GPS 152 gps trackplotter ZOOM Gebruikershandleiding en naslagwerk
©2001 – 2002 GARMIN Corporation GARMIN International, Inc. 1200 East 151st Street, Olathe, Kansas 66062, Verenigde Staten GARMIN Ltd. (Europa) Unit 5, The Quadrangle, Abbey Park Industrial Estate, Romsey, SO51 9AQ, Verenigd Koninkrijk GARMIN Corporation (Azië) No. 68, Jangshu 2nd Road, Shijr, Taipei, Taiwan Website: www.garmin.com Alle rechten voorbehouden.
Voorwoord Gefeliciteerd met uw aankoop van een van de eenvoudigst te gebruiken GPS navigators voor de pleziervaart. Dankzij de bewezen kwaliteiten van GARMIN GPS is de GARMIN GPS 152 een uitstekende navigator voor de pleziervaart. Inleiding Voorwoord Productregistratie Het is raadzaam om – voordat u dit apparaat gaat gebruiken –deze gebruikershandleiding goed te lezen. Op deze manier haalt u het meeste uit uw nieuwe navigatiesysteem. Deze handleiding is opgedeeld in twee secties.
Inleiding FCC Regelgeving FCC Regelgeving Dit apparaat voldoet aan hetgeen in deel 15 van de FCC voorschriften is gesteld voor klasse B digitale apparatuur voor gebruik binnenshuis en op kantoor. Deze eisen zijn voor gebruik binnenshuis of op kantoor strenger dan die voor gebruik buitenshuis.
Software licentie overeenkomst DOOR DE GPS 152 TE GEBRUIKEN STEMT U IN MET DE VOORWAARDEN EN CONDITIES VAN DE VOLGENDE SOFTWARE LICENTIE OVEREENKOMST. LEES DEZE OVEREENKOMST ZORGVULDIG DOOR. De Garmin Corporation (“GARMIN”) verleent u hierbij toestemming tot het gebruik van de software zoals die in dit apparaat (de “Software”) in binair uitvoerbare vorm is opgeslagen voor normaal gebruik van dit product. Naam, eigendomsrechten en intellectuele eigendomsrechten in en van de Software blijven van GARMIN.
Inleiding Garantiebepaling Serienummer Serienummer Hieronder kunt u uw achtcijferige serienummer noteren (dit staat onder op het apparaat), voor het geval uw GPS 152 kwijtraakt, wordt gestolen of gerepareerd dient te worden. Bewaar uw originele aankoopbon op een veilige plaats of hecht een kopie vast aan deze handleiding. Serienummer: De GPS 152 zit met schroeven dicht. Wanneer u het apparaat open maakt en iets probeert aan te passen, kan dit onherstelbare schade aanrichten.
Ontworpen als electronische trackplotter is de GPS 152 een krachtig navigatieapparaat dat u alle informatie kan geven die u nodig heeft tijdens uw reis.
Inleiding Standaardverpakking en accessoires Controleer na aankoop altijd of de verpakking de volgende onderdelen bevat. Neem direct contact op met uw dealer indien iets ontbreekt. Standaardverpakking: • GPSMAP 152 • Voeding/datakabel • Externe antenne GA 29 en kabel1 • Interne antenne op verwijderbare achterwand2 • Montagebeugel en montageknoppen • Gebruikershandleiding • Engelstalige kaart voor het snel opzoeken van informatie • Afdekkap 1 2 Uitsluitend bij artikelnummer 0100022720.
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . i–viii Voorwoord en productregistratie . . . . . . . . . . . . i FCC Regelgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ii Software licentie overeenkomst . . . . . . . . . . . . iii Waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . iii Garantiebepaling en serienummer . . . . . . . . . . iv Kenmerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inleiding Veelgebruikte handelingen Handeling: Zie bladzijde(s): De GPS 152 aan en uitzetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4, 6, 17 De GPS gereed maken voor gebruik (bij eerste gebruik) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45 Het schermcontrast en de verlichting aanpassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67 Gegevens invoeren en opties selecteren . .
MENU De bij het weergegeven scherm behorende opties tonen. Wanneer u deze knop twee keer indrukt, gaat u naar het hoofdmenu. AAN/UIT/SCHERMVERLICHTING/CONTRAST Het apparaat aan of uitzetten of de schermverlichting en het contrast aanpassen. PAGE Door de opeenvolgende hoofdschermen bladeren of terugkeren van een submenu naar het laatstgekozen hoofdscherm. NAV/MOB Het navigatiemenu weergeven voor de functies ‘Ga naar’ of ‘Volg’.
Eerste gebruik Opties selecteren Opties selecteren en gegevens invoeren Voor we kennis gaan maken met de navigatiefuncties van de GPS 152 dient u zich de basisbediening eigen te maken. We adviseren u om de ‘Eerste gebruik’ trip uit te voeren voor u in de praktijk gaat navigeren. U kunt de GPS 152 volledig aanpassen aan uw eigen wensen. U kunt zelf opties selecteren en activeren of de door u gewenste gegevens (zoals namen en getallen) invoeren. Dit doet u met ENTER/MARK en de KANTELTOETS.
Met de KANTELTOETS en ENTER/MARK kunt u op een scherm met programmeerbare gegevensvelden de naam van een waypoint wijzigen of gegevens invoeren. Eerste gebruik Gegevensinvoer Een naam of getal invoeren in een gegevensveld: 1. Markeer met de KANTELTOETS het gegevensveld dat u wilt wijzigen. Als u boven of onder op de KANTELTOETS drukt, gaat u omhoog, respectievelijk omlaag en als u rechts of links drukt, beweegt u opzij. 2. Druk op ENTER/MARK als u in het veld staat dat u wilt bewerken. 3.
Eerste gebruik De ontvanger initialiseren Met het geavanceerde toetsenbord van de GPS 152 kunt u snel en gemakkelijk opties selecteren en gegevens invoeren. In deze eerste sectie wordt uitgelegd hoe het toetsenbord werkt. Het is raadzaam dit gedeelte goed te lezen voordat u daadwerkelijk gaat navigeren en ook naderhand te zorgen dat u deze handleiding altijd bij de hand hebt als naslagwerk.
