GP-33 W3D www.furuno.co.
Pub. No. ONL-44580-A DATE OF ISSUE: AUG.
BELANGRIJKE KENNISGEVINGEN Algemeen • De gebruiker van deze apparatuur moet de beschrijvingen in de handleiding doorlezen en volgen. Door verkeerde bediening of verkeerd onderhoud kan de garantie vervallen of kan letsel worden veroorzaakt. • Kopieer geen enkel deel uit deze handleiding zonder schriftelijke toestemming van FURUNO. • Als u deze handleiding kwijt bent of hebt versleten, kunt u bij de leverancier een vervangend exemplaar aanvragen.
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES WAARSCHUWING Geeft een conditie aan die, als ze niet wordt vermeden, de dood of ernstig letsel kan veroorzaken. VOORZICHTIG Geeft een conditie aan die, als ze niet wordt vermeden, kan leiden tot lichte of zwaardere verwondingen. Veiligheidsinstructies voor de gebruiker Veiligheidsinstructies voor de installateur WAARSCHUWING Demonteer of wijzig de apparatuur niet. Dit kan leiden tot brand, een elektrische schok of ernstig letsel.
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD ................................................................................................................ v SYSTEEMCONFIGURATIE............................................................................................ vi 1. BEDIENING - OVERZICHT ...................................................................................1-1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT ..........................................................................2-1 2.1 2.2 2.
INHOUDSOPGAVE 5. BESTEMMING .......................................................................................................5-1 5.1 Bestemming instellen met de cursorpositie................................................................ 5-1 5.2 Bestemming instellen met een waypoint.................................................................... 5-2 5.2.1 Bestemmingswaypoint invoeren met de cursor ............................................. 5-2 5.2.
VOORWOORD Aan de eigenaar van de GP-33 Gefeliciteerd met uw keuze voor de GP-33 GPS Navigator. FURUNO Electric Company geniet al meer dan zestig jaar een uitstekende reputatie als producent van innovatieve en betrouwbare scheepselectronica, hierbij ondersteund door een uitgebreid internationaal dealernetwerk. Deze navigator is ontworpen en gefabriceerd conform de strikte eisen van de scheepvaart. Apparaten kunnen echter alleen goed werken als ze correct worden geïnstalleerd, bediend en onderhouden.
SYSTEEMCONFIGURATIE Zelfstandig systeem Antenne GPA-017 Navigatie PC MOB-schakelaar Extern alarm Ontvanger GP-33 12-24V gelijkstroom Standaardconfiguratie wordt getoond met ononderbroken lijn.
SYSTEEMCONFIGURATIE Als Fl-5002 niet is aangesloten Antenne GPA-017 Navigatie PC MOB-schakelaar Extern alarm Ontvanger GP-33 Backbone-kabel Unitcategorie Units Categorie Antenne GPA-017 Blootgesteld aan weersomstandigheden Ontvanger GP-33 Beschermd tegen weersomstandigheden Aansluitdoos FI-5002 (optie) vii
SYSTEEMCONFIGURATIE Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
1. BEDIENING - OVERZICHT 1.1 Bediening W3D Toets Omschrijving Hiermee selecteert u de schermmodus. DISP Hiermee stelt u de bestemming in. GO TO MENU ZOOM -Hiermee opent u het menu (kaartplotter- en snelwegscherm: tweemaal, overige: eenmaal). -Hiermee geeft u het zoomvenster weer (alleen kaartplotter-en snelwegscherm). -Hiermee verplaatst u de cursor. -Hiermee selecteert u een item in een menu. (Cursorpad) BRILL WPT MOB ENT -Lang indrukken: U zet het apparaat uit.
1. BEDIENING - OVERZICHT Kap van apparaat verwijderen Plaats uw duimen aan de voorkant en uw wijsvingers op de grepen aan de zijkant van de kap en trek deze naar u toe. Grepen 1.2 Apparaat aan- en uitzetten 1. Druk op de toets /BRILL om het apparaat aan te zetten. Het apparaat geeft een geluidssignaal en start op in de laatstgebruikte schermmodus. Het duurt ongeveer 90 seconden om de positie te bepalen. In de meeste schermmodi geeft het apparaat in de linkerbovenhoek de ontvangerstatus aan.
1. BEDIENING - OVERZICHT 1.3 Helderheid van LCD-scherm en toetsenpaneel aanpassen 1. Druk op de knop /BRILL om het volgende scherm weer te geven. 2. Druk op de toets /BRILL om de helderheid van het LCD-scherm aan te passen. De instelling verandert doorlopend van “0→1→…→7→6…0→1…”. De maximuminstelling is 7. U kunt de helderheid ook aanpassen met het cursorpad (W, X). 3. U past de helderheid van het toetsenpaneel aan door op het cursorpad (S, T te drukken, max: 7). 4. Druk op ENT of op MENU/ZOOM. 1.
