GPSMAP 800/1000 serie ® Gebruikershandleiding Maart 2015 Gedrukt in Taiwan 190-01658-35_0C
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.
Inhoudsopgave Inleiding........................................................................... 1 Vooraanzicht toestel ................................................................... 1 Knoppen op toestel ................................................................ 1 De handleidingen downloaden ................................................... 1 Uitleg over de handleiding .......................................................... 1 Meer informatie ................................................
Traditioneel echoloodweergave ........................................... 15 DownVü echoloodweergave ................................................ 15 SideVü echoloodweergave .................................................. 15 Echoloodweergaven met gesplitst scherm .......................... 16 Gesplitst zoomscherm voor echoloodweergave .................. 16 Gesplitst frequentiescherm voor echoloodweergave ........... 16 Panoptix™ echoloodweergaven ..........................................
Een positiemelding weergeven ............................................ 29 Naar een schip navigeren waarvan u de positie bijhoudt .... 30 Een waypoint maken op de positie van een schip waarvan u de positie bijhoudt ................................................................ 30 Informatie in een positiemelding bewerken ......................... 30 Een oproep met een positiemelding verwijderen ................. 30 Sporen van schepen weergeven op de kaart ......................
Inleiding WAARSCHUWING Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie. Vooraanzicht toestel De afbeeldingen in deze handleidingen zijn alleen voor referentie en komen mogelijk niet exact overeen met uw toestel. Meer informatie Als u nog vragen over uw toestel hebt, kunt u contact opnemen met Garmin Product Support. De website, www.garmin.
OPMERKING: De instructies voor de software-update verschijnen alleen als het toestel volledig is opgestart voordat u de kaart plaatst. 3 Volg de instructies op het scherm. 4 Wacht enkele minuten totdat de software-update is voltooid. Het toestel werkt weer normaal zodra het softwareupdateproces is voltooid. Verwijder de geheugenkaart. 5 OPMERKING: Als de geheugenkaart wordt verwijderd voordat het toestel opnieuw is opgestart, is de softwareupdate niet voltooid.
1 Selecteer Instellingen > Communicatie > Draadloze toestellen > Wi-Fi® netwerk > Geavanceerd > Wi-Fi® kanaal. 2 Voer een nieuw kanaal in. U hoeft het draadloze kanaal van met dit netwerk verbonden toestellen niet te wijzigen. De Garmin Helm app gebruiken met de kaartplotter Voordat u de kaartplotter kunt bedienen met de Garmin Helm app, moet u de app downloaden en installeren en de kaartplotter verbinden met een mobiel toestel (Een draadloos toestel verbinden met de kaartplotter).
Kaartsymbolen Deze tabel bevat een aantal algemene symbolen die u op de gedetailleerde kaarten kunt tegenkomen. Pictogram Beschrijving Boei Informatie Watersportdiensten Getijdenstation Stromingenstation Foto van bovenaf beschikbaar Perspectieffoto beschikbaar Andere zaken die op de meeste kaarten voorkomen, zijn dieptecontourlijnen, getijdenzones, puntpeilingen (zoals weergegeven op de oorspronkelijke papieren kaart), navigatiehulpmiddelen en -symbolen, obstakels en kabelgebieden.
en water op de navigatiekaart (Satellietbeelden op de navigatiekaart weergeven). Luchtfoto's: Luchtfoto's van jachthavens en andere belangrijke navigatiepunten helpen u een beeld te krijgen van uw omgeving (Luchtfoto's van oriëntatiepunten weergeven). Gedetailleerde gegevens over wegen en nuttige punten: Toont gedetailleerde gegevens over wegen en nuttige punten, waaronder zeer gedetailleerde kustwegen en nuttige punten, zoals restaurants, logies en plaatselijke attracties.