Een beginpositie aanwijzen op de kaart: 1. Druk twee keer op MENU om naar het hoofdmenu te gaan. Ga met de KANTELTOETS naar de tabkaart ‘GPS’ en druk daar nogmaals op MENU. Eerste gebruik De ontvanger initialiseren 2. Markeer met de KANTELTOETS ‘Initialiseer positie’ en druk vervolgens op ENTER/MARK om de ontvanger vanaf de kaart sneller een positie te laten bepalen. Er verschijnt een nieuw venster waarin u met de cursor uw positie kunt aanwijzen. 3.
Eerste gebruik Eerste gebruik trip Aanzetten Schermcontrast De GARMIN GPS 152 is een krachtig navigatiesysteem waarmee u de vele geavanceerde functies rechtstreeks vanaf het scherm kunt bedienen. De eerste gebruik trip is bedoeld om u kennis te laten maken met de basisfuncties en scherm in een gesimuleerde reis. Wanneer u de standaardinstellingen gewijzigd heeft, kan het voorkomen dat de navolgende beschrijvingen en plaatjes niet helemaal kloppen met wat u waarneemt op uw eigen navigator.
De schermverlichting aanpassen: 1. Druk op de aan/uitknop. 2. Druk nogmaals op de aan/uitknop. Druk boven of onder op de KANTELTOETS. Als u weer op de aan/uitknop drukt, staat de schermverlichting in de maximale stand. Eerste gebruik Schermverlichting Simulatiemodus 3. Druk op ENTER/MARK of op QUIT als u klaar bent. Als u nu kort op de aan/uitknop drukt, kunt u kiezen uit drie instellingen voor de schermverlichting: uit, door de gebruiker ingesteld en maximaal.
Eerste gebruik Hoofdschermen Kaartscherm De GPS 152 heeft vijf opeenvolgende hoofdschermen met kaart en navigatiegegevens: het Kaartscherm, het Kompasscherm, het Snelwegscherm, het Actieveroutescherm en het Getalscherm. Met PAGE en QUIT kunt u vooruit en achteruit door deze schermen bladeren. Kaartscherm PAGE Voor de satelliet acquisitie of als de satelliet ontvangst is weggevallen wordt links onder op het scherm aangegeven dat de GPS positie niet wordt berekend.
Eerste gebruik De cursor Het gebruik van het Kaartscherm is erg eenvoudig en het meeste doet u met de cursor die u met de KANTELTOETS bedient. Met de cursor kunt u naar andere posities op de kaart gaan, positiegegevens bekijken van items op de kaart, en waypoints en routes markeren en bewerken. In de simulatiemodus wordt de positie die het laatst door de ontvanger bepaald is, weergegeven als uw actuele positie. Cursor Probeer de volgende oefening met de cursor op het Kaartscherm: 1.
Eerste gebruik Waypoints markeren Waypoint markeren De actuele positie markeren 1. Houd ENTER/MARK ingedrukt totdat het venster ‘Nieuw waypoint’ verschijnt en laat hem dan los. Standaard krijgt een nieuw waypoint een vierkantje als symbool en een driecijferig getal als naam. Voor deze oefening gaan we de waypointnaam en het symbool wijzigen. 2. Markeer met de KANTELTOETS het naamveld en druk op ENTER. De eerste nul staat gemarkeerd. U hebt ruimte voor tien alfanumerieke tekens. 3.
Eerste gebruik Naar een bestemming navigeren GPS navigatie gaat over het markeren van posities als waypoints, waarna u naar deze posities navigeert aan de hand van de kaart en de weergegeven routebeschrijving. U heeft ENTER/MARK al gebruikt om uw positie vast te leggen als waypoint en nu is het tijd om te gaan navigeren. De toets NAV/MOB, links onder de KANTELTOETS is de toets om een bestemming te selecteren, de TracBackfunctie of een bepaalde route te activeren.
Eerste gebruik Gesimuleerde trip Gesimuleerde trip De affabriek geladen route activeren: 1. Druk op NAV/MOB. De lijst met opties verschijnt. (Als u naar één waypoint zou willen gaan, dan wijst u die aan op het Kaartscherm, drukt op NAV/MOB en dan op ENTER/MARK). 2. Markeer de optie ‘Volg route’ en druk op ENTER/MARK. 3. Het venster ‘Kies route’ verschijnt met ‘GPSMAP TOUR’ gemarkeerd. 4. Druk op ENTER/MARK, markeer ‘Activeer’ en druk op ENTER/MARK.
Op het kaartscherm krijgt u een beeld van de route die u navigeert. Druk op de IN toets om de kaartschaal op 2NM te zetten. Nu u bent ingezoomd op de route, kunt u met de KANTELTOETS de cursor schuiven naar punten op de kaart in de nabijheid van uw route of op het scherm waypoints aanmaken. Probeer de cursor eens naar waypoint ‘TOUR3’ te verschuiven met de kanteltoets. Als u de KANTELTOETS telkens kort indrukt, verschuift de cursor met kleine stappen.
Eerste gebruik Kompas/snelwegscherm Actuele bestemming. Gegevensvelden. Nu we aan het navigeren zijn, gaan we de diverse schermen van de GPS 152 eens bekijken door op de PAGE knop te drukken. De GPS 152 gebruikt twee verschillende navigatieschermen, Kompas en Snelwegscherm. Het Kompasscherm verschaft grafische koersinformatie naar een bestemming met de nadruk op de peiling naar de bestemming ten opzichte van de actuele koers.
Om op koers te blijven dient u naar het midden van de weg te sturen om ‘op de weg te blijven’. Affabriek staan aan de rechterzijde van het scherm vier gegevensvelden die de snelheid aangeven, de afstand tot de volgende bestemming (of volgend waypoint in de route), een waypointwijzer en uw voorliggende koers. Als het voorkomen van een koersfout van belang is dan verdient de Snelwegscherm de voorkeur boven het Kompasscherm.
Eerste gebruik Datavelden/Hoofdmenuscherm De gegevensvelden op de hoofdschermen (met uitzondering van het Actieve Routescherm) kunnen worden gewijzigd om één van de 28 verschillende gegevens weer te geven (zie bladzijde 22–23 voor een lijst met alle mogelijke typen gegevens). We gaan op het Getalscherm het ‘wijzer’ veld wijzigen in het ‘positie’ veld. Een gegevensveld bewerken: 1. Druk op MENU om de Getalscherm opties weer te geven. 2.
