Operation Manual

fasen-instelling
inrichten van vliegfasen
Binnen een modelgeheugenplaats biedt de MX-24s de mogelijkheid, om maximaal 8 van elkaar afwijkende instellingen voor
verschillende vliegtoestanden, normaal gesproken aangeduid met “vliegfasen”, te programmeren.
Afhankelijk van de instelling “gas min naar voren/achteren” of “geen” in de regel “motor aan K1” van het menu
“modeltype”
… toont het display van uw zender één van de beide volgende varianten:
Motor aan K1 “geen”
Motor aan K1 “gas min naar voren/achteren”
Het inrichten van vliegfasen …
… voor vliegtuigmodellen begint u bij dit menupunt, waarbij u de diverse fasen een naam toekent en een tijdsvertraging
meegeeft, om een (soepel) omschakelen naar deze vliegfase mogelijk te maken, waarbij – afhankelijk van uw model en uw
instellingen – langere omschakeltijden dan de standaard 0,1 s raadzaam zijn. U kunt ook meer fasen van namen en een
omschakeltijd voorzien dan dat u op het moment denkt nodig te hebben, want welke van de “al aangemaakte” fasen u
tenslotte activeert, beslist u pas in het menu “fasentoewijzing”, bladzijde 104 met het zetten van fase-schakelaars.
Of op het moment aan één van de fasen 1…8 al een schakelaar werd toegekend en hoe deze staat, is zichtbaar in de rechter
“status”-kolom:
teken opmerking
- geen schakelaar toegekend
+ fase via schakelaar op te roepen
* kenmerkt de momenteel actieve fase
Aanwijzing:
Bij het programmeren van verschillende vliegfasen is de optie “kopiëren vliegfasen” in het menu “kopiëren/wissen” handig.
Eerst worden de parameters voor een bepaalde vliegfase vastgelegd en daarna naar de volgende vliegfase gekopieerd, waar
ze vervolgens naar behoefte kunnen worden aangepast.
kolom “naam”
Drukt u het draaielement in en kiest u voor de benodigde vliegfase 1 … 8 via het draaielement de passende naam uit de lijst.
Naast deze standaardkeuze kunt u in het menu “algemene instellingen” (bladzijde 154) tot maximaal 10 eigen fasennamen
definiëren.
De volgorde van de fasen 1 tot 8 is totaal onbelangrijk en er mogen ook nummers worden overgeslagen. Begin echter toch
altijd met “fase 1”, de “normale fase”, die altijd actief is wanneer
In het menu “fasentoewijzing” geen fasen-schakelaar is gezet, of
aan bepaalde schakelaar-combinaties geen fase werd toegekend.
De fasenaam “normaal” zou daarom voor de “fase 1” zeker zinvol kunnen zijn. De namen zelf hebben geen enkele
programmeertechnische betekenis, ze zijn alleen nodig om bij het verdere programmeren de verschillende vliegfasen uit
elkaar te kunnen houden en worden daarom in alle vliegfasen-afhankelijke menu’s en ook in de basis-aanduiding van de
zender op het display getoond.
kolom “vliegf. klok” resp. “klok”
Naast de standaardklokken van de basis-displayaanduiding kunt u beschikken over andere klokken, die in het menu
“vliegfasenklokken” (bladzijde 108) ingesteld kunnen worden.
keuzelijst klokken
klok 1, klok 2, klok 3, ronde, tijd1, tijd2.
De vliegfasenklokken “klok 1 … 3” en “tijd1” en “tijd2” lopen alleen in die vliegfase, waaraan ze in dit menu werden
toegewezen. In andere vliegfasen worden ze gestopt (en onzichtbaar gemaakt) en de toegewezen start-/stop-schakelaar werkt
niet.
De eenmaal gestarte rondenteller daarentegen loopt ook bij een wisselen van vliegfasen verder, kan echter vanuit elke
vliegfase via de ESC-toets worden gestopt.
Terwijl u met “ronde” via een schakelaar (SW) rondetijden kunt opnemen, hebben de beide klokken “tijd1” en “tijd2” de
volgende betekenis:
tijd1 Er worden alleen die tijden gemeten, waarvan de in de regel “rondent./tijdtab” van het menu “vliegfasenklokken”
(bladzijde 108) toegewezen schakelaar, stuurelement- of logische schakelaar “gesloten” is. De frequentie van de
bediening van deze schakelaar wordt weergegeven in de basis-aanduiding. Dit tellerveld verschijnt invers, zodra de
schakelaar voor de tijd1-klok “geopend” is, d.w.z. de klok gestopt wordt: