Operation Manual

26
Functionele Kenmerken
FUNCTIONELE KENMERKEN
Dit hoofdstuk beschrijft een aantal van de meest belangrijke functies van de GEONAV
evenals de termen die regelmatig in dit document terugkeren.
Inschakelen/Uitschakelen van het apparaat
Toets PWR om de GEONAV in te schakelen. Houd voor uitschakelen de PWR toets
langer dan 1 seconde ingedrukt.
Interne of externe GPS
Ter vereenvoudiging van de installatie kan de GEONAV gebruik maken van zijn eigen
interne GPS of een externe ontvanger, afhankelijk van de installatie locatie (binnen of
buiten).
Toets voor selectie van de interne of externe GPS eerst GOTO voor display van het
menu en selecteer dan SETUP en vervolgens GPS INT/EXT. Toets ENTER ter
bevestiging .
Dieptemeter
In de dieptemeter mode zal de GEONAV gelijktijdig navigatie data en, in grafische vorm,
diepte data tonen, evenals de watertemperatuur.
De diepte aanwijzing kan in meters (standaard waarde), voeten of vadems worden
gekozen; selecteer de eenheid door GOTO te toetsen voor display van het menu en kies
dan SETUP en daarna DEPTH UNITS (M/FT/FA).
Navigatie mode (Automatisch)
De GEONAV schakelt over naar de Navigatie mode zodra de GPS een geldige fix
verzendt; in deze Navigatie mode:
• Wordt de handmatige cursor niet afgebeeld;
• Is toegang tot de dieptemeter window mogelijk.
Deze mode wordt ook automatisch genoemd omdat het apparaat automatisch de
kaartschaal selecteert en de scheepspositie op het scherm actualiseert.