Het markeren van de Track submenu tabkaart: 1. Markeer met de KANTELTOETS de tabkaart ‘Trk’. Rechts van de Hoofdmenu tabkaarten ziet u de submenu tabkaarten verschijnen. Eerste gebruik Tracklog wissen/Uitzetten 2. Druk één keer rechts op de KANTELTOETS om de tabkaart ‘Actieve’ te markeren. Het Tracklogscherm stelt u in staat op te geven of u al dan niet tracklog wilt opslaan, zo ja hoe het wordt opgeslagen en hoe u de actieve tracklog kunt bewaren.
Referentie Het Kaartscherm Kaartscherm Gebruiker waypoint Gegevensvelden Op het Kaartscherm van de GPS 152 staan plotter en navigatiegegevens. Affabriek is de navigator voorzien van een steden database en maritieme hulpmiddelen zoals vaste boeien en lichten. Verder wordt op het kaartscherm uw tracklog bijgehouden en alle routes en waypoints die u heeft opgeslagen.
Wanneer u de cursor verplaatst, worden de afstand en de koers van uw actuele positie naar de cursor weergegeven, samen met de coördinaten van de cursorpositie. Bij het in en uitzoomen op het kaartscherm wordt het scherm gecentreerd op de cursorpositie. Als de cursor niet beweegt en u verplaatst zich zelf dan worden de afstand en peiling naar uw actuele positie continue bijgewerkt. Referentie Cursor De cursor verwijderen en het scherm centreren op de eigen positie: 1. Druk op de QUIT toets.
Referentie Waypoint aanmaken met de cursor Met de cursor kunt u ook direct op de kaart nieuwe waypoints maken. Een nieuw waypoint maken met de cursor op een open stuk van het kaartscherm: 1. Verplaats de cursor naar de gewenste positie. 2. Druk kort op ENTER/MARK om de cursor positie vast te leggen (het ingedrukt houden van de ENTER/MARK toets legt uw eigen positie vast, niet de cursor positie). 3. Het ‘Nieuw kaartwaypoint’ scherm verschijnt.
Opties voor het Kaartscherm Veel functies van de GPS 152 zijn menugestuurd. Ieder hoofdscherm heeft een menu met opties waarmee u de bladzijde aan uw eigen wensen kunt aanpassen en/of bepaalde functies kunt selecteren. Het datavenster (rechts op het Kaart, Kompas en Snelwegscherm en het gehele Getalscherm) voorzien in gebruiker instelbare gegevensvelden. Ieder gegevensveld kan worden ingesteld om één van de 28 mogelijke gegevens te tonen.
Referentie Kaartscherm Opties Afstand Peiling Afstand meten stelt u in staat de peiling en afstand tussen twee willekeurige punten op het kaartscherm te meten. De afstand/peiling tussen twee punten meten: 1. Markeer de ‘Afstand meten’ optie en druk op ENTER/MARK. Op uw actuele positie verschijnt een cursor met daaronder de tekst ‘ENT REF’. 2. Verplaats de cursor naar het gewenste referentiepunt (het punt van waaraf u wilt meten) en druk op ENTER/MARK. 3.
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • DRAAI: de koerswijziging in graden om op de gewenste koers terug te komen. ETA BIJ VLGND: de geschatte aankomsttijd bij het eerstvolgende waypoint. ETA BIJ BEST.: de geschatte aankomsttijd op de plaats van bestemming. GPS MISWIJZING: de geschatte miswijzing in de berekende positie HOOGTE: de GPS hoogte boven het gemiddeld zeeniveau. KOERS TE GAAN: de berekende gewenste koers KOERSFOUT: de afstand die u van de koers bent afgeweken.
Referentie Kaartscherm Opties Kaart instellen: springt naar de tabkaart ‘Kaart’ van het hoofdmenu en stelt u in staat de kaartweergave aan te passen aan uw eigen voorkeuren, zoals de mate van detail, de oriëntatie, onderdelen al dan niet weergeven, enzovoort. De instellingen staan op onderwerp verdeeld over verschillende tabkaarten. Een instelling van de kaart wijzigen: 1. Markeer in het menu van het Kaartscherm ‘Kaart instellen’ en druk op ENTER/MARK. 2.
Het navolgende beschrijft de details van de Kaart tabkaart instellingen: Tabkaart ‘Algemeen’ Detail: de mate van detail op de kaart: Meest, Meer, Normaal, Minder of Minst. Dit is alleen van toepassing op functies met de instelling ‘Auto’ en heeft geen invloed op functies met een gespecificeerde instelling of functies die ‘Uit’ staan. Oriëntatie: de oriëntatie voor de weergave van de kaart: Noord boven, de bovenkant van de kaart is het noorden.
Referentie Kaartinstelling menu opties Kaartscherm – Opties/ Kompasscherm Op het kaartinstelling menu kunt u de volgende instellingen oproepen: • Herstel Affabriek instel.: de instellingen op het gemarkeerde tabblad terugzetten naar de fabriekswaarden. • Zet kaart op affabriek: de instellingen van alle tabkaarten herstellen. De kaartinstellingen herstellen: 1. Selecteer in het hoofdmenu op de tabkaart ‘Kaart’ de tabkaart waarvan u de instellingen wilt herstellen en druk op MENU.
Referentie De Peilingwijzer en de kompasroos kunnen in een verschillende richting wijzen als u (bijna) stilstaat. Zo gauw u weer normaal beweegt, wijst het kompas de juiste richting aan. Via het Kompasscherm opent u een menu waarmee u de opmaak, de gegevensvelden en de simulator kunt instellen. Bij elk gegevensveld kunt u kiezen uit 28 verschillende soorten gegevens.
Referentie Snelwegscherm De schaal van het Snelwegscherm aanpassen: 1. Druk op OUT of IN om uit, respectievelijk in te zoomen op de snelweg. Via het menu van het Snelwegscherm kunt u de gegevensvelden aanpassen en aangeven welke waypoints en routes moeten worden afgebeeld. De gegevensvelden kunnen verschillende soorten informatie bevatten. De gebruiker kan zelf instellen welke informatie wordt weergegeven, hoe deze wordt opgemaakt en hoeveel gegevensvelden op het scherm staan.
Het Actieveroutescherm Wanneer u een route heeft geactiveerd op uw GPS 152, staat op het Actieveroutescherm ieder waypoint op deze route, met enkele door de gebruiker te selecteren gegevens over de verschillende waypoints. Zie bladzijde 52 voor een uitgebreidere uitleg over het Actieveroutescherm. Referentie Actief routescherm/Getalscherm Het Getalscherm Op het Getalscherm staat een overzicht van de belangrijkste navigatiegegevens.
