug te komen. Daar heeft
u de mogelijkheid om het effect van uw instellingen direct te zien.
mixpercentages en mixerneutraalpunt
Nadat we tot nu toe de verschillende mixerfuncties hebben uitgelegd, beschrijven we nu het instellen van lineaire en niet-
lineaire mixercurven.