Symbool Beschrijving Het doel is geactiveerd. Het object wordt groter op de kaart. Een groene lijn die aan het object vastzit, geeft de voorliggende koers van het object aan. De MMSI, snelheid en richting van het schip staan onder het object als de instelling hiervoor is ingesteld op Toon. Als de AIStransmissie van het schip is weggevallen, wordt er een melding weergegeven. Het doel is weggevallen. Een groene X geeft aan dat de AIS-transmissie van het schip is weggevallen.
3 Selecteer een afstand voor de straal van de veilige zone rond uw schip. 4 Selecteer Tijd tot. 5 Selecteer een tijdstip waarop het alarmsignaal afgaat als een schip blijft afkoersen op doorkruising van de veilige zone. Om bijvoorbeeld 10 minuten van tevoren te worden gewaarschuwd, voordat een aanstaande doorkruising mogelijk plaatsvindt, stelt u Tijd tot in op 10. Het alarm gaat dan af 10 minuten voordat het schip de veilige zone doorkruist.
Sporen: Hiermee worden sporen op de kaart of 3Dkaartweergave getoond. Via-punten: Hiermee wordt de via-puntenlijst getoond (Een lijst met alle waypoints weergeven). Nieuw via-punt: Hiermee wordt een nieuw via-punt aangemaakt. Via-puntweergave: Hiermee stelt u in hoe via-punten op de kaart worden weergegeven. Actieve sporen: Hiermee wordt het menu getoond voor de opties van actieve sporen. Opgeslagen sporen: Hiermee wordt de lijst met opgeslagen sporen getoond (Een lijst met opgeslagen sporen weergeven).
Afstandcirkels: Hiermee toont en configureert u de weergave van afstandscirkels, waarmee u afstanden kunt visualiseren in sommige kaartweergaven. Corridorbreed.: Hiermee stelt u de breedte in van de navigatiecorridor. Dit is de magenta lijn in sommige kaartweergaven, waarmee de koers naar uw bestemming wordt aangegeven. De voorliggende-koerslijn en koers-over-de-grondlijn (COG) instellen U kunt de voorliggende-koerslijn en de koers-over-de-grondlijn (COG) weergeven op de kaart.
Als u een compatibele Garmin stuurautomaat gebruikt die op de kaartplotter is aangesloten via NMEA 2000 , volgt de stuurautomaat de Auto Guidance route. ® Stoppen met navigeren Selecteer in de navigatie- of viskaart MENU > Navigatie stoppen. Elementaire navigatievragen Via-punten Vraag Via-punten zijn locaties die u vastlegt en in het toestel opslaat. Antwoord Hoe kan ik ervoor zorgen dat de Navigeer met Ga naar.
van obstakels en dat deze diep genoeg is. Let tijdens het volgen van de koers altijd goed op en vermijd land, ondiep water en andere obstakels die u onderweg kunt tegenkomen. Wanneer u Ga naar gebruikt, kunnen een directe koers en een gecorrigeerde koers over land of door ondiep water lopen. Gebruik visuele waarnemingen om land, ondiep water en andere gevaarlijke objecten te vermijden. OPMERKING: In sommige gebieden is Auto Guidance beschikbaar bij premiumkaarten.
> Gebruik lijst met koerswijzigingen en selecteert u een waypoint in de lijst. • Als u een koerswijziging wilt selecteren, gaat u naar Wijzig koerswijzigingen > Gebruik kaart en selecteert u een locatie op de kaart. Naar een opgeslagen route zoeken en navigeren Voordat u een lijst met routes kunt doorzoeken en naar de gewenste route kunt navigeren, moet u ten minste één route maken en opslaan. 1 Selecteer Navigatie-info > Routes en Auto Guidance paden. 2 Selecteer een route. 3 Selecteer Navigeren naar.
2 Selecteer Selecteer > Verplaats punt. 3 Selecteer BACK om terug te keren naar het navigatiescherm. De uitvoering van een Auto Guidance berekening annuleren Selecteer in de navigatiekaart MENU > Annuleer. TIP: U kunt BACK selecteren om de berekening snel te annuleren. Een getimede aankomst instellen U kunt deze functie op een route of een Auto Guidance route gebruiken om te worden geïnformeerd op welk tijdstip u aankomt op een geselecteerd punt.
Een lijn achter uw boot op de kaart geeft uw route aan. De kleur van het actieve spoor instellen 1 Selecteer Navigatie-info > Sporen > Actieve spooropties > Spoorkleur. 2 Selecteer een spoorkleur. Het actieve spoor opslaan Het spoor dat momenteel wordt geregistreerd, wordt het actieve spoor genoemd. 1 Selecteer Navigatie-info > Sporen > Actief spoor opslaan. 2 Selecteer een optie: • Selecteer de tijd waarop het actieve spoor is begonnen. • Selecteer Geheel log. 3 Selecteer Sla op.
Alle opgeslagen waypoints, routes en sporen verwijderen Selecteer Navigatie-info > Beheer gegevens > Wis gebruikergegevens > Alles > OK. Combinaties In het combinatiescherm kunt u meerdere schermen tegelijkertijd weergeven. Het aantal beschikbare opties voor het combinatiescherm is afhankelijk van de optionele toestellen die u op de kaartplotter hebt aangesloten en van het feit of u al dan niet premiumkaarten gebruikt. Een combinatie selecteren 1 Selecteer Combinaties. 2 Selecteer een combinatie.
À Á Â Ã Ä Å Æ Linkerkant van de boot Rechterkant van de boot De transducer op uw vaartuig Bomen Oude banden Stukken hout Afstand vanaf de zijkant van de boot SideVü/DownVü scanning-technologie In plaats van een meer algemene kegelvormige bundel maakt de SideVü/DownVü transducer gebruik van een vlakke bundel om het water en de bodem naast uw boot te scannen. Als u Panoptix echoloodbeelden wilt ontvangen, hebt u een compatibele kaartplotter en een compatibele transducer nodig.
Er verschijnt een punaise op het scherm op de selecteerde locatie. 3 Selecteer een andere locatie. De afstand en hoek vanaf de punaise worden weergegeven in de linkerbovenhoek. TIP: Als u de punaise en de meetgegevens vanaf de huidige locatie van de punaise wilt verwijderen, selecteert u . De weergave van echoloodgegevens pauzeren Kleurlegenda À Á Â Ã Ä Å Selecteer in een echoloodweergave MENU > Echolood pauzeren.
Naam van een echoloodbron wijzigen U kunt de naam van een echoloodbron wijzigen om die bron gemakkelijk te herkennen. U duidt de transducer op de boeg van uw boot bijvoorbeeld aan met de naam "Boeg". De naam van de bron wordt alleen voor de huidige weergave gewijzigd. Als u bijvoorbeeld de naam van de DownVü echoloodbron wilt wijzigen, moet u de DownVü echoloodweergave openen. 1 Selecteer in de echoloodweergave MENU > Echoloodinstelling > Bron > Wijzig naam bronnen. 2 Voer de naam in.
2 Selecteer een optie: • Als u de schuifsnelheid automatisch wilt instellen met behulp van gegevens over de snelheid over de grond (SOG) of de watersnelheid, selecteert u Auto. De instelling Automatisch selecteert een schuifsnelheid die is afgestemd op de snelheid van de boot, zodat doelen in het water met de juiste hoogte-breedteverhouding worden getekend en minder zijn vertekend. Bij gebruik van DownVü of SideVü echoloodweergaven, wordt aangeraden de instelling Automatisch te gebruiken.
De RealVü zwaaisnelheid aanpassen U kunt de snelheid waarop de transducer heen en weer zwaait aanpassen. Bij een hogere zwaaisnelheid worden minder gedetailleerde beelden gegenereerd, maar wordt het scherm sneller vernieuwd. Bij een lagere zwaaisnelheid zijn de beelden gedetailleerder, maar wordt het scherm langzamer vernieuwd. OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor de RealVü 3D historisch echoloodweergave. 1 Selecteer in een RealVü echoloodweergave MENU > Scansnelheid. 2 Selecteer een optie.
Met de instelling 1/1 wordt één kolom met informatie op het scherm getekend voor ieder signaal dat retour wordt ontvangen van het echolood. Met de instelling 2/1 worden twee kolommen met informatie op het scherm getekend voor ieder signaal dat retour wordt ontvangen van het echolood en dit systeem wordt voortgezet bij de instellingen 4/1 en 8/1. Vissymbolen: Hiermee stelt u in hoe het echolood zwevende doelen interpreteert.
6 Selecteer Playback. Diepte- en watertemperatuurgrafieken Als u een transducer die de diepte kan meten, gebruikt of als u de waterdiepte via NMEA 0183 of NMEA 2000 ontvangt, kunt u een grafiek weergeven met de dieptelezingen afgezet tegen de tijd. Als u een transducer met temperatuurmeting gebruikt of als u de watertemperatuur via NMEA 0183 of NMEA 2000 ontvangt, kunt u een grafiek weergeven met de temperatuurlezingen afgezet tegen de tijd. De grafiek verschuift naar links met het verstrijken van de tijd.
De zoomschaal op het radarscherm aanpassen De radarzoomschaal (ook radarsignaalbereik genoemd) geeft de afstand van uw positie (het midden) tot aan de buitenste rand van de cirkel weer. Selecteer op een radarscherm of . Elke ring vertegenwoordigt een gelijk deel van de zoomschaal. Als bijvoorbeeld de zoomschaal is ingesteld op 3 mijl, is elke ring gelijk aan 1 mijl verder uit het midden. 1 Selecteer vanuit het wachtpostscherm MENU > Stel wachtpost in > Wijzig bewakingszone > Verpl. radarbewak.
De VRM en de EBL aanpassen Voordat u de VRM en de EBL kunt aanpassen, moet u deze eerst weergeven op het radarscherm (De VRM en de EBL weergeven). U kunt de diameter van de VRM en de hoek van de EBL aanpassen, waardoor het snijpunt van de VRM en EBL wordt verplaatst. De VRM en de EBL die voor één modus zijn geconfigureerd, gelden ook voor alle andere radarmodi. 1 Selecteer op een radarscherm een nieuwe locatie voor het snijpunt van de VRM en de EBL. 2 Selecteer VRM/EBL verwijderen.
bereik van het radarsignaal en de geselecteerde radarmodus. Als de omstandigheden veranderen, wordt de versterking echter niet automatisch opnieuw aangepast door de kaartplotter. • Selecteer Auto laag of Auto hoog om de versterking automatisch aan te passen aan veranderende omstandigheden. • Selecteer Auto vogel om de versterking automatisch aan te passen om vogels boven het wateroppervlak weer te geven.
1 Selecteer op een radarscherm of de radaroverlay MENU > Cirkels: Aan de hand van de afstandcirkels worden afstanden op het radarscherm zichtbaar gemaakt. Navigatielijnen: Hiermee geeft u de navigatielijnen weer die de koers aangeven die u hebt ingesteld met Route naar, Auto Guidance of Ga naar. Via-punten: Hiermee geeft u op het radarscherm via-punten weer.
• Als u alle metingen op nul wilt instellen, selecteert u Herstel alles. Motor- en brandstofmeters weergeven Voordat u motor- en brandstofmeters kunt weergeven, moet u verbinding hebben met een NMEA 2000 netwerk dat motor- en brandstofgegevens kan waarnemen. Zie de installatie-instructies voor meer informatie. Selecteer Meters > Motor. De grenzen van de motormeter en de brandstofmeter aanpassen U kunt de onder- en bovenlimiet en het bereik van de gewenste standaardwerking van een meter instellen.
2 Selecteer een optie: • Als u de ware of schijnbare windhoek wilt weergeven, selecteert u Naald en daarna een optie. • Als u de ware of schijnbare windsnelheid wilt weergeven, selecteert u Windsnelheid en daarna een optie. De bron van de snelheid configureren U kunt opgeven of de snelheid van het vaartuig die op de snelheidsmeter wordt weergegeven en voor windberekeningen wordt gebruikt, gebaseerd wordt op de watersnelheid of de GPS-snelheid. 1 Selecteer vanaf de windmeter MENU > Kompasmeter > Snelh.
4 Selecteer een station. Almanakgegevens weergeven op de navigatiekaart 1 Selecteer in een kaart of 3D-kaartweergave een locatie. 2 Selecteer Informatie. 3 Selecteer Getijde-informatie, Stromen, of Zon en maan. Digital Selective Calling (DSC) Netwerkkaartplotter en marifoonfunctionaliteit Als een NMEA 0183 marifoon of een NMEA 2000 marifoon is aangesloten op uw kaartplotter, zijn deze functies ingeschakeld. • De kaartplotter kan uw GPS-positie doorsturen naar uw marifoon.
Naar een schip navigeren waarvan u de positie bijhoudt 1 Selecteer Navigatie-info > Overige schepen > DSC-lijst. 2 Selecteer een oproep met een positiemelding. 3 Selecteer Navigeren naar. 4 Selecteer Ga naar of Route naar. Een waypoint maken op de positie van een schip waarvan u de positie bijhoudt 1 Selecteer Navigatie-info > Overige schepen > DSC-lijst. 2 Selecteer een oproep met een positiemelding. 3 Selecteer Nieuw via-punt.
OPMERKING: Niet alle functies zijn beschikbaar op alle mediabronnen. 1 Selecteer in het mediascherm MENU > Bron. OPMERKING: Het bronmenu wordt alleen weergegeven voor toestellen die ondersteuning bieden voor meerdere mediabronnen. 2 Selecteer een bron. Een draadloos Bluetooth toestel verbinden met de mediaspeler U kunt een Bluetooth toestel draadloos verbinden met een compatibele mediaspeler. 1 Plaats het Bluetooth toestel op minder dan 10 m (33 ft.) afstand van de kaartplotter.
Een SiriusXM abonnement activeren U moet de radio-id hebben om het SiriusXM abonnement te kunnen activeren ( Een SiriusXM radio-id zoeken ). 1 Als u de SiriusXM bron hebt geselecteerd, stemt u af op kanaal 1. U hoort dan het preview-kanaal. Zo niet, controleer dan de SiriusXM Connect Tuner, de antenne-installatie en de aansluitingen en probeer het nogmaals. 2 Stem af op kanaal 0 om de radio-id te zoeken.
U merkt waarschijnlijk een korte vertraging op voordat de weergegevens of andere functies op de kaart worden weergegeven. OPMERKING: Elke weerfunctie kan veranderen als de bron verandert die de informatie aanlevert.
Symbool Weer Symbool Weer Deels bewolkt Helder (zonnig, heet, onbewolkt) Bewolkt Regen (motregen, natte sneeuw, regenbuien) Winderig Mistig Onweersbuien Sneeuw (sneeuwbuien, lichte sneeuwbuien, sneeuwstormen, jachtsneeuw, natte sneeuw, ijsregen, ijsmotregen) Rook (stoffig, nevelig) Verwachtingen van vislocaties Zeegang weergeven De functie Zeegang geeft informatie weer over de oppervlaktecondities, waaronder wind, hoogte van de golven, duur van de golven en richting van de golven.
Boeirapporten weergeven De metingen in het rapport zijn de meetgegevens van boeien en observatiestations langs de kust. Deze gegevens worden gebruikt voor het bepalen van luchttemperatuur, dauwpunt, watertemperatuur, getijde, hoogte en duur van de golven, windrichting en -snelheid, zicht en barometerdruk. 1 Selecteer in een weerkaart. 2 Selecteer Bekijk > Boei. Bekijk wordt niet weergegeven als de cursor niet vlak bij een object staat.
gebruikt in combinatie met GPS om nauwkeurigere positieinformatie te leveren. WAAS/EGNOS: Schakelt WAAS (in Noord-Amerika) of EGNOS (in Europa) in of uit om nauwkeurigere GPS-positiegegevens te verkrijgen. Denk eraan dat het toestel meer tijd nodig kan hebben om de satellieten te vinden wanneer u WAAS/ EGNOS gebruikt. Snelheidsfilter: Berekent gedurende korte tijd de gemiddelde snelheid van uw schip om de snelheidswaarden te verscherpen. Bron: Hiermee kunt u de voorkeursbron voor GPS instellen.