Referentie Waypoints maken Waypoints maken en bewerken U kunt in de GPS 152 maximaal 500 waypoints vastleggen met daarbij vermeld de diepte en een door de gebruiker gekozen symbool. U kunt waypoints op twee verschillende manieren vastleggen, met de: • ENTER/MARKtoets: de actuele positie of een andere positie op de weergegeven kaart. • KANTELTOETS: een willekeurige positie op de weergegeven kaart. • Tekst invoer: handmatig de bijvoorbeeld op een kaart vastgestelde coördinaten invoeren.
5. Wilt u de diepte bijvoegen, dan markeert u het desbetreffende veld en drukt u op ENTER/MARK. Voer met de KANTELTOETS de gewenste informatie in en druk op ENTER/MARK. Als uw GPS 152 een geldig signaal ontvangt van een Garmin echolood dan is dit veld al ingevuld. 6. Markeer ‘OK’ en druk op ENTER/MARK. Het waypoint wordt nu opgeslagen. Referentie Waypoints maken Grafisch waypoints vastleggen U kunt ook een willekeurige positie direct vanaf het Kaartscherm opslaan als waypoint.
Referentie Waypoints maken Een waypoint maken van een kaartelement: 1. Verplaats de cursor naar het gewenste kaartelement. 2. Druk op ENTER/MARK om het element te selecteren. Het informatiescherm van dat kaartelement verschijnt . Gebruik de KANTELTOETS om ‘Creëer Waypoint’ te markeren en druk op ENTER/MARK. 3. Het ‘Nieuw waypoint’ scherm verschijnt. Wanneer u het waypoint wilt opslaan met de standaard door de GPS 152 gegenereerde naam en symbool, dan markeert u ‘OK’ en drukt u op ENTER/ MARK.
Referentie Waypoints herzien en wijzigen De in het apparaat opgeslagen waypoints kunt u te allen tijde bekijken, wijzigen, hernoemen, verplaatsen of verwijderen met de ‘Herzie waypoint’ en de ‘Wijzig waypoint’ schermen Het ‘Herzie waypoint’ scherm openen: 1. Ga met de KANTELTOETS op het kaartscherm naar het waypoint dat u wilt bewerken. Waypoints wijzigen Symbool Naam 2. Druk op ENTER/MARK om het ‘Herzien waypoint’ scherm weer te geven. Een waypoint wijziging scherm openen: 1.
Referentie Waypoints wijzigen Op het ‘Herzie waypoint’ en ‘Wijzig waypoint’ scherm kunt u ook het geselecteerde waypoint wissen en het op het kaartscherm bekijken en/of verplaatsen. Een waypoint verwijderen: 1. Gebruik de KANTELTOETS om op het ‘Herzie ’ of ‘Wijzig waypoint’ scherm ‘Wis’ te markeren en druk op ENTER/MARK. Druk met ‘OK’ gemarkeerd op ENTER/MARK om het wissen te bevestigen. Een waypoint op het kaartscherm bekijken en verplaatsen: 1.
Referentie Waypoints ‘Op naam’ Het eerste submenu van de tabkaart ‘Wpt is ‘Op naam’. Hier staat een alfabetische lijst van alle in het apparaat opgeslagen waypoints. Deze waypoints kunt u stuk voor stuk bekijken, wijzigen, hernoemen of verwijderen of ze in één keer verwijderen. Het aantal beschikbare en opgeslagen waypoints staat onderin. Waypointlijsten Bladeren door de ‘Op naam’ waypointlijst en waypoints herzien: 1.
Referentie Waypointlijsten Een individueel waypoint uit de lijst verwijderen: 1. Markeer het betreffende waypoint en druk op MENU. 2. Markeer ‘Wis waypoint’ en druk op ENTER/MARK. 3. Markeer ‘OK’ en druk nogmaals op ENTER/MARK. Waypoints met hetzelfde symbool verwijderen: 1. Markeer in de ‘Op naam’ lijst het te wissen waypoint en druk op MENU. Kies dan ‘Wis op symbool’ en druk op ENTER/MARK. 2. Gebruik de KANTELTOETS om het symbool te markeren en druk op ENTER/MARK. 3. Druk op ENTER/MARK. Druk op ‘Annul’.
Bladeren door de lijst met dichtstbijzijnde waypoints en deze herzien: 1. Markeer met de KANTELTOETS in het hoofdmenu de tabkaart ‘Wpt’ en markeer vervolgens ‘Dichtstbijzijnd’. Referentie Waypointlijsten 2. Gebruik de KANTELTOETS om in de gewenste richting door de lijst te bladeren. 3. Druk op ENTER/MARK om een gemarkeerd waypoint te bekijken op het ‘Wijzig waypoint’ scherm (zie blz. 33 en 34 voor informatie over het wijzigen van waypoints). 4.
Referentie Waypointlijsten Gevaarlijk waypoint Een stippellijn toont de begrenzing van de gevarenzone van alle gevaarlijke waypoints. Een gevaarlijk waypoint toevoegen: 1. Markeer een lege regel in de lijst van gevaarlijke waypoints en druk op ENTER/MARK. Het ‘Kies waypoint’ scherm verschijnt. 2. Om een waypoint uit één van de lijsten te selecteren markeert u het gewenste waypoint in de ‘Op naam’ of ‘Dichtstbijzijnd’ lijst en drukt u op ENTER/MARK.
Naar een punt navigeren Met de knop NAV/MOB kunt u met de GPS 152 op vier verschillende manieren direct naar een punt (bestemming) navigeren. ‘Ga naar waypt’, ‘Volg Route’, ‘Volg track’ en Man over boord navigatie. Tijdens het navigeren ziet u een rechte lijn die loopt van uw actuele positie naar de plaats van bestemming. De simpelste methode is ‘Ga naar’ waarbij u een bestemmingswaypoint selecteert en in een rechte lijn koers zet naar dat punt.
Referentie Naar een punt navigeren Grafisch een ‘Ga naar’ activeren Een grafische ‘Ga naar’ kan worden gebruikt om naar één van de volgende punten te navigeren: een bestaand waypoint, een kaartelement (bijv. stad of boei) of een positie op het kaartscherm (geen kaartelement). In de eerste twee gevallen wordt de naam van het desbetreffende item gebruikt, maar het punt wordt niet opgeslagen in de lijst met waypoints. Zie blz. 32 voor het opslaan van kaartelementen als waypoint.
TracBack navigatie (volg afgelegde weg) De tweede manier om naar een punt te navigeren is met de ‘TracBack’ (volg track) functie. Hiermee kunt u de afgelegde weg in omgekeerde richting volgen, aan de hand van automatisch opgeslagen tracklogpunten. U hoeft voor deze functie dus onderweg geen waypoints op te slaan. De route wordt vereenvoudigd tot een route met maximaal 30 draaipunten. Met de functie ‘Volg track’ wordt u teruggeleid naar het oudst opgeslagen tracklogpunt.
Referentie De TracBack functie activeren met de NAV/MOB toets: TracBack navigatie Standaard tracklognaam Totaal aantal tracklogpunten 1. Druk op NAV/MOB, markeer ‘Volg track’ en druk op ENTER/MARK. 2. Markeer de tracklog die u wilt gebruiken en druk op ENTER/MARK. 3. Selecteer ‘Origineel’ die u van het eind naar het beginpunt van de tracklog leidt of ‘Omgekeerd’ waarmee u vanaf het begin van de opgeslagen tracklog naar het eindpunt navigeert en druk op ENTER/MARK.
MOB Man over boord navigatie Met de knop MOB (afkorting van Man overboord) kunt u een punt vastleggen en er direct een route naartoe laten bepalen. Dit is vooral handig bij noodgevallen. Referentie MOB – ManOverBoord De MOBfunctie activeren: 1. Druk twee keer op de NAV/MOB toets of houdt deze toets ingedrukt. 2. Markeer ‘Ja’ en druk op ENTER/MARK om naar het ManOverBoord waypoint te navigeren.
Referentie Routes maken Routes maken De laatste manier om met de GPS 152 te navigeren is met de door de gebruiker zelf gemaakte routes. U kunt maximaal 20 omkeerbare routes opslaan (genummerd 120), met per route maximaal 30 waypoints. U kunt deze routes op twee manieren maken en bewerken: met behulp van de kaart of vanuit een lijst met waypoints. Alle opties voor het maken, bewerken, bekijken of verwijderen van routes vindt u in het hoofdmenu of door op NAV/MOB te drukken.
Een route grafisch op het kaartscherm maken met het Route wijzig scherm: 1. Druk twee keer op MENU om het hoofdmenu op te roepen. 2. Markeer met de KANTELTOETS de tabkaart ‘Rte’ en druk op MENU om het optiemenu weer te geven. Referentie Routes maken 3. Selecteer de optie ‘Nieuwe route’ en druk op ENTER/MARK. 4. Druk op MENU, markeer ‘Creëer op kaart’ en druk op ENTER/MARK. 5. Om een waypoint of kaartelement in de route op te nemen gebruikt u de cursor om dit punt te markeren en drukt u op ENTER/MARK. 6.
Referentie Routelijst scherm Routelijstscherm Het Routelijstscherm van de GPS 152 staat op de tabkaart ‘Rte’en toont alle routes met de bijbehorende namen die zijn opgeslagen in het geheugen. Zodra een route is gemaakt kan deze worden gebruikt voor de navigatie met de NAV/MOB toets. Een route kan in de volgorde waarin deze origineel werd gemaakt worden genavigeerd of worden omgekeerd om van het eind naar het beginpunt te navigeren. Op het Routelijst submenu kunt u kiezen voor ‘Nieuwe route’ (blz.
Referentie Alle routes verwijderen: 1. Druk op de tabkaart ‘Rte’ op MENU. 2. Markeer ‘Alles wissen’ en druk op ENTER/MARK. Markeer ‘OK’ en druk op ENTER/MARK. Het Route herzie scherm Route herzie scherm Routenaam Gegevensvelden Eenmaal gemaakte routes kunt u bekijken en bewerken in het Route herzie scherm. Het Route herzie scherm openen: 1. Druk twee keer op MENU. 2. Markeer met de KANTELTOETS de tabkaart ‘Rte’. 3. Markeer de naam van de route die u wilt bekijken en druk op ENTER/MARK.
Referentie Route herzie scherm Op het Route herzie scherm kunt u de routepunten per stuk bekijken (waypoints of kaartelementen). De individuele routepunten bekijken: 1. Markeer het gewenste punt en druk op ENTER/MARK. 2. Als het een waypoint betreft dan zal het ‘Herzie waypoint’ scherm verschijnen. Hierop kunt u de waypointnaam, het symbool, de coördinaten en de diepte wijzigen (zie blz. 33 voor details).
Een punt op de route herzien: 1. Markeer het punt dat u wilt herzien en druk op ENTER/MARK. Het ‘Herzie waypoint’ scherm verschijnt als het een waypoint betreft en het Informatiescherm als het een kaart element is. Markeer ‘OK’ en druk nogmaals op ENTER/MARK als u het punt bekeken heeft. Referentie Routes bewerken Een punt van de route verwijderen: 1. Markeer de optie ‘Verwijder ‘ en druk op ENTER/MARK. Een punt op de route verplaatsen: 1. Markeer de optie ‘Verplaats’ en druk op ENTER/MARK.
Referentie Routes bewerken De wijzig op de kaart functie van de GPS 152 maakt het mogelijk om een routepunt in ieder willekeurig routedeel toe te voegen. Een nieuw punt tussen twee bestaande routepunten invoegen: 1. Markeer het deel van de route waar u een punt wilt invoegen (de ononderbroken lijn verandert in een stippellijn) en druk op ENTER/MARK. 2. Verplaats de cursor naar de nieuwe positie (direct onder de cursor verschijnt ‘INS’ en de routelijn verplaatst met de pijl mee) en druk op ENTER/MARK. 3.
Een punt uit de route verwijderen: 1. Selecteer op het Route herzie of het Actieveroutescherm het punt dat u wilt verwijderen en druk op MENU. Referentie Routes bewerken 2. Markeer ‘Verwijder waypoint’ en druk op ENTER/MARK. Keer om – keert de geselecteerde route om De route omkeren: 1. Druk op het Route herzie of het Actieveroutescherm op MENU. 2. Markeer ‘Keer om’ en druk op ENTER/MARK.
