Operation Manual

principes van de programmering:
1. Met ingedrukt draaielement de gewenste regel uitkiezen. Afhankelijk van de gekozen regel verschijnt in de onderste
regel van het display óf het symbool voor “volgende bladzijde ()” óf SEL of SYM en ASY (om de mixer per kant
in te kunnen stellen), alsmede het schakelaarsymbool.
2. Met draaielement één van deze velden selecteren.
3. Draaielement kort indrukken. Afhankelijk van de gekozen regel vindt nu een wissel naar de volgende bladzijde
plaats, waar u dan op dezelfde wijze verder gaat, of het inverse veld wisselt naar de waarde-instelling in de
uitgekozen regel).
4. Via draaielement differentiatie-graad resp. mixpercentage instellen of schakelaar toewijzen. Negatieve en positieve
parameter-waarden zijn mogelijk, om de desbetreffende functie aan de servo-draairichting resp. de uitslagrichting van
de roeren te kunnen aanpassen. (CLEAR = zet terug naar de standaardwaarde.)
5. Invoer beeindigen door kort indrukken van het draaielement.
schakelaar toewijzen
De vleugelmixers “rolroer 2 4 richtingsroer”, “hoogteroer 3 6 welfklep” en “welfklep 6 3 hoogteroer” zijn via een
schakelaar of een uitgebreide schakelaar optioneel aan-uitschakelbaar. Bij keuze van de desbetreffende regel verschijnt
daarom het bekende schakelaarsymbool.
omschakelvertraging
De in het menu “fasentoewijzing”, bladzijde 104 voor de desbetreffende vliegfase ingestelde vertragingstijd resp.
omschakeltijd verhindert abrupte veranderingen van kleppenposities bij het omschakelen tussen vliegfasen.
mixer-neutraalpunten (Offset)
Bij alle mixers van het ondermenu “reminstellingen” moet het mixer-nulpunt (“Offset”) in die positie van het stuurelement
worden geplaatst, waarbij de remkleppen zijn ingdraaid.
Leg daarom in het menu “modeltype” in de regel “rem” de ingang (1, 7, 8 of 9) en de Offset vast, zie bladzijde 70. Bij
“ingang 1” moet u er op letten, dat u vóór het vastleggen van het Offsetpunt in de regel “motor” eventueel de gewenste “gas
min”-positie “naar voren/achteren” vastlegt.
Aanwijzing:
Wordt de Offset niet helemaal aan het einde van de uitslag van het stuurelement gelegd, dan is de rest van de uitslag “loos
bereik”, d.w.z. het stuurelement beïnvloedt dan geen van de mixers van het ondermenu “reminstellingen”. Bovendien wordt
de mixer-uitslag weer automatisch over 100% verdeeld.
Alle andere mixers in het menu “vleugelmixers” hebben hun neutraalpunt in de nulpositie van het stuurelement, d.w.z. geen
effect. Bij een volledige uitslag wordt de ingestelde waarde bijgemixt.
mixerfuncties
Hieronder worden de verschillende opties van het menupunt “vleugelmixers”, apart voor 1-, 2- en multikleppen-modellen
besproken. Eerst echter enkele opmerkingen over de differentiatie van rolroeren en welfkleppen:
rolroer-differentiatie
Bij het naar beneden uitslaande roer van een rolroer-uitslag ontstaat door aerodynamische oorzaken een grotere weerstand
dan bij het evenver naar boven uitslaande roer. Uit deze ongelijke verdeling van de luchtweerstand resulteert o.a. een
draaimoment om de hoogte-as met als gevolg een “uitdraaien” uit de vliegrichting, zodat dit ongewenste neveneffect ook wel
als “negatief draaimoment” wordt aangeduid. Dit effect doet zich bij zweefvliegtuigen met een hoge vleugelslankheid sterker
gelden dan bij motorvliegtuigen met hun duidelijk kortere hevelarmen, en moet normaal gesproken gecompenseerd worden
door een gelijktijdige en tegengestelde uitslag van het richtingsroer. Dit veroorzaakt echter weer extra luchtweerstand en
verslechtert de vliegprestaties.
Worden daarentegen de rolroeruitslagen gedifferentieerd, door het naar onderen uitslaande rolroer een kleinere uitslag mee te
geven dan het naar boven uitslaande rolroer, dan kan daardoor het (ongewenste) negatieve draaimoment verkleind of
gecompenseerd worden. Een voorwaarde daarvoor is wel, dat voor ieder rolroer een eigen servo aanwezig is, die ook meteen
in de vleugel kan worden ingebouwd. De dan kortere aansturing resulteert bovendien in reproduceerbare rolroerposities en
een spelingsvrije aansturing.
Deze, tegenwoordig gebruikelijke soort van differentiatie via de zender heeft in tegenstelling tot mechanische oplossingen,
die meestal al bij de bouw van het model moeten worden ingesteld en vaak bij sterke differentiatie snel tot een grote
hoeveelheid speling in de aansturing leiden, grote voordelen:
Zo kan b.v. de mate van differentiatie op elk moment veranderd worden, in het meest extreme geval kan de rolroeruitslag
naar beneden in de zogenaamde “Split”-positie zelfs helemaal onderdrukt worden. Op deze manier wordt niet alleen het
negatieve draaimoment verkleind of onderdrukt worden, maar kan er zelfs een positief draaimoment ontstaan, zodat bij een
rolroeruitslag een draaien om de hoogteas in de richting van de bocht ontstaat. Vooral bij grote zweefvliegtuigmodellen
kunnen op deze manier “nette” bochten met alleen de rolroeren worden gevlogen, wat normaal gesproken niet mogelijk is.