GPSMAP® 4000/5000 series gebruikershandleiding
© 2007 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen Garmin International, Inc. 1200 East 151st Street, Olathe, Kansas 66062, VS Tel. +1 913.397.8200 of +1 800.800.1020 Fax. +1 913.397.8282 Garmin (Europe) Ltd. Liberty House Hounsdown Business Park, Southampton, Hampshire, SO40 9RB UK Tel. +44 870.850.1241 (buiten het VK) 0808.238.0000 (binnen het VK) Fax. +44 870.850.1251 Garmin Corporation No. 68, Jangshu 2nd Road, Shijr, Taipei County, Taiwan Tel. +886.2.2642.9199 Fax. +886.2.2642.
Inleiding Inleiding Deze handleiding bevat informatie over de volgende producten: GPSMAP® 4008 GPSMAP® 4012 GPSMAP® 5008 GPSMAP® 5012 • • • • Tips en snelkoppelingen In elk scherm kunt u op HOME drukken om direct terug te keren naar het startscherm. In elk hoofdscherm kunt u op MENU drukken voor toegang tot geavanceerde instellingen. Druk kort op de aan/uit-knop om de weergave-instellingen aan te passen. Houd de aan/uit-knop langer ingedrukt om het apparaat weer in te schakelen.
Inleiding Inhoudsopgave Inleiding......................................................i Tips en snelkoppelingen............................i Uitleg van de handleiding...........................i Snelkoppelingen..........................................i Aan de slag...............................................1 Overzicht van het apparaat.......................1 Het apparaat in- of uitschakelen...............2 De schermverlichting aanpassen.............2 GPS-satellietsignalen ontvangen.............
Aan de slag Aan de slag Aan de slag Overzicht van het apparaat Sensor automatische schermverlichting Schermtoetsen Voeding Bereik (-/+) Tuimelschakelaar Markeren Selecteren Menu Home Numeriek toetsenblok (GPSMAP 4012) SD-kaartsleuf GPSMAP 4012 Opmerking: gebruik de schermtoetsen om menu-items te selecteren op de GPSMAP 4008/4012. Tik op de menu-items op het GPSMAP 5008/5012-scherm om deze te selecteren.
Aan de slag Aan de slag Stroomconnector NMEA 2000connector Maritiemevideoconnector Garmin Marine Networkconnectoren NMEA 0183connector Het apparaat in- of uitschakelen Houd de aan/uit-knop ingedrukt tot het apparaat piept en het Garmin-scherm wordt weergegeven. Als een scherm met een waarschuwing wordt weergegeven, drukt u op Akkoord om naar het beginscherm te gaan. Opmerking: de eerste keer dat u het apparaat aanzet, moet u de configuratieprocedure uitvoeren. Zie pagina 42.
Aan de slag Aan de slag De kleurmodus aanpassen: 1. Druk kort op de aan/uit-knop. 2. Selecteer Kleurmodus. 3. Selecteer Dag, Nacht, of Auto. GPS-satellietsignalen ontvangen Wanneer u het apparaat voor het eerst inschakelt, moet de GPS-ontvanger de gegevens van de satelliet verzamelen en de actuele locatie bepalen. Wanneer het apparaat satellietsignalen ontvangt, worden de signaalsterktebalken bovenin het startscherm groen .
Aan de slag Aan de slag De simulatormodus gebruiken De simulatormodus schakelt de GPS-ontvanger uit, voor gebruik binnenshuis of om te oefenen. Het apparaat ontvangt in de simulatormodus geen satellietsignalen. Let OP: u kunt in de simulatormodus niet navigeren, omdat de GPS-ontvanger is uitgeschakeld. De signaalsterktebalken die worden weergegeven zijn slechts simulaties en geven dus niet de sterkte van de werkelijke satellietsignalen weer. De simulatormodus inschakelen 1.