Referentie Actieveroutescherm Het Actieveroutescherm Als u op uw GPS 152 een route heeft geactiveerd dan toont het Actieveroutescherm ieder punt (waypoint, kaartelement) van de actieve route, met de naam en de afstand. In het laatste gegevensveld kan het volgende staan: de koers, geschatte aankomsttijd, brandstofverbruik, de afstand van het actieve routeonderdeel, het brandstofverbruik en de afgelegde tijd voor dit routeonderdeel, zonsondergang, zonsopgang of de resterende tijd tot een bepaald punt.
Het hoofdmenu Referentie Het hoofdmenu van de GPS 152 verschaft toegang tot de diverse instellingen en beheerfuncties voor waypoints, navigatie. Zie bladzijde 23 voor het wijzigen van de instellingen. Het Hoofdmenu kan van ieder willekeurig scherm worden opgeroepen met de MENU toets. Hoofdmenu Het hoofdmenu openen: Hoofdmenu tabkaarten Submenu tabkaarten 1. Druk tweemaal op MENU. Een tabblad uit het hoofdmenu selecteren: 1.
Referentie Hoofdmenu: Tabkaart Track Tabkaart Opgeslagen tracks • Enhd – Eenheden voor positie, kaartdatum, afstand, snelheid, hoogte, diepte en temperatuur. • Comm(unicatie) – interfaceinstelling voor aansluiting op een pc of een ander NMEA apparaat. • Alrm – Instellingen voor alarmeringen/ Zie bladzijde 62. • Zon – positie en omlooptijden van de zon en maan. • GPS – satellietstatus en nauwkeurigheid. • Getij – 12uurs getijdeninformatie met de verschillende niveaus en hun tijdstippen.
• Interval: bepaalt de frequentie waarmee de tracklogpunten worden opgeslagen. Drie mogelijkheden: Tijd – Opslag op basis van een gebruiker ingestelde intervaltijd. Resolutie – De standaardinstelling waarbij de opslag is gebaseerd op een gebruiker ingestelde koersafwijking. Deze instelling is vooral handig als u het geheugen en de TracBackfunctie zo efficiënt mogelijk wilt gebruiken. De ingevoerde waarde is in dit geval de maximaal toegestane afwijking van de koers voordat een punt wordt opgeslagen.
Referentie Hoofdmenu: Tabkaarten Trip, Tijd en Scherm Tabkaart ‘Trip’ – Toont de tripteller, de gemiddelde snelheid in beweging, de totale gemiddelde snelheid (inclusief gestopte tijd), de maximumsnelheid, de gestopte tijd, de tijd in beweging, de totale tijd en de kilometerteller. Het op nul zetten van Tabkaart Trip: 1. Druk op MENU en markeer vervolgens naar keuze ‘Stel trip op 0’, ‘Stel afstandmeter terug’, ‘Stel max.snelheid terug’ of ‘Alles terugzetten (op 0)’. Druk vervolgens op ENTER/MARK.
Tabkaart Krt – Zie bladzijde 24–26. Tabkaart Sys – Op deze tabkaart staan de systeeminstellingen voor het alarm, het snelheidsfilter, de taal en de systeemmodus (werkstand). De volgende instellingen zijn beschikbaar • Zoemer – geen audiosignaal geven (Uit), een hoorbaar alarm bij berichten (Alleen alarmering) of een audiosignaal bij het indrukken van een toets en bij een bericht (Toets en alarm).
Referentie Hoofdmenu: Tabkaart Eenheden De instellingen op de tabkaart Eenheden zijn van invloed op de weergave van de navigatieinformatie op uw GPS 152. Vraag om hulp in het geval van twijfel. Als u uw GPS 152 in combinatie met een (papieren) kaart gebruikt, dient u ervoor te zorgen dat de instellingen voor het positieformaat en de kaartdatum op de tabkaart Eenhe den overeenkomen met die van de door u gebruikte kaart.
• Voorliggende koers – het referentiepunt voor het weergeven van koers en peiling. U kunt kiezen uit ‘Auto Mag Var’ (met als referentiepunt het magnetische noorden, automatisch bepaald vanaf uw actuele positie), ‘Waar’ (het ware noorden), ‘Grid’ (het gridnoorden, gebruikt in combinatie met de grid positieformaten zoals beschreven op blz. 70) en ‘Gebr.Mag Var’ (u voert zelf de magnetische variatie in aan de hand van lokaal verkregen gegevens). Het invoeren van gebruiker magnetische variatie: 1. Met ‘Gebr.
Referentie Hoofdmenu: Tabkaart Communicatie Tabkaart Comm – Op de tabkaart Comm kunt u het dataformaat voor zowel de in als uitvoer van gegevens instellen. Dit is nodig wanneer u de GPS 152 aansluit op een computer, NMEAapparatuur, een DGPSbakenontvanger, een tweede GPS 152, enzovoort. Zie bladzijde 71 voor de interface instellingen van de GPS 152. Een dataformaat selecteren: 1. Markeer het ‘Serieel dataformaat’ veld en druk op ENTER/MARK. 2.
Als u ‘GARMIN DGPS’ of ‘RTCM In/NMEA uit’ gebruikt, verschijnen extra velden waarmee u de DGPS bakenontvanger bestuurt. De GPS scant automatisch naar het DGPSsignaal, maar u kunt de frequentie en transmissiesnelheid ook handmatig invoeren. Referentie Hoofdmenu: Communicatie Het apparaat automatisch laten scannen naar een frequentie: 1. Met de GPS 152 ingesteld op ‘GARMIN DGPS’ of ‘RTCM In/NMEA uit’ markeert u het ‘Baken’ veld en drukt u op ENTER/MARK. 2. Markeer ‘Scan’ en druk op ENTER/MARK.
Referentie Hoodmenu: Tabkaart Communicatie en Alarm Tabkaart Alarm De DGPS bakenzenders worden bediend door overheidsinstanties. Deze zijn verantwoordelijk voor onderhoud en nauwkeurigheid. Op www.navcen.uscg.mil staat een lijst met de meest recente frequenties en de gebieden met dekking. Tabkaart Alarm – Op de tabkaart Alarm bepaalt u of een bepaald type alarm wordt geactiveerd c.q. weergegeven en zo ja, bij welke waarde.
Tabkaart Zon – Op de tabkaart Zon vindt u de tijden van opkomst en ondergang van de zon en de maan, een skyview met de positie van deze hemellichamen en een grafische weergave van de maan met het zichtbare gedeelte licht gekleurd. U kunt deze gegevens gebruiken voor uw actuele positie, een willekeurige positie of een waypoint. U kunt ook een andere datum en tijd instellen en de oriëntatie wijzigen van Noord naar Track boven. Referentie Hoofdmenu Tabkaart Zon Datum Positie Tijd Sky view.
