GPSMAP 64 ® Gebruikershandleiding April 2014 190-01702-35_0B Gedrukt in Taiwan
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.
Inhoudsopgave Overzicht van het toestel ........................................................... 1 Batterijgegevens ........................................................................ 1 Het NiMH-batterijpak plaatsen ................................................... 1 Het batterijpak opladen ......................................................... 1 Batterijen plaatsen ..................................................................... 1 Het toestel inschakelen ..................................
Toestelonderhoud .................................................................... 13 Het toestel schoonmaken .................................................... 13 Problemen oplossen ................................................................ 13 Het toestel resetten ............................................................. 13 Alle standaardinstellingen herstellen ................................... 13 Index..............................................................................
Inleiding WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Overzicht van het toestel 3 Plaats het batterijpak met de polen in de juiste richting. 4 Druk het batterijpak voorzichtig op zijn plaats. 5 Plaats de batterijklep terug en draai de D-ring met de klok mee.
Een via-punt maken U kunt uw huidige locatie als via-punt opslaan. 1 Selecteer MARK. 2 Selecteer indien nodig een veld als u wijzigingen in het viapunt wilt aanbrengen. 3 Selecteer OK. 3 Plaats de batterijklep terug en draai de D-ring met de klok mee. 4 Houd ingedrukt. 5 Selecteer Stel in > Systeem > AA-batterijsoort. 6 Selecteer Alkaline, Lithium, Traditionele NiMH of Vooraf opgeladen NiMH. Het toestel inschakelen Houd ingedrukt.
5 Selecteer een optie: • Selecteer Bekijk om het punt op de kaart weer te geven. • Selecteer Omhoog of Omlaag als u de volgorde van de punten in de route wilt wijzigen. • Selecteer Invoegen als u een punt aan de route wilt toevoegen. Het nieuwe punt wordt ingevoegd vóór het geselecteerde punt. • Selecteer Verwijder als u het punt uit de route wilt verwijderen. 6 Selecteer QUIT om de route op te slaan. Een route weergeven op de kaart 1 Selecteer Routeplanner. 2 Selecteer een route.
de kaart. Als u naar een bestemming navigeert, wordt de route met een gekleurde lijn op de kaart gemarkeerd. De oriëntatie van de kaart wijzigen 1 Selecteer op de kaart MENU. 2 Selecteer Stel kaart in > Oriëntatie. 3 Selecteer een optie: • Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de pagina weer te geven. • Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven aan de pagina weer te geven. • Selecteer Automodus voor een automotive perspectief met de reisrichting bovenaan.
Tripcomputer De tripcomputer geeft uw huidige snelheid, de gemiddelde snelheid, de hoogste snelheid, de tripkilometerteller en andere statistische gegevens weer. U kunt de indeling van de tripcomputer, het dashboard en de gegevensvelden aanpassen. Instellingen tripcomputer Selecteer in de tripcomputer MENU. Grote cijfers: Hiermee wijzigt u de grootte van de cijfers die worden weergegeven op de tripcomputer.
1 Selecteer Draadloos delen. 2 Selecteer een optie: • Selecteer Verzend en selecteer een type gegevens. • Selecteer Ontvangen om gegevens te ontvangen van een ander toestel. Het andere compatibele toestel moet gegevens proberen te verzenden. • Selecteer BaseCamp Mobile om het toestel te koppelen met de BaseCamp™ Mobile app op een compatibele smartphone. 3 Volg de instructies op het scherm.
Via-punt middelen U kunt de locatie van een via-punt verfijnen voor een nauwkeurigere weergave. Bij het middelen voert het toestel verschillende metingen op dezelfde locatie uit en gebruikt de gemiddelde waarde voor een nauwkeurigere meting. 1 Selecteer Via-puntbeheer. 2 Selecteer een via-punt. 3 Selecteer MENU > Gemiddelde locatie. 4 Ga naar de locatie van het via-punt. 5 Selecteer Start. 6 Volg de instructies op het scherm.
Draai: Het hoekverschil (in graden) tussen de richting van uw bestemming en uw huidige koers. L betekent naar links afbuigen. R betekent naar rechts afbuigen. Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren. ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende via-punt op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd van het via-punt). Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Triptijd - Bewogen: Een lopende meting van de tijd die is verstreken sinds deze waarde voor het laatst is hersteld. Triptijd - Gestopt: Een lopende meting van de tijd die is verstreken zonder te bewegen sinds deze waarde voor het laatst is hersteld. Verticale afstand tot bestemming: De afstand die u stijgt tussen uw huidige positie en de eindbestemming. Deze gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren. Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
hoogte, zodat de barometerdruk alleen verandert door de weersomstandigheden. Luchtdruktrend: Hiermee stelt u in hoe het toestel drukgegevens vastlegt. Sla altijd op slaat alle luchtdrukgegevens op. Dit kan handig zijn als u let op weerfronten. Profieltype: Hiermee worden hoogteverschillen vastgelegd gedurende een bepaalde tijd of over een bepaalde afstand, of plaatselijke luchtdrukverschillen over een bepaalde tijdsduur. Kalibreer hoogtemeter: Hiermee kalibreert u de hoogtemeter.
Bedrijfstemperatuurbereik Van -20 ° tot 70 °C (van -4 ° tot 158 °F) kunt selecteren om het scherm in te schakelen of twee keer op tikken om de statuspagina weer te geven. Laadtemperatuurbereik Van -0 ° tot 40 °C (van -32 ° tot 104 °F) GLONASS uitschakelen Radiofrequentie en protocollen: 2,4 GHz ANT+; Bluetooth 4.0 (inclusief EDR en BLE) Kompasveilige afstand 17,5 cm (7 inch) Appendix Het toestel registreren Vul de onlineregistratie nog vandaag in, zodat wij u beter kunnen helpen.
Optionele fitnessaccessoires gebruiken 1 Plaats het toestel binnen 3 m (10 voet) van het ANT+ 2 3 4 5 accessoire. Selecteer Stel in > Fitness. Selecteer Hartslagmeter of Fietscadanssensor. Selecteer Nieuwe zoeken. Pas de gegevensvelden aan om de hartslag- of cadansgegevens weer te geven (De gegevensvelden aanpassen). Tips voor het koppelen van ANT+ accessoires met uw Garmin toestel • Controleer of het ANT+ accessoire compatibel is met uw Garmin toestel.
De USB-kabel loskoppelen Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw Windows-computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te koppelen. 1 Voer een van onderstaande handelingen uit: • Op Windows-computers: Selecteer het pictogram Hardware veilig verwijderen in het systeemvak en selecteer uw toestel.
Index A aan-uitknop 2 accessoires 11, 12 adressen, zoeken 3 afstanden meten 4 agenda 7 alarmen gevarenzone 6 klok 7 maritiem 9 ANT+ sensors, koppelen 12 avonturen 6 B BaseCamp 5, 6, 9, 12 batterij 1, 11, 13 installeren 1 levensduur 4 maximaliseren 9, 11 opladen 1 opslag 11 type 11 bestanden, overbrengen 5, 12 Bluetooth technologie 7 C calculator 7 chirp 5 City Navigator 3 computer, verbinden 12 D dashboards 5 downloaden, geocaches 5 G Garmin Connect 7 Garmin Express 11 software bijwerken 11 toestel reg
www.garmin.