Kaarten gebruiken Kaarten gebruiken Uw apparaat beschikt over een wereldomspannende basiskaart. Als u een optionele, voorgeprogrammeerde Blue Chart® g2 Vision™ SD-kaart aanschaft, kunt u gedetailleerde informatie weergeven van uw regio, waaronder: Gebruik de navigatiekaart om uw koers te bepalen, kaartinformatie weer te geven en als navigatiehulpmiddel. Om de navigatiekaart weer te geven, selecteert u in het startscherm Kaarten > Navigatiekaart.
Kaarten gebruiken Kaarten gebruiken Navigeren naar een punt op de kaart Selecteer in het startscherm Kaarten. Selecteer Navigatiekaart, Viskaart, of Radar overlay. Selecteer op de kaart het punt waar u heen wilt. Selecteer Navigeer naar. Selecteer Ga naar of Begeleid naar (als u een voorgeprogrammeerde BlueChart g2 met automatische begeleiding gebruikt). 6. Volg de gekleurde lijn op het scherm naar de bestemming. 1. 2. 3. 4. 5. Zie pagina 21 voor het maken van een route naar een punt op de kaart.
Kaarten gebruiken Toegang tot overige objectinformatie Gebruik de kaartwijzer ( ) (GPSMAP 4008/4012) of tik op een item in het scherm (GPSMAP 5008/5012) om informatie over kaartitems en waypoints op het scherm weer te geven. Geselecteerd item Informatie van het getijdenstation weergeven Informatie van het getijdenstation wordt op de kaart weergegeven door een gedetailleerd pictogram dat het relevante getijdenniveau laat zien.
Kaarten gebruiken Roerganger gebruiken Kaarten gebruiken Roerganger biedt een panoramisch beeld van bovenaf en vanachter uw boot (in overeenstemming met uw koers) en dient als visueel navigatiehulpmiddel. Deze weergave is nuttig voor het navigeren rond verraderlijke ondiepten, riffen, bruggen of kanalen en komt van pas bij het binnenvaren en verlaten van onbekende havens of ankerplaatsen. Om het scherm Roerganger vanuit het startscherm te openen, selecteert u Kaarten > Roerganger.
Kaarten gebruiken Kaartinstellingen wijzigen Om de kaartinstellingen te wijzigen, selecteert u in het startscherm Kaarten > Kaart instelling. Oriëntatie: hiermee wijzigt u het perspectief van de kaart: Koerslijn Pad Kaartgrens Koerslijn: de boeglijn wordt doorgetrokken in uw reisrichting. • Uit: hiermee schakelt u de koerslijn uit. • Afstand: geeft de afstand tot het einde van de koerslijn weer. • Tijd: de benodigde tijd voor het bereiken van het einde van de koerslijn.
Kaarten gebruiken Kaarten gebruiken BlueChart g2 Vision gebruiken Met de optionele voorgeprogrammeerde SD-kaarten voor BlueChart g2 Vision kunt u het meest van uw apparaat profiteren. Naast gedetailleerde zeekaarten biedt BlueChart g2 Vision de volgende functies: • Roergangerbeeld 3D: een panoramisch beeld van bovenaf en vanachter uw boot; voor een visueel driedimensioneel navigatiehulpmiddel. De gegevens van BlueChart g2 Vision Roergangerbeeld 3D zijn gedetailleerder dan de voorgeladen gegevens.
Kaarten gebruiken Instellingen voor Roergangerbeeld 3D Druk in het scherm van Roergangerbeeld 3D op MENU voor toegang tot meer instellingen of opties. Roergangerbeeld 3D, gevarenkleuren Veilige diepte: hiermee stelt u in, bij welke diepteondiep water rood wordt weergegeven. Daarmee wordt ook de algemene instelling Veilige diepte gewijzigd die wordt gebruikt bij de Automatische begeleiding. Cirkels, Tracks, Breedte corridor, en Toon radar: zie “Instellingen voor Roerganger” op pagina 8.
Kaarten gebruiken Instellingen voor Visoog 3D Druk in het scherm Visoog 3D op MENU voor toegang tot meer instellingen of opties. Kaarten gebruiken Echolood kegel: hiermee schakelt u een kegel in of uit die het bereik van uw transducer weergeeft. Echolood data: visuele weergave van de echoloodgegevens die de transducer ontvangt, voor een optimale combinatie van echolood- en kaartgegevens. Tracks: hiermee schakelt u de tracklog in of uit.
Kaarten gebruiken Satellietbeelden met hoge resolutie inschakelen Bij gebruik van een voorgeprogrammeerde BlueChart g2 Vision-SD-kaart kunt u op de navigatiekaart satellietbeelden met hoge resolutie gebruiken voor weergave van het land of de zee, of beide.
Kaarten gebruiken Luchtfoto’s weergeven Kaarten gebruiken Voorgeprogrammeerde BlueChart g2 Vision-SD-kaarten bevatten luchtfoto’s van een groot aantal oriëntatiepunten, jachthavens en havens. Met deze foto’s kunt u zich op de omgeving oriënteren of uzelf voor aankomst alvast vertrouwd maken met (jacht)havens. Opmerking: met de toetsen RANGE (+/-) (GPSMAP 4008/4012) of door aanraken van de toetsen en (GPSMAP 5008/5012) kunt u in- en uitzoomen als u de luchtfoto op het volledige scherm bekijkt.
Combinaties gebruiken Combinaties gebruiken Met het combinatiescherm kunt u meerdere schermen tegelijk weergeven. Het aantal beschikbare opties voor dit scherm is afhankelijk van de optionele netwerkapparaten die u op uw kaartplotter hebt aangesloten, en of u een optionele BlueChart g2 Vision SD-kaart gebruikt. U kunt twee of drie (GPSMAP 4008/4012) of maximaal vier schermen (GPSMAP 5008/5012) combineren. Om het combinatiescherm vanuit het startscherm te openen, selecteert u Combinaties.
Combinaties gebruiken De schermcombinaties aanpassen: 1. Selecteer in het combinatiescherm MENU > Wijzig combinatie. OF Selecteer in het startscherm Combinaties > Ongebruikte combo (indien beschikbaar). Combinatiescherm 2 gebruiken Combinaties Combinatiescherm 1 Selecteer het aantal combinatieschermen Gegevensbalk weergeven/ verbergen Combinatiescherm 1 wijzigen Combinatiescherm 2 wijzigen Gegevensbalk 2. Selecteer Num.
Waarheen Waarheen Met de optie Waarheen op het startscherm kunt u zoeken en navigeren naar brandstofleveranciers, reparatiewerkplaatsen, waypoints en routes in de omgeving. Opmerking: u moet eerst waypoints instellen en routes berekenen voordat u naar waypoints kunt navigeren. U kunt naar een bestemming navigeren met behulp van een van de volgende drie methoden: Ga naar, Route naar of Begeleid naar. • Ga naar: brengt u direct naar uw bestemming.
Waarheen Waarheen 4. Selecteer Navigeer naar. 5. Selecteer Ga naar. OF Selecteer Begeleid naar voor automatische begeleiding als u een voorgeprogrammeerde BlueChart g2 Vision-kaart gebruikt. 6. Volg de gekleurde lijn op het scherm naar de bestemming. Stoppen met navigeren: Selecteer in het kaartscherm Menu en vervolgens Stop navigeren. Een bestemming zoeken op naam: 1. Selecteer in het startscherm Waarheen > Zoek op naam. 2.
Waarheen Waypoints maken en gebruiken U kunt maximaal 1.500 waypoints opslaan met een door de gebruiker gedefinieerd(e) naam, symbool, diepte en watertemperatuur voor elk waypoint. Een nieuw waypoint maken: 1. Selecteer in het startscherm Kaarten > Navigatiekaart. 2. Selecteer met de kaartwijzer ( ) de locatie waar u een waypoint wilt maken (GPSMAP 4008/4012); of tik op die locatie (GPSMAP 5008/5012). 3. Selecteer Creëer waypoint. 4.
Waarheen Uw huidige locatie als een waypoint markeren: 1. Druk op de toets MARK (GPSMAP 4008/4012) of tik op Markeer op het startscherm (GPSMAP 5008/5012). 2. Selecteer Wijzig waypoint om een naam, een symbool, de waterdiepte, de watertemperatuur of de positie in te voeren. Selecteer Terug of Home om terug te gaan naar het startscherm. Opmerking: door de toets MARK te selecteren maakt u alleen een waypoint van uw huidige locatie.
Waarheen Een lijst met alle waypoints weergeven: Selecteer in het startscherm Informatie > Gebruik gegevens > Waypoints. Een waypoint of MOB verwijderen: 1. Tik op de navigatiekaart op het waypoint (GPSMAP 5008/5012) of gebruik de kaartwijzer ( (GPSMAP 4008/4012) om het waypoint op de navigatiekaart te markeren. OF Selecteer in het startscherm Informatie > Gebruik gegevens > Waypoints. 2. Selecteer de plaats of MOB die u wilt verwijderen. 3. Selecteer Wis.
Waarheen Een route vanaf een andere locatie berekenen: 1. Selecteer in het startscherm Informatie > Gebruikersgegevens > Routes > Nieuwe route. 2. Tik op de locatie (GPSMAP 5008/5012) of gebruik de kaartwijzer ( ) (GPSMAP 4008/4012) om de locatie te selecteren waar u de nieuwe route wilt laten beginnen. 3. Selecteer Wending toevoegen om het beginpunt van de route te markeren. 4. Kies de locatie voor de eerste wending en selecteer Wending toevoegen. Herhaal dit tot de route compleet is. 5.
Informatie weergeven Informatie weergeven Via het informatiescherm krijgt u informatie over getijden, stromingen, zon- en maanstanden, gebruikers, andere schepen, instrumenten en video. Informatie van het getijdenstation weergeven Voor de weergave van getijdeninformatie selecteert u in het startscherm Informatie > Getijde informatie en vervolgens een getijdenstation in de lijst. In het scherm Verwachte getijden kunt u getijdeninformatie weergeven.
Informatie weergeven Zon- en maaninformatie weergeven In het scherm Zon en maan kunt u informatie over het opkomen/ondergaan van de zon en de maan en maanfasen weergeven, en bij benadering de positie van de zon en de maan weergeven. Om zon- en maaninformatie weer te geven selecteert u in het startscherm Informatie > Zon en maan.
Informatie weergeven Andere schepen weergeven Om informatie over andere schepen weer te geven, selecteert u in het startscherm Informatie > Andere schepen. Opmerking: om informatie over andere schepen weer te geven, moet uw apparaat zijn aangesloten op een extern AIS- (Automatic Identification System) of DSC-(Digital Selective Calling) apparaat. AIS-lijst: informatie over alle schepen waar uw apparaat toezicht op houdt.
Informatie weergeven Video weergeven Uw apparaat kan videobeelden weergeven als u het met de meegeleverde videokabel op een videobron aansluit. Raadpleeg de installatie-instructies voor de GPSMAP 4000/5000-serie voor meer gegevens. Om videobeelden weer te geven selecteert u in het startscherm Informatie > Video. • Bron: selecteert het videoapparaat (1 of 2) voor de weergave.
Het apparaat configureren Het apparaat configureren U kunt de apparaatinstellingen configureren in het configuratiescherm. Systeeminstellingen configureren Om de algemene systeeminstellingen te wijzigen, gaat u naar het startscherm en selecteert u Instellen > Systeem. Simulator: hier kunt u de simulatormodus in- of uitschakelen de simulatoropties instellen. (Als het apparaat in eerste installatie in de modus voor winkeldemo wordt ingesteld, wordt deze instelling Demo genoemd.
Het apparaat configureren Communicatie-instellingen configureren Om de communicatie-instellingen te wijzigen, selecteert u in het startscherm Instellen > Communicatie. Poorttypes: selecteer voor elke poort het invoer-/uitvoerformaat (NMEA standaard of NMEA hoge snelheid) voor het aansluiten van uw apparaat op externe NMEA-apparaten, een computer, of andere Garmin-apparaten.
Het apparaat configureren Systeemwaarschuwingen instellen Om een systeemwaarschuwing in te stellen, selecteert u in het startscherm Instellen > Alarmen > Systeem. Klok: hiermee stelt u een waarschuwing in met behulp van de systeemklok (GPS). Voor gebruik van het klokwaarschuwing moet het apparaat zijn ingeschakeld. Accu: hiermee stelt u een waarschuwing in voor wanneer de accuspanning is gedaald tot een opgegeven spanning.
Het apparaat configureren • Echoloodkegel hoeken: als u geen standaard Garmin-transducer gebruikt, kunt u de kegelhoek van het echolood instellen (in graden) zodat deze nauwkeurig op het Visoog 3D-scherm wordt weergegeven. Selecteer 200kHz of 50kHz en voer de hoek in via het toetsenblok op het scherm. Opmerking: de kegelhoek van het echolood is vooraf zodanig ingesteld dat deze overeenkomt met de kegelhoek van een standaard Garmin-transducer met dubbele frequentie.
Het Garmin Marine Network gebruiken Het Garmin Marine Network gebruiken Met het Garmin Marine Network kunt u snel en gemakkelijk gegevens van Garmin-randapparatuur delen met Garmin-kaartplotters. U kunt uw GPSMAP 4008/4012- en GPSMAP 5008/5012-apparaten, alsmede oudere kaartplottermodellen die compatibel zijn met het Garmin Marine Network (GPSMAP 3005/3006/3010) op uw netwerk aansluiten om gegevens te delen.
Het Garmin Marine Network gebruiken Aangesloten Garmin Marine Network-apparaten weergeven Om alle op het Garmin Marine Network aangesloten apparaten weer te geven, selecteert u in het startscherm Instellen > Systeem > Systeem informatie > Netwerk apparaten. Aliassen gedefinieerd Geen alias gedefinieerd Netwerkapparaten Elk aangesloten apparaat wordt rechts op het scherm weergegeven. Om een alias of naam toe te wijzen aan een van de apparaten, voor identificatiedoeleinden, selecteert u het apparaat.
De radar gebruiken De radar gebruiken Wanneer u uw kaartplotter aansluit op een optionele Garmin-scheepsradar, bijv. een GMR 404/406 of GMR 18, kunt u meer informatie zien over uw omgeving. De Garmin-scheepsradar wordt aangesloten via het Garmin Marine Network en deelt radargegevens met alle kaartplotters binnen het netwerk. De Garmin-scheepsradar zendt een smalle bundel microgolfenergie uit, bij een draaiing van 360º.
De radar gebruiken Het scherm Onder motor Op het scherm Onder motor kunt u een schermvullend beeld weergeven van de verzamelde radarinformatie. Uw positie is in het midden van het scherm en de cirkels geven de afstanden weer. Afstandcirkels Zoomschaal Koerslijn De zoomschaal is de afstand van uw positie (het midden) tot de buitenste cirkel. Elke ring vertegenwoordigt een gelijk deel van de zoomschaal.
De radar gebruiken Projecteer cijfers: kruissnelheid, navigatie en visplaatsen weergeven of verbergen. Radar instelling: toegang tot geavanceerde radarinstellingen. Doel zoeken op het scherm Onder motor Gebruik de TUIMELSCHAKELAAR (GPSMAP 4008/4012) of tik op de plaats van het doel (GPSMAP 5008/5012) om met doelzoeken te beginnen. Een groene cirkel en een groene lijn verschijnen. De groene cirkel komt overeen met de bereikcirkels, om de afstand van een object tot uw locatie te helpen bepalen.
De radar gebruiken Het radaroverlayscherm Met de optie Radar overlay kunt u radarinformatie op de navigatiekaart projecteren. Kaartschaal Radarbereik Selecteer in het startscherm Radar > Radar overlay. Het radarbeeld wordt weergegeven in oranje en op de navigatiekaart geprojecteerd. Met de toetsen RANGE (+/-) (GPSMAP 4008/4012) of de toetsen en (GPSMAP 5008/5012) kunt u in- en uitzoomen. Als u zoomt terwijl u de map verschuift, heeft dit alleen invloed op de zoomschaal van de kaart.
Echolood gebruiken Echolood gebruiken Als uw kaartplotter wordt aangesloten op een Garmin GSD 22 peilmodule en een transducer, wordt uw apparaat een krachtige Fishfinder. De GSD 22 is verbonden met het Garmin Marine Network en deelt echoloodgegevens met elke op het netwerk aangesloten kaartplotter. Het volledige scherm Selecteer de optie Volledig scherm om de echoloodgegevens van de transducer op het hele scherm weer te geven.
Echolood gebruiken Het gesplitste frequentiescherm Op het gesplitste frequentiescherm (alleen bij een transducer met dubbele frequentie) ziet u zowel de 50-kHz als de 200-kHz grafiek in hetzelfde scherm. Links wordt een 200-kHz grafiek weergegeven, rechts een 50-kHz grafiek. Selecteer in het startscherm Echolood > Gesplitste frequentie.
Echolood gebruiken Het echolood instellen In het scherm Echolood instelling kunt u de instellingen voor alle echoloodschermen definiëren en instellen. Selecteer in het startscherm Echolood > Echolood instelling. Kleurenschema: kies wit of blauw. Hiermee wijzigt u de achtergrond van alle echoloodschermen, maar niet van het temperatuurlogscherm. Vissymbolen: hiermee stelt u in hoe het echolood zwevende doelen interpreteert. Het apparaat interpreteert geen echoloodgegevens (standaard).
Echolood gebruiken Geavanceerde echoloodinstellingen Als u de geavanceerde echoloodinstellingen wilt aanpassen, drukt u op MENU als het echoloodscherm wordt weergegeven. Bereik: het bereik van de diepteschaal rechts op het scherm (Auto of Handmatig). Versterking: hiermee kunt u de gevoeligheid van de echoloodontvanger instellen (Auto of Handmatig). Als u meer details wilt zien, verhoogt u de versterking. Als het scherm onoverzichtelijk is, verlaagt u de versterking.
Appendix Appendix Specificaties Fysieke specificaties Afmetingen: GPSMAP 4008: 176,9 x 284,4 x 106 mm (HxBxD) GPSMAP 4012: 240,5 x 375 x 105,1 mm (HxBxD) GPSMAP 5008: 173,5 x 256 x 105,9 mm (HxBxD) GPSMAP 5012: 240,5 x 330 x 119,2 mm HxBxD)) Gewicht: GPSMAP 4008: 2,72 kg GPSMAP 4012: 4,5 kg GPSMAP 5008: 2,72 kg GPSMAP 5012: 4,3 kg Scherm: GPSMAP 4008: 131,4 x 174 mm (HxB) GPSMAP 4012: 184,3 x 245,8 mm (HxB) GPSMAP 5008: 128,2 x 170,9 mm (HxB) GPSMAP 5012: 180,49 x 235,97 mm (HxB) Behuizing: volledig afge
Appendix Apparaatinstellingen initialiseren Wanneer u uw apparaat voor het eerst gaat gebruiken, moet u een aantal begininstellingen configureren. Dit moet eveneens gebeuren wanneer u de fabrieksinstellingen herstelt. Opmerking: u kunt deze instellingen later wijzigen via het configuratiescherm. Taal: selecteer de taal die u op het scherm wilt zien. Welkom: selecteer OK. NMEA apparaten?: selecteer Ja als u NMEA-apparaten hebt aangesloten of gaat aansluiten.