Referentie Hoofdmenu: Tabkaart GPS Skyview Tabkaart GPS 90° Signaalsterktebalken Middellijn - 90° boven de horizon Binnenste cirkel- 45° boven de horizon Buitenste cirkel de horizon 45° Tabkaart GPS – Toont een visuele weergave van de satellietontvangst naast de miswijzing en de ontvangerstatus. Deze statusinformatie is een indicatie van wat de GPS 152 op een gegeven moment doet.
Voor een goede ontvangst van WAASsatellieten dient u vrij zicht op de hemel te hebben en mag de ontvangst niet worden gehinderd door gebouwen, bergen, enzovoort. De WAASsatellietnummers beginnen bij 33. Per dag duurt de eerste ontvangst van de WAASsatelliet zo’n 15 tot 20 minuten. Bij een herstart duurt dit proces 1 à 2 minuten. Wanneer de correctiegegevens zijn ontvangen, staat in de signaalsterktebalk bij alle bruikbare satellieten een D.
Referentie Hoofdmenu: Tabkaart GPS • 3D navigatie – er worden minimaal 4 goede satellieten ontvangen voor een driedimensionale positieberekening (lengte, breedte, hoogte). Als het apparaat differentiële correcties via DGPS of WAAS ontvangt, verschijnt de tekst “3D Differentieel” en staat er een D in de signaalsterktebalk. • Slechte satellietontvangst – Er worden onvoldoende satellieten ontvangen voor een 2D of 3D positieberekening.
De tabkaart ‘GPS’ beschikt over een optiemenu voor een GPS gerelateerde functies. Het weergeven van Tabkaart GPS opties: 1. Druk op MENU. Referentie Hoofdmenu: Tabkaart GPS Het selecteren van een menu optie: 1. Markeer de gewenste functie met de KANTELTOETS en druk op ENTER/MARK. De volgende opties zijn beschikbaar op de tabkaart GPS: • Start/Stop simulator de simulatiemodus aan of uitzetten. • WAAS activeren/deactiveren de ontvangst van WAASsatellieten aan of uitzetten.
Referentie Hoofdmenu: Getij Tabkaart Getij menu opties. Tabkaart Getij – Op de tabkaart Getij staat grafisch de getijdeninformatie over een periode van 24 uur. U kunt zelf de datum en het getijdenpunt kiezen. Getijde informatie kan uitsluitend worden weergegeven voor zo’n 3000 getijdenpunten langs de kustlijn van de Verenigde Staten, Alaska, Hawaï, Canada en een aantal Caribische eilanden. Bovenaan staat het getijdenpunt, met daaronder de datum.
Het dichtstbijzijnde getijdenpunt selecteren: 1. Druk op de tabkaart Getij op MENU, markeer ‘Dichtstbijz. Getijdepunt’ met de KANTELTOETS en druk op ENTER/MARK. Referentie Hoofdmenu: Tabkaart Getij Het dichtstbijzijnde getijdepunt verschijnt in het veld boven aan het scherm. Buiten een straal van 100 zeemijl worden bij deze optie geen stations weergegeven. Als u niet binnen dit bereik bent, verschijnt de tekst “Niets gevonden”.
Appendix A Positieformaten Als u ‘Gebruiker grid’ selecteert, kunt u zelf een positieformaat instellen. Om dit grid te definiëren dient u de centrale meridiaan, schaalfactor, valse oostwaarde en valse noordwaarde te kennen. Positieformaten In de GPS 152 kunt u kiezen u 29 verschillende positieformaten volgens onderstaand overzicht. • hddd.ddddd° – lengte en breedte alleen in • India Zone IIIB decimale graden • India Zone IVA • hddd°mm.
De GPS 152 ondersteunt de volgende formaten voor in en uitvoer: • Garmin datatransfer – Een eigen dataformaat voor het uitwisselen van waypoints, tracks en MapSource gegevens met een PC. Als u hiervoor kiest kunt u kiezen uit 11 transferinstellingen: Gastheer, Vraag almanak, Vraag gevaarlijke waypoints, Vraag routes, Vraag tracks, Vraag waypoints, Zend almanak, Zend gevaarlijke waypoints, Zend routes, Zend tracks en Zend waypoints.
Appendix B Tijdzones Een eenvoudige manier om het tijdverschil met UTC vast te stellen, is door op het satellietscherm de lengte van uw positie af te lezen in graden. Kijk in het overzicht binnen welk bereik dit valt om het bijbehorende tijdsverschil met UTC vast te stellen (voor Nederland en België is dit +01:00). Voer dit verschil in bij ‘UTC tijdverschil’ als u de tijdzone op ‘Anders’ heeft ingesteld. Tel één uur bij deze correctie op, als de zomertijd is ingegaan (voor Nederland en België +02:00).
Wanneer de GPS 152 u een bericht wil geven over bepaalde functies, wordt dit weergegeven in een apart popup venster. Bevestig het alarm door op ENTER/MARK te drukken. Antenne ingang kortsluiting – Controleer de bedrading en aansluiting van de antenne. Appendix C Berichten Aankomst bij waypoint – U bent aangekomen op de plaats van bestemming. Basiskaart defect Service vereist – Er is een intern probleem met uw navigator. Neem contact op met uw dealer.
Appendix C Berichten Nadert waypoint – U nadert het waypoint tot de door u ingestelde waarde. Ontvangst weggevallen – De GPS 152 ontvangt geen satellietsignalen meer. Controleer de antenne of verplaats u naar een plek met vrijer zicht op de hemel. Route bestaat al: – Deze routenaam wordt al gebruikt voor een andere route. Route bestaat niet: – Deze route heeft een andere naam gekregen of is verwijderd. Route is vol – Deze route heeft al het maximumaantal van 30 punten.
Adindan- Ethiopië, Mali, Senegal, Soedan Corrego Alegr Correge Alegre- Brazilië Afgooye Afgooye- Somalië Djakarta Djakarta (Batavia)- Sumatra (Indonesië) AIN EL ABD ‘70 AIN EL ABD 1970- Bahrein, SaoediArabië Dos 1968 Dos 1968- Gizo Island (New Georgia) Dutch Nederland t.b.v.
