Operation Manual

30
Functionele Kenmerken
In een window kan nu door gebruik van de CURSOR de lokale tijd worden ingevoerd.
Toets ENTER ter bevestiging.
Toets GOTO voor openen van de menu balk en selecteer voor terugkeer naar de GMT
tijd SETUP, SET TIME en dan GMT.
Kaart presentatie
Met deze functie heeft de gebruiker voor de presentatie van symbolen en kleuren de
keuze tussen de Internationale of de US layout. Toets GOTO voor display van het menu,
selecteer SETUP en PRESENTATION (INTER. of US) en kies de gewenste optie.
Display mode
Voor de kleur van de kaart kan uit drie vooraf bepaalde modes worden gekozen: BRIGHT
(helder lichtniveau), DAY (normaal lichtniveau) en NIGHT (matig lichtniveau).
Toets GOTO voor display van het menu, selecteer SETUP, MODE en kies dan de
gewenste optie.
Dieptelijnen
Met deze functie kan de gebruiker een display met dieptelijnen selecteren; de
beschikbare opties zijn:
5m: display van uitsluitend dieptelijnen tot 5 meter diepte
10m: display van uitsluitend dieptelijnen tot 10 meter diepte
20m: display van uitsluitend dieptelijnen tot 20 meter diepte
ALL: display van alle dieptelijnen
Veiligheid contouren
Deze functie stelt de gebruiker in staat om het display van diepte gebieden in te stellen
op het gewenste niveau van veiligheid. De beschikbare opties zijn:
OFF: geen display van dieptelijnen
Andere waarden: de gebieden tot aan de geselecteerde waarde worden getoond in
kleurschakeringen vanaf donkerblauw (voor geringe diepte) tot lichtblauw (voor grotere
diepte). De gebieden waarvan de diepte groter is dan de ingestelde limiet en die dus altijd
veilig bevaarbaar zijn, worden getoond in een witte kleur. Droogvallende gebieden
worden altijd in een groene kleur afgebeeld.