Operation Manual
Auto Guidance
VOORZICHTIG
De functie Auto Guidance is gebaseerd op elektronische
kaartgegevens. De gegevens garanderen niet dat de route vrij is
van obstakels en dat deze diep genoeg is. Let tijdens het volgen
van de koers altijd goed op en vermijd land, ondiep water en
andere obstakels die u onderweg kunt tegenkomen.
OPMERKING: In sommige gebieden is Auto Guidance
beschikbaar bij premiumkaarten.
U kunt Auto Guidance gebruiken om de beste route naar uw
bestemming in kaart te brengen. Auto Guidance gebruikt uw
kaartplotter om kaartgegevens, zoals waterdiepte en bekende
obstakels, te scannen en op basis daarvan een route te
berekenen en voor te stellen. U kunt de route onderweg
wijzigen.
Een Auto Guid. route instellen en volgen
1
Selecteer een bestemming (Bestemmingen, pagina 12).
2
Selecteer Navigeren naar > Auto Guid..
3
Controleer de route die met de magenta lijn wordt
aangegeven.
4
Selecteer Start navigatie.
5
Volg de magenta lijn en vermijd daarbij land, ondiep water en
andere obstakels.
OPMERKING: Als u de functie Auto Guidance gebruikt, geeft
een grijs gedeelte op de magenta lijn aan dat de functie Auto
Guidance een deel van de Auto Guidance lijn niet kan
berekenen. Dit wordt veroorzaakt door de instellingen voor
een veilige, vrije doorvaart bij een minimale waterdiepte en
obstakelhoogte.
Een Auto Guid. route maken en opslaan
1
Selecteer Info > Gebruikersgegevens > Routes en Auto
Guidance paden > Nieuw > Auto Guid..
2
Selecteer een beginpunt en vervolgens Volgende.
3
Selecteer een bestemming en daarna Volgende.
4
Selecteer een optie:
• Als u een obstakel wilt bekijken en de route in de buurt
daarvan wilt wijzigen, selecteert u Gevaren weergeven.
• Als u de route wilt wijzigen, selecteert u Pad aanpassen
en volgt u de instructies op het scherm.
• Als u de route wilt wissen, selecteert u Annuleer Auto
Guidance.
• Als u de route wilt opslaan, selecteert u OK.
Een opgeslagen Auto Guid. route wijzigen
1
Selecteer Info > Gebruikersgegevens > Routes en Auto
Guidance paden.
2
Selecteer een route en vervolgens Bekijk > Wijzig > Pad
aanpassen.
TIP: Als u een Auto Guid. route volgt, selecteert u de route
op de navigatiekaart en daarna Pad aanpassen.
3
Selecteer een locatie op de route.
4
Sleep het punt naar een nieuwe locatie.
5
Selecteer zo nodig een punt en kies Verwijder.
6
Selecteer OK.
De uitvoering van een Auto Guid. berekening
annuleren
Selecteer in de navigatiekaart Menu > Annuleer.
TIP: U kunt Terug selecteren om de berekening snel te
annuleren.
Een getimede aankomst instellen
U kunt deze functie op een route of een Auto Guid. route
gebruiken om te worden geïnformeerd op welk tijdstip u
aankomt op een geselecteerd punt. Op die manier kunt u timen
op welk tijdstip u aankomt op een locatie, bijvoorbeeld een brug
die opengaat of de startlijn van een race.
1
Selecteer vanuit de navigatiekaart Menu.
2
Selecteer zo nodig Navigatieopties.
3
Selecteer Getimede aankomst.
TIP: U kunt het menu Getimede aankomst snel openen door
een punt te selecteren op de route of Auto Guidance route.
Configuraties van Auto Guidance routes
VOORZICHTIG
De instellingen voor Voorkeursdiepte en Vrije doorvaarthoogte
zijn van invloed op de manier waarop de kaartplotter een Auto
Guid. route berekent. Als de waterdiepte of de obstakelhoogte in
een gebied niet bekend is, wordt geen Auto Guid. route
berekend voor dat gebied. Als een gebied aan het begin of
einde van een Auto Guid. route minder diep is dan de
Voorkeursdiepte of lager dan de instellingen voor Vrije
doorvaarthoogte, wordt er afhankelijk van de kaartgegevens wel
of geen Auto Guid. route berekend voor dat gebied. De koers
door deze gebieden wordt op de kaart weergegeven als een
grijze lijn of een lijn met magenta en grijze lijnen. Er wordt een
alarmbericht weergegeven wanneer uw boot een van deze
gebieden binnenvaart.
OPMERKING: In sommige gebieden is Auto Guidance
beschikbaar bij premiumkaarten.
OPMERKING: Niet alle instellingen zijn van toepassing op alle
kaarten.
U kunt de parameters instellen die door de kaartplotter worden
gebruikt bij het berekenen van een Auto Guid. route.
Voorkeursdiepte: Hiermee stelt u de minimale waterdiepte in,
gebaseerd op dieptegegevens van de kaart, waarin uw boot
veilig kan varen.
OPMERKING: De minimale waterdiepte voor de
premiumkaarten (van vóór 2016) is 0,9 meter (3 ft.). Als u
een waarde invoert van minder dan 0,9 meter (3 ft.), gebruikt
de kaart alleen diepten van 0,9 meter (3 ft.) bij het berekenen
van een Auto Guid. route.
Vrije doorvaarthoogte: Hiermee kunt u de minimale hoogte
voor bruggen of obstakels instellen, gebaseerd op de
kaartgegevens, waar de boot nog veilig onderdoor kan varen.
Afstand kustlijn: Hiermee stelt u in hoe dicht op de kust u de
Auto Guid. route wilt plaatsen. De Auto Guid. route wordt
mogelijk verplaatst als u deze instelling tijdens het navigeren
wijzigt. De voor deze instelling beschikbare waarden zijn
relatief in plaats van absoluut. Om ervoor te zorgen dat de
Auto Guidance lijn op de juiste afstand van de kust wordt
geplaatst, kunt u de plaatsing van de Auto Guid. route
beoordelen aan de hand van een of meer bekende
bestemmingen waarvoor navigatie door nauw vaarwater is
vereist (De afstand ten opzichte van de kust aanpassen,
pagina 15).
De afstand ten opzichte van de kust aanpassen
De instelling Afstand kustlijn geeft aan hoe dicht op de kust u de
Auto Guid. lijn wilt plaatsen. De Auto Guid. lijn wordt mogelijk
verplaatst als u deze instelling tijdens het navigeren wijzigt. De
beschikbare waarden voor de instelling Afstand kustlijn zijn
relatief, niet absoluut. Om ervoor te zorgen dat de Auto Guid. lijn
op de juiste afstand van de kust wordt geplaatst, kunt u de
plaatsing van de Auto Guid. lijn beoordelen aan de hand van
een of meer bekende bestemmingen waarvoor navigatie door
nauw vaarwater is vereist.
1
Meer uw vaartuig af of ga voor anker.
Navigatie met een kaartplotter 15