Appendix Alarmen en berichten Ongeldig systeem verzoek Voer een getal in tussen (0 - 252): ongeldig NMEA 2000-systeemverzoek. Verbinding met koerssensor weggevallen: (radar/ NMEA) het apparaat heeft geen verbinding meer met de koerssensor. Controleer de bedrading. Aansluiting met GPS weggevallen: geen verbinding meer met GPS. Controleer het netwerk en de antennebedrading. Ontvangst weggevallen: het apparaat ontvangt geen satellietsignalen meer. Controleer of u een onbelemmerd zicht hebt op de hemel.
Appendix Appendix NMEA Diepte is onder transducer: (echolood) de NMEA-diepte-invoer maakt gebruik van de DBT-zin, die geen rekening houdt met kiel-offset. Geen DGPS positie: differentiële GPS-ontvangst weggevallen (WAAS). Controleer of u een onbelemmerd zicht hebt op de hemel. Geen gevarenzones gevonden: bij een poging gebruikersgegevens over te zetten zijn geen gevarenzones gevonden. Geen routes gevonden: bij een poging gebruikersgegevens over te zetten zijn geen routes gevonden.
Appendix Productregistratie Vul de onlineregistratie vandaag nog in zodat wij u beter kunnen helpen! Ga naar onze website op http://my.garmin.com. Gebruik deze ruimte om uw serienummer (het 9-cijferige nummer dat achterop het product staat) te registreren voor het geval het product onderhoud nodig heeft. Bewaar uw originele aankoopbewijs of een fotokopie op een veilige plek.
Appendix NMEA 0183 en NMEA 2000 De kaartplotters van de serie GPSMAP 4000/5000 kunnen gegevens verwerken van zowel NMEA 0183-conforme apparaten als NMEA 2000-apparaten die zijn aangesloten op een bestaand NMEA 2000-netwerk op uw boot.
Index Index A A-scope 40 aan/uit-toets 1 AIS 25, 30 andere schepen 25, 30 antenneafmeting (radar) 36 36 apparaat-ID weergeven 3 apparaat initialiseren 42 apparaat inschakelen 2 apparaat uitschakelen 2 automatische begeleiding 14 B beeld systeeminformatie 3 bereik 40 bereiktoetsen 1 bestaand waypoint wijzigen 20 bestemming zoeken op naam 18 bewakingszone 34 BlueChart g2 Vision 10, 31 C cijfers 5, 8, 12 cijfers projecteren 5, 8, 12, 27, 35, 39 cirkels 8, 36 combinaties 4, 15 communicatie-instellingen 28
Index NMEA 2000 28, 41, 46 noorden boven 9 numeriek toetsenblok 1 O objectinformatie 7 omgevingsdiepte 9 oppervlakteruis 39 oriëntatie 9, 36 overige objectinformatie 7 P POI-gegevens 14 positie-indeling 27 positiepictogram 6 productregistratie 45 R radar 4, 33 antenneafmeting 36 instellen 36 motorsnelheid 36 projectiescherm 36 rada weergeven 8 registratie 45 roerganger 5, 8 instellingen 8 roergangerbeeld 3D 10 kleuren 11 route bewerken 22 route naar 17 routes bewerken 22 maken 21 routes berekenen 21
Ga voor de laatste gratis software-updates (exclusief kaartgegevens) gedurende de hele levensduur van uw Garmin-producten naar de website van Garmin op www.garmin.com. © 2007 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen Garmin International, Inc. 1200 East 151st Street, Olathe, Kansas 66062, VS Garmin (Europe) Ltd. Liberty House, Hounsdown Business Park, Southampton, Hampshire, SO40 9RB VK Garmin Corporation No. 68, Jangshu 2nd Road, Shijr, Taipei County, Taiwan www.garmin.