Operation Manual

algemene opmerkingen bij de vrij programmeerbare mixers
Op de voorafgaande bladzijden zijn in het kader van de beschrijving vande beide menu’s “vleugelmixers” en “helimixers”
een heel aantal kant-en-klare mixers beschreven. De principes van de bediening en de betekenis werden u bovendien op
bladzijde 110 al uit de doeken gedaan. Hieronder volgt algemenere informatie over de zogenaamde “vrije mixers”:
De MX-24s biedt in elke modelgeheugenplaats een aantal vrij programmeerbare mixers, waarbij u de ingang en uitgang
alsmede het mixpercentage naar eigen goeddunken kunt definiëren, en wel:
8 lineaire mixers met de nummers 1 tot 8
4 curvenmixers met de nummers 9 tot 12.
Deze in totaal 12 mixers zijn zeker in de meeste gevallen voldoende , in ieder geval wanneer u de mogelijkheden van de
voorgeprogrammeerde koppelfuncties toepast. In het menu “MIX akt. / fase”, bladzijde 142, heeft u de mogelijkheid om
willkeurig ieder van deze 12 mixers vliegfasen-afhankelijk te activeren resp. te deactiveren.
Bij de “vrije mixers” wordt als ingangssignaal het aan een willkeurige stuurfunctie (1 tot 12) aanliggende of bij een
zogenaamd “schakelkanaal”, zie verder hieronder, het signaal van een willekeurige schakelaar gebruikt. Het op het
stuurkanaal liggende en aan de mixeringang toegevoerde signaal wordt door het desbetreffende stuurelement en door de
bijbehorende karakteristiek van dit stuurelement, zoals deze b.v. in de menu’s “Dual Rate / Expo”, “kanaal 1 curve” en
“instelling stuurelement” zijn vastgelegd, bepaald.
De mixeruitgang heeft effect op een vrij te kiezen stuurkanaal ( 1 tot –afhankelijk van het type ontvanger – max. 12) die,
voordat hij het signaal naar de servo verstuurt, alleen nog door het menu “servo-instellingen”, dus de functie servo-omkeer,
neutraalpunt-verschuiving , servo-uitslag en servo-uitslagbegrenzing kan worden beïnvloed.
Een stuurfunctie mag tegelijkertijd voor willkeurig veel mixer-ingangen worden gebruikt, wanneer b.v. mixers parallel
geschakeld moeten worden. Omgekeerd mogen ook willekeurig veel mixer-uitgangen op één en hetzelfde stuurkanaal effect
hebben. Met name in het laatste geval moet u er op letten, dat de desbetreffende servo ook dan niet mechanisch vastloopt,
wanneer meerdere mixersignalen bij elkaar worden opgeteld. Eeventueel moet u voor de veiligheid in het menu “servo-
instelling” een passende begrenzing van de uitslag instellen.
Voor complexere toepassingen kunnen mixers ook in serie worden geschakeld: in dit geval wordt als ingangssignaal van de
“in serie” geschakelde mixer niet het (van het stuurelement afkomstige) signaal aan de “uitgang” van een stuurfunctie, maar
het “verder daarachter”, aan de “ingang” van een stuurkanaal liggende signaal(-mix) gebruikt. Voorbeelden volgen
hieronder, bij de beschrijving van de vrije mixers.
Softwarematig is de vrij programmeerbare mixer eerst altijd ingeschakeld. Naar keuze kan aan de mixer echter ook een
AAN-/UIT-schakelaar worden toegewezen. Let u echter vanwege het grote aantal schakelbare functies op een onbedoelde
dubbele bezetting van een schakelaar.
De beide wezenlijke parameters van de mixers zijn…
… het mixpercentage, dat bepaalt, in welke mate het ingangssignaal op het aan de uitgang van de mixer
aangesloten stuurkanaal effect heeft. Bij de lineaire mixers kan het mixpercentage symmetrisch of asymmetrisch
worden ingesteld en bij de curvenmixers ook nog via maximaal 8 punten naar eigen inzicht worden geconfigureerd,
om ook extreme niet-lineaire curven te kunnen realiseren.
… het neutraalpunt van een mixer, dat ook wordt aangeduid met “Offset’.
De Offset is dat punt op de stuuruitslag van een stuurelement (stuurknuppels, proportionele stuurelementen of
schakelaars), waarbij de mixer het aan zijn uitgang aangesloten stuurkanaal net niet beïnvloedt. Normaal gesproken
is dit de middenpositie van het stuurelement. De Offset kan naar een willekeurige plaats van de stuuruitslag worden
verschoven. Omdat de curvenmixers helemaal vrij kunnen worden ingesteld, is een standaard-instelling van een
mixer-neutraalpunt alleen bij de 8 lineaire mixers zinvol.
schakelkanaal “S” als mixer-ingang
Af en toe is echter slechts een constant stuursignaal als mixer-ingang nodig, om b.v parallel aan de gesloten sleepkoppeling
het hoogteroer iets “up”te geven.
Via de zowel aan de sleepkoppeling als aan de mixer toegewezen schakelaar kan dan niet alleen de eerstgenoemde worden
geopend en gesloten, maar via het mixepercentage ook de gewenste trimimpuls aan het hoogteroer worden toegediend. Om
het verschil aan te duiden wordt deze stuurfunctie van de mixer-ingang in het programma voorzien van de letter “S” van
“schakelkanaal”.