Operation Manual
6.
Veiligheidsaanwijzingen
1.
Verwijder
voordat
de
compressor
de
eerste
keer
gestart
wordt
eerst
de
motorafdekking,
sluit
de
ontluchtingsbuis
aan
en
bevestig
de
luchtfilter
(afb.
4).
2.
Werk
nooit
aan
de
compressor
als
er
nog
druklucht
in
de
tank
zil.
3.
Werk
nooit
aan
de
elektrische
installatie
van
de
compressor,
zonder
de
stekker
uit
het
contact
te
trekken.
./t._1
4.
Verstel
het
veiligheidsventiel
nooit
zonder
goede
reden.
Plastic
Cover
5.
Gebruik
de
compressor
uitsluitend
met
de
voorgeschreven
spanning.
6.
Trek
nooit
de
stekker
uit
het
contact
om
de
compressor
uit
te
schakelen.
Zet
in
plaats
daarvan
de
schakelaar
op
"uit".
7.
Ais
het
ontlastingsventiel
na
het
stoppen
van
de
motor
niet
werkt,
moet
dit
probleem
dired
opgelost
worden.
Zo
niet,
kan
de
motor
beschadigd
worden.
alb.
4
8.
Nieuwe
smeerolie
moet
schoon
zijn.
Het
oliepeil
moet
altijd
in
het
bereik
van
de
rode
cirkel
blijven.
9.
Om
de
compressor
compleet
van
de
netspanning
te
verbreken
moet
de
stekker
uit
het
contad
getrokken
worden.
7.
Onderhoudsinstructies
1.
Na
de
eerste
10
bedrijfsuren
moet
de
carter
gereinigd
en
de
olie
.ververst
worden.
2.
Het
olipeil
dient
aile
20
bedrijfsuren
gecontroleerd
en
indien
nodig
bijgevuld
te
worden.
_ .
J.
De
aftapkraan
onder
aan
de
tank
dient
aile
60
bedrijfsuren
geopend
te
worden,
zodat
condenswater
kan
aflopen.
4.
Aile
120
bedrijfsuren
dienen
de
carter
en
luchtfilter
gereinigd,
het
veiligheidsventiel
en
de
manometer
gecontroleerd
en
de
olie
ververst
te
wo·rden.
8.
Troubleshooting
Storing
Mogelijke
oorzaak
Oplossing
1.
Ontoerijkende
spanning
of
fout
in
elektr.
circuit
1.
Elektrisch
circuit
controleren
Motor
kan
niet
gestart
worden,
2.
Stroomkabel
te
lang
of
te
dun
2.
Kabel
vervangen
loop!
t
elangzaam
of
wordt
te
3.
Storing
van
de
drukschakelaar
3.
Schakelaar
repareren
of
vervangen
heet
4.
Storing
in
de
motor
4.
Repareren
of
vervangen
5.
Hoofdcompressor
blokkeert
5.
Controleren
en
repareren
Compressor
blokkeert
1.
Oververhitte
delen,
door
gebrek
aan
smeerolie
2.
Bewegende
onderdelen
door
vreemde
delen
beschadigd
of
geblokkeerd
Carter,
lagers,
drijfstang,
zuigerveer
en
zuiger
controleren
en
indien
nodig
vervangen
1.
Een
verbindingsstuk
is
losgeraakt
1.
Controleren
en
bevestigen
Compresoor
vibreert
heftig
enl
2.
Vreemde
delen
in
de
compressor
2.
Controleren
en
vreemde
delen
verwijderen
of
maakt
abnormale
geluiden
3.
Zuiger
stoot
tegen
klepzitting
3.
Dikkere
pakking
monteren
4.
Beweegbare
delen
versleten
4.
Repareren
of
vervangen
1.
Motor
loop
te
langzaam
I.
Controleren
en
oplossen
2.
Luchtfilter
verstopt
2.
filter
reinigen
of
vervangen
.
'Ontoereikende
drukopbouw
of
gereduceerde
ontluchting
3.
Veiligheidsventiellekt
4.
Ontluchtingsbuisje
lel<l
5.
Pakking
beschadigd
3.
Controleren
en
vervangen
van
het
ventiel
4.
Controleren
en
repareren
5.
Controleren
en
vervangen
6.
Ventielplaat
beschadigd
of
met
roet
bezet
6.
Vervangen
en
reinigen
7.
Zuigerveer
en
cilinder
versleten
7.
Repareren
of
vervangen
Olieverbruik
te
hoog
I.
Oliepeil
te
hoog
2.
Ontluchtingsbuisje
verstopt
3.
Zuigerveer
of
cilinder
versleten
of
beschadigd
1.
Oliepeil
op
juiste
niveau
brengen
2.
Controleren
en
reinigen
3.
Repareren
of
vervangen
14







