Operation Manual
Deze (vaste) standaardwaarde kan met het K1-trimelement ook nog worden gevarieerd, als in de in het menu “knuppel-
instelling” (bladzijde 77) te vinden regel “pitch/gas” “AR gas” wordt gekozen. In dit geval heeft het K1-trimelement
uitsluitend effect in de autorotatie-vliegfase. De positie ervan kan echter ook buiten deze vliegfase om worden gewijzigd.
Deze al voorgegeven mogelijkheid is er met name voor bedoeld, om na autorotatie-oefeningen met draaiende motor op een
eenvoudige manier ten slotte een autorotatie-landing met stilstaande motor te kunnen uitvoeren. Zo kan het K1-trimelement
al tijdens een willekeurig moment vóór het omschakelen naar de “autorot”-vliegfase in een voor het afzetten van de motor
geschikte positie worden gebracht.
hekrotoroffset AR
Bij een normale vlucht is de hekrotor zo ingesteld, dat hij bij het hoveren het draaimoment van de motor compenseert. Hij
veroorzaakt dus in de basis-instelling al een bepaalde stuwkracht. Deze stuwkracht wordt dan door de hekrotorsturing en door
verschillende mixers voor allerlei soorten van draaimoment-compensatie gevariëerd en afhankelijk van de
weersomstandigheden, het toerental en andere invloeden met de hekrotortrimming bijgesteld.
In de autorotatie echter wordt de hekrotor niet door de motor aangedreven. Daardoor ontstaan er ook geen draaimomenten
meer, die door de hekrotor gecompenseerd moeten worden. Daarom worden niet alleen alle bijbehorende mixers automatisch
uitgeschakeld, maar ook de basis-instelling van de hekrotor moet anders zijn:
Schakelt u de motor uit en zet u de helikopter horizontaal neer. Bij ingeschakelde zender en ontvanger klapt u nu de
hekrotorbladen naar beneden en verandert u nu via de waarde in de regel “hekrotoroffset” de instelhoek naar nul graden. De
hekrotorbladen staan nu van achteren gezien parallel. Afhankelijk van de wrijving en weerstand van de overbrenging kan het
voorkomen, dat de romp nog draait. Dit relatief kleine draaimoment moet dan ook via de instelhoek van de hekrotorbladen
gecompenseerd worden. In ieder geval ligt deze waarde tussen nul graden en een instelhoek tegen de richting van de
instelhoek bij het normale vliegen in. Stel dus de offset-waarde dienovereenkomstig bij.
Instelbaar zijn waarden tussen –125% en +125%. (CLEAR = 0%.)
Afsluitende aanwijzing:
Zoals ook in de andere vliegfasen biedt de MX-24s u natuurlijk de mogelijkheid, om ook in de autorotatie fase de rol- en
nickfunctie en vooral de hekrotorinstelling via de vliegfasenspecifiek werkende digitale trimming apart te trimmen, zie menu
“knuppel-instelling” op bladzijde 77.