2 Volg de instructies op het scherm. 3 4 5 6 Als de boot te traag is of als de snelheidssensor niets registreert, verschijnt een melding. Selecteer OK en verhoog geleidelijk de snelheid van de boot. Als het bericht weer wordt weergegeven, stop dan de boot en controleer of het wieltje met de sensor niet is vastgelopen. Als het wieltje zonder problemen draait, controleer dan de kabelverbindingen. Als de melding zich blijft voordoen, neem dan contact op met Garmin Product Support.
Weeralarmen instellen Voordat u weeralarmen kunt instellen, moet u een compatibele kaartplotter aansluiten op een weertoestel, zoals een GXM toestel, en beschikken over een geldig weerabonnement. 1 Selecteer Instellingen > Alarmen > Weer. 2 Schakel alarmen in voor specifieke weersomstandigheden. Eenheden instellen Selecteer Instellingen > Eenheden. Systeemeenheden: Stelt de systeemeenheid in voor het toestel.
3 Selecteer indien nodig de geheugenkaart waar u gegevens naartoe wilt kopiëren. 4 Selecteer een optie: • Als u een nieuw bestand wilt maken, selecteert u Voeg nieuw bestand toe en voert u een naam in. • Als u de informatie wilt toevoegen aan een bestaand bestand, selecteert u het bestand in de lijst. Geïntegreerde kaarten naar een geheugenkaart kopiëren U kunt kaarten van de kaartplotter kopiëren naar een geheugenkaart, zodat u deze kunt gebruiken met HomePort. 1 Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf.
zodat de interne antenne het GPS-signaal kan ontvangen. In een cabine moet het toestel dichtbij een venster worden gemonteerd, zodat het GPS-signaal kan worden ontvangen. Als het toestel in een cabine niet kan worden gemonteerd op een plek waar het satellietsignalen kan ontvangen, dient u een externe GPS-antenne te gebruiken. • Zorg dat de externe GPS-antenne is aangesloten op de kaartplotter of het NMEA netwerk.
Type PGN Beschrijving 129539 GNSS-DOP's 129799 Radiofrequentie, modus en vermogen 130306 Windgegevens 130312 Temperatuur Zenden onderwerpen aan reverse assembling of reverse engineering, herleiden tot door mensen leesbare vorm of afgeleide werken zult maken op basis van de Software. U verklaart dat u de software niet zult exporteren of herexporteren naar landen die de exportwetten van de Verenigde Staten van Amerika of enig ander toepasselijk land schenden.
Index A aan-uitknop 35 aankomstalarm 37 aanvaringsalarm 6 afstand meten 17 kaarten 3 afstand tot kustlijn 13 afstandcirkels 8 AIS 5, 7, 9 alarm 6 doelzoeken 5–7 gevaren 6, 23 inschakelen 38 noodsignaaltoestel 7 radar 23 SART 2, 7 schepen 6 alarmen 37 aankomst 37 aanvaring 6 diep water 21 echolood 21 krabbend anker 37 meters 27 motor 27 navigatie 37 ondiep water 21 van koers 37 watertemperatuur 21 weer 38 andere schepen AIS 9 sporen 9 antenne, GPS 2 Auto Guidance 9, 12, 13, 38 afstand tot kustlijn 13 lijn 13
N navigatiealarmen 37 navigatiebijkaart 8, 18 navigatiehulpmiddelen 4 navigatiekaart 3, 5, 10, 35 instellen 7 luchtfoto's 7 radaroverlay 24 sporen van schepen 30 watersportdiensten 10 netwerk.
www.garmin.