1. BEDIENING - OVERZICHT Kaartplotterscherm Het kaartplotterscherm toont de koers van het eigen schip. Cursor (ongeveer zeven seconden zichtbaar) Markering waypoint (selecteerbare vorm) Ontvangerstatus Koerslijn N 34 08.375 Horizontale weergave bereikschaal Raster lengte-/ breedtegraad Afstand tot cursor* Peiling op cursor* Markering eigen schip N 34 08.250 92 Vaarroute E 135 09.500 E 135 09.750 Cursorpositie (Positie eigen schip als de cursor niet wordt weergegeven.
1. BEDIENING - OVERZICHT Snelwegscherm Het snelwegscherm geeft in 3D de route van het eigen schip naar de bestemming weer. XTE (Cross-track error: van-koersfout) schaal en een nieuwe markering Pijl volgt XTE van schip. Als de pijl op één lijn ligt met de middenlijn, ligt het schip koers. Als de XTE van het schip buiten het XTE-schaalbereik valt, knippert de pijl. Als er geen bestemming is ingesteld, wordt er in het midden van de schaal geen pijl weergegeven, maar “N (North)”.
1. BEDIENING - OVERZICHT Stuurscherm Het stuurscherm toont informatie over het sturen. Snelheid over de grond Ontvangerstatus Peilingreferentie; MAG (magnetisch) of TRUE Tijd (waar) Peiling bestemming Peilschaal 14.6 300 0.46 00 15 299 Tijd te gaan tot bestemming Afstand van eigen schip tot bestemming Markering eigen schip Koers over de grond Peiling op de bestemming 12/11/09 17:57:40 Geschatte aankomsttijd op bestemming Navigatiegegevensscherm Ontvangerstatus Datum en tijd 34 44.
1. BEDIENING - OVERZICHT Satellietmonitorscherm Het satellietmonitorscherm geeft informatie weer over de GPS- en GEO-satellieten in WAAS. Weergegeven worden aantal, peiling en elevatiehoek van alle GPS- en GEO-satellieten (indien van toepassing). Hoek 45° Ontvangerstatus DOP-waarde 11 1.60 GEO-satelliet 22 08 13 17 32 30 05 02 25 12.
1. BEDIENING - OVERZICHT 1.5 Menuoverzicht De meeste bedieningshandelingen verricht u via het menu. Onderstaand vindt u een beknopte uitleg van hoe u een menu selecteert en de instellingen wijzigt. Als u verdwaalt in de vele mogelijkheden, drukt u op de toets MENU/ZOOM totdat u terug bent in het hoofdmenu. 1. Druk een- of tweemaal op de toets MENU/ZOOM om het hoofdmenu weer te geven. Eenmaal drukken: Schermen met stuurgegevens, navigatiegegevens, satellietmonitor, gebruikers 1/2.
1. BEDIENING - OVERZICHT Alfanumerieke gegevens invoeren Bij een aantal menuhandelingen moet u alfanumerieke gegevens (A t/m Z, 0 t/m 9) en symbolen (&, _, #,’ , -, > en spatie) invoeren. De volgende procedure laat zien hoe u alfanumerieke gegevens invoert. Ga als volgt te werk om bijvoorbeeld waypointnaam “WP0006” te veranderen in “KOBE”: Cursor 1) Druk op S of T om “K” te selecteren. 2) Druk op X en daarna op S of op T om “O” te selecteren. 3) Druk op X en daarna op S of op T om “B” te selecteren.
1. BEDIENING - OVERZICHT Kortste koers van eigen schip naar MOB-positie (blauw) MOB-marke ring (rood) N 34 08.500 0.20 95 N 34 08.375 E 135 09.750 E 135 10.
2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT 2.1 Weergavebereik selecteren U kunt het bereik op het kaartplotter- en snelwegscherm wijzigen. Het horizontale bereik in het kaartplotterscherm kan worden ingesteld als 0.02, 0,05, 0.1, 0.2, 0.5, 1, 2, 5, 10, 20, 40, 80, 160 en 320 zeemijl. U kunt het horizontale bereik voor het snelwegscherm instellen op 0.2, 0.4, 0.8, 1, 2, 4, 8 en 16 zeemijl. 1. Druk op de toets MENU/ZOOM als het kaartplotter- of snelwegscherm wordt weergegeven. Het volgende venster wordt geopend.
2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT Cursorstatus en positie-aanduiding Als de cursor in beweging is, dan wordt de cursorpositie onder in het kaartplotterscherm weergegeven. Dit gebeurt in lengte- en breedtegraad of in TDs. De cursor verdwijnt als er gedurende ongeveer 7 seconden geen handeling wordt verricht. COG-lijn Markering eigen schip Afstