Operation Manual

2
Selecteer Files op route.
Er wordt een lijst met verkeerssituaties op uw route
weergegeven, gesorteerd op locatie op uw route.
3
Selecteer een gebeurtenis.
Handmatig verkeer op uw route vermijden
1
Selecteer op de kaart.
2
Selecteer Files op route.
3
Gebruik zo nodig de pijlen om andere vertragingen op uw
route weer te geven.
4
Selecteer > Vermijd.
Een alternatieve route nemen
1
Selecteer tijdens het navigeren.
2
Selecteer Alternatieve route.
3
Selecteer een route.
Verkeersinformatie op de kaart weergeven
Op de kaart met verkeersinformatie worden met kleurcodes de
verkeersstroom en vertragingen op wegen in de buurt
weergegeven.
1
Selecteer op de kaart.
2
Selecteer Verkeerssituaties.
Verkeer in uw omgeving
Vertragingen zoeken
1
Selecteer op de kaartpagina.
2
Selecteer Verkeerssituaties > .
3
Selecteer een item in de lijst.
4
Als er meerdere vertragingen zijn, gebruik dan de pijlen om
de overige vertragingen weer te geven.
Een verkeersprobleem op de kaart weergeven
1
Selecteer op de kaart.
2
Selecteer Verkeerssituaties.
3
Selecteer een verkeerspictogram.
Verkeersinformatie interpreteren
De legenda voor verkeerinformatie bevat een uitleg van de
pictogrammen en kleuren die worden gebruikt op de
verkeerskaart.
1
Selecteer > Verkeersinformatie op de kaart.
2
Selecteer Legenda voor verkeer.
Verkeersabonnementen
Abonnement activeren
U hoeft het abonnement dat bij uw FM-verkeersinformatie-
ontvanger werd geleverd, niet te activeren. Het abonnement
wordt automatisch geactiveerd nadat uw toestel
satellietsignalen heeft ontvangen en ook
verkeersinformatiesignalen ontvangt van de provider van de
betaalservice.
Een abonnement toevoegen
U kunt abonnementen voor verkeersinformatie in andere regio's
of landen aanschaffen.
1
Selecteer in het hoofdmenu Verkeer.
2
Selecteer Abonnementen > .
3
Noteer de toestel-id van de FM-ontvanger voor
verkeersinformatie.
4
Ga naar www.garmin.com/fmtraffic om een abonnement af te
sluiten en een code van 25 tekens op te halen.
De verkeersabonnementcode kan niet opnieuw worden
gebruikt. Elke keer dat u de service wilt verlengen, hebt u
een nieuwe code nodig. Indien u meerdere FM-
verkeersinformatie-ontvangers hebt, hebt u voor elke
ontvanger een nieuwe code nodig.
5
Selecteer Volgende op uw toestel.
6
Voer de code in.
7
Selecteer OK.
Verkeersinformatie uitschakelen
1
Selecteer Instellingen > Verkeer.
2
Schakel het selectievakje Verkeer uit.
Het toestel ontvangt geen live-verkeersinformatie meer, maar
zal nog steeds potentiële filegebieden vermijden met behulp
van trafficTrends, indien ingeschakeld (pagina 15).
Gegevensbeheer
Gegevensbeheer
U kunt bestanden, zoals JPEG-bestanden, op het toestel
opslaan. In het geheugenslot van het toestel kan een extra
geheugenkaart worden geplaatst.
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows
®
95,
98, ME, Windows NT
®
, en Mac
®
OS 10.3 en ouder.
Bestandstypen
Het toestel biedt ondersteuning voor de volgende
bestandstypen.
Kaarten en GPX-waypointbestanden van myGarmin-
kaartsoftware, inclusiefMapSource
®
, BaseCamp en
HomePort (pagina 17).
GPI-bestanden met eigen nuttige punten van Garmin POI
Loader (pagina 17).
Informatie over geheugenkaarten
Geheugenkaarten zijn verkrijgbaar bij elektronicawinkels. U kunt
ook software met vooraf geladen kaarten van Garmin
aanschaffen (http://www.garmin.com/trip_planning). U kunt op
de geheugenkaarten behalve kaarten en kaartgegevens ook
afbeeldingsbestanden, geocaches, routes, waypoints en eigen
nuttige punten opslaan.
Een geheugenkaart installeren
Het toestel biedt ondersteuning voor microSD- en
microSDHC-geheugenkaarten.
1
Plaats een geheugenkaart in de uitsparing op het toestel.
2
Druk op de kaart totdat deze vastklikt.
Het toestel aansluiten op uw computer.
U kunt het toestel met de meegeleverde USB-kabel op een
computer aansluiten.
OPMERKING: De eerste keer dat u uw toestel op uw Windows-
computer aansluit, wordt u gevraagd of u de myGarmin Agent-
software wilt installeren. Ga naar http://www.garmin.com/agent
voor meer informatie.
1
Steek het smalle uiteinde van de USB-kabel in de poort op
het toestel.
2
Steek het bredere uiteinde van de USB-kabel in een
beschikbare USB-poort op uw computer.
Daarop verschijnt er een afbeelding van een toestel dat op een
computer is aangesloten op het scherm van het toestel.
Op een Windows-computer wordt uw toestel in Deze computer
getoond als een draagbaar toestel of als twee verwisselbare
stations: het toestel en de geheugenkaart.
Gegevensbeheer 13