Appendix D Kaartdatums NAD27 Central North American 1927- CentraalAmerika (Belize, CostaRica, El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua) Prov S Chln ‘63 SO Chilean ‘63- Zuidelijk Chili Puerto Rico Puerto Rico en Maagdeneilanden NAD27 CONUS North American 1927- Gemiddelde waarde (CONUS) Qatar Qatar National- Katar Qornoq Qornoq- ZuidGroenland NAD27 Cuba North American 1927- Cuba Reunion Reunion- Mascarene Island NAD27 Grnland North American 1927- Groenland (Hayes schiereiland) Rome 1940
Afstand – de grootcirkelafstand tussen uw actuele positie en de plaats van bestemming. Afstandmeter – De totaal afgelegde afstand aan de hand van de opeenvolgende positieberekeningen. Afstand tot bestemming – de grootcirkelafstand vanaf uw actuele positie naar een Ga Naar bestemming of naar het laatste waypoint in een route. Appendix E Navigatie terminologie Afstand tot volgende – de grootcirkelafstand vanaf uw actuele positie naar een Ga Naar bestemming of naar het volgende waypoint in een route.
Appendix E Gem. snelheid – de gemiddelde snelheid van alle metingen vanaf de laatste reset. Hoogte – de hoogte boven het gemiddeld zeeniveau. Navigatie terminologie Koers – de gewenste koers tussen het ‘van’ en ‘naar’ waypoint. BESTEMMINGSWAYPOINT Koersfout – de afstand naar links of rechts die u van de koers bent geraakt. Maximum snelheid – de hoogst genoteerde snelheid sinds de laatste reset.
Appendix F Specificaties Fysiek Afmetingen: 13,4 * 12,5 * 6,1 cm Gewicht: 455 gram Scherm: 10,2 cm diagonaal hoog contrast, 4 grijstinten FSTN scherm met instelbare achtergrondverlichting. 160*100 pixels Kast: Waterbestendig, gemaakt van slagvast kunststof, waterdicht volgens IPX7norm Temperatuurbereik: 15º tot +70º Celsius Prestaties Ontvanger: Differentieelvoorbereide PhaseTrac12kanaal parallel GPS ontvanger Tijd tot 1e fix: warm: koud: eerste keer/AutoLocate™: ca.
Appendix G Antenne plaatsing Uw navigator aansluiten Als u de GPS 152 heeft gekocht met de externe antenne GA 29, dan leest u in de onderstaande instructies hoe u de antenne dient aan te sluiten. Heeft u de GPSMAP 152 met interne antenne, dan kunt u doorgaan naar de volgende bladzijde. Om uw navigator goed te kunnen installeren dient u over de juiste bevestigingsmiddelen te beschikken, evenals een montagesteun voor de externe maritieme antenne. Deze vindt u bij de meeste watersportzaken.
Uw navigator aansluiten De compacte, waterdichte kast van de GPS 152 kan op een onbeschutte plaats of bij de kaartentafel worden gemonteerd. Uw navigator heeft een montagebeugel waarmee het kan worden gemonteerd. Zorg dat u bij de montage rekening houdt met de volgende zaken: Appendix G Apparaat installeren • Achter uw navigator dient u een ruimte van minimaal 5 cm vrij te houden voor het aansluiten van de externe antenne en andere kabels.
Appendix G Apparaat installeren De GPS 152 kan met behulp van de montagebeugel gemonteerd worden in een schot met een dikte van 2 tot 13 mm. De GPS 152 in een schot monteren: 1. Zaag een gat van 110x110 mm in het paneel. 2. Plaats de GPS 152 met de achterkant boven in het gat totdat de rand op het paneel rust. 3. Maak achter op het paneel de montagebeugel losjes vast, zodat de sleuf in blokkeerpallen van het paneel af wijst (figuur 1). 4.
Appendix G De voeding/interfacekabel aanlsuiten Met de voeding/datakabel sluit u de GPS 152 aan op een systeem van 10–40 volt. Op deze manier kunt u externe apparatuur aansluiten. In de onderstaande tekening staat hoe de kabels aangesloten dienen te worden. Bedrading PIN 1 (rood) 10-40 g.s. voeding PIN 2 (zwart) aarde (stroom en gegevens) 3 4 2 PIN 3 (blauw) NMEA uit (poort 1 TX) 6 1 7 10-40 volt g.s.
Appendix H Geavanceerde NMEA instelling NMEA Interface Als u uw GPS 152 gaat aansluiten op andere apparatuur (zoals een radar of stuurautomaat) dan dient uw navigator te worden ingesteld op uitvoer van NMEA gegevens. Deze uitvoer kan worden ingesteld om de bijwerktijd zo kort mogelijk te houden. Als er veel NMEA telegrammen worden verzonden dan kan de bijwerktijd de 2 seconden overschrijden. Het activeren van de NMEA uitvoer: 1. Druk twee keer op de MENU toets om het h/u op te roepen.
A Aankomstalarm......................................62 Aanuit, schermverlichting, contrast..........1 Aanzetten.............................................4, 6 Accessoires..............................................vi Actief routescherm.....................15, 29, 52 Actieve tracklog................................54–55 Afstand meten........................................22 Afstandmeter..........................................56 Alarmen.................................................62 Ankeralarm....
Appendix I Index Kaartscherm, Oriëntatie..........................25 Kaartscherm, Schaal...............................20 Kaartscherm, Zoomen........................9, 20 KANTELTOETS....................................1, 3 Koersfout alarm......................................62 Koerslijn.................................................25 Kompasscherm.................................14, 26 Kompasscherm opties............................27 M Maan opkomst&ondergang....................63 Magnetische variatie..
Snelheidsfilter........................................57 Snelwegscherm.....................14–15, 27–28 Software licentie......................................iii Software versie.......................................57 Specificaties............................................79 Systeem instelling...................................57 T Taal instelling.........................................57 Temperatuur eenheden...........................59 Tijd .......................................................
Bezoek de GARMIN website voor de laatste kostenloze update van de software (exclusief cartografie) voor uw GARMIN product(en.) ©2004 GARMIN Corporation www.garmin.com Importeur voor Nederland: Sailtron b.v. Postbus 297, 3990 GB HOUTEN www.garmin.nl Importeur voor België en het GrootHertogdom Luxemburg: Formar N.V. Vlijtstraat 50, 1160 OUDERGEM www.garmin.