User manual

VHF 100-/200-serie - gebruikershandleiding 23
DSC (Digital Selective Calling)
Positiegegevens die worden ontvangen van stations die reageren op positieaanvraagoproepen, worden
verzonden via het NMEA-netwerk zodat u deze schepen kunt volgen op uw Garmin-kaartplotter. Meer
informatie over NMEA 0183 en NMEA 2000 vindt u op pagina 29.
Schepen selecteren en de oproep activeren
1. Druk op de knop DSC.
2. Selecteer POS. TRACKING > ADD ENTRY. De lijst met bijgehouden posities kan niet meer dan drie
schepen tegelijk bevatten. Als u ADD ENTRY selecteert en de marifoon een foutmelding van drie
pieptonen geeft, moet u een schip verwijderen voordat u er een kunt toevoegen.
3. Selecteer de schepen in de schepenlijst.
4. Selecteer BEGIN TRACKING. Het pictogram
wordt weergegeven; dit geeft aan dat de functie voor
positie bijhouden actief is.
5. Selecteer EXIT om positie bijhouden te stoppen.
Schepen in de lijst met bijgehouden posities weergeven en deactiveren
1. Druk op de knop DSC.
2. Selecteer POS. TRACKING.
3. Als u de schepen op de lijst wilt weergeven, selecteer dan VESSELS.
4. Als u wilt dat een schip wel op de lijst blijft staan maar dat dit schip niet meer wordt opgeroepen voor
positie bijhouden, selecteer dan het schip.
5. Selecteer OFF.
Een schip verwijderen uit de lijst met bijgehouden posities
1. Druk op de knop DSC.
2. Selecteer POS. TRACKING > DELETE.
3. Selecteer het schip.
4. Selecteer YES bij de vraag of het schip uit de lijst moet worden verwijderd. Selecteer NO als u wilt
terugkeren naar het vorige scherm zonder het schip te verwijderen.
Werken met oproeplogs
Voor iedere DSC-oproep die uw marifoon ontvangt, worden het oproepende station, het type oproep en de
datum en de tijd van de oproep geregistreerd in de oproeplogs. De breedtegraad en de lengtegraad van het
oproepende station worden ook geregistreerd, als deze met een oproep worden verzonden.
Er zijn drie categorieën voor oproepen die worden geregistreerd: Distress (noodoproepen), Position
(positieoproepen) en overige. In de volgende tabel wordt aangegeven waar elk type oproep wordt
aangegeven in de oproeplogs.
Type oproep Oproeplog
Noodoproep Noodoproep
Doorgegeven noodoproep Noodoproep