User manual

VHF 100-/200-serie - gebruikershandleiding 29
Geavanceerd gebruik
Geavanceerd gebruik
NMEA 0183 en NMEA 2000
Als u de marifoon aansluit op een NMEA 0183-netwerk of een NMEA 2000-netwerk (alleen VHF
200/200i) kunnen de volgende gegevens worden doorgestuurd:
De marifoon kan ontvangen DSC-noodsignalen en positiegegevens doorsturen naar een compatibele
kaartplotter.
De marifoon kan de GPS-positie ontvangen. De GPS-positie kan worden weergegeven op het
startscherm en wordt verzonden met DSC-oproepen. Het pictogram
wordt weergegeven als
GPS-gegevens beschikbaar zijn, en knippert als er geen GPS-gegevens beschikbaar zijn. Als er geen
GPS-gegevens beschikbaar zijn, geeft de marifoon aan dat u elke vier uur uw positie handmatig moet
invoeren.
Informatie over ondersteunde NMEA 0183-telegrammen en NMEA 2000-PGN's vindt u op pagina 48. Meer
informatie over het aansluiten van uw marifoon op een NMEA-netwerk vindt u in de installatie-instructies
voor de VHF 100/200-serie.
Extra functionaliteit met andere toestellen van Garmin
Uw marifoon uit de VHF 100/200-serie beschikt over extra functies als u deze aansluit op andere apparaten
van Garmin.
mogelijk moet u voor uw Garmin-kaartplotter een gratis software-upgrade uitvoeren om de
functies te kunnen gebruiken die in dit gedeelte worden beschreven.
Als u uw marifoon aansluit op een Garmin-kaartplotter met gebruikmaking van NMEA 0183 of
NMEA 2000, kan de kaartplotter de huidige en voorgaande posities van de contacten in de schepenlijst
op de marifoon bijhouden.
u kunt dit proces automatiseren door posities van maximaal drie contacten bij te houden.
Als uw VHF 200 of VHF 200i wordt aangesloten op een NMEA 2000-netwerk met een andere Garmin-
kaartplotter, kunt u via de kaartplotter-interface een persoonlijke standaardoproep instellen.
Als uw VHF 200 of VHF 200i is verbonden met een NMEA 2000-netwerk en u een noodoproep voor
man-over-boord via uw marifoon uitzendt, wordt het man-over-boordscherm op de Garmin-kaartplotter
weergegeven en wordt u gevraagd naar het punt te navigeren waar de persoon van boord is gevallen. Als
de Garmin-stuurautomaat is verbonden met het netwerk vraagt uw kaartplotter u een MOB-manoeuvre
uit te voeren naar dit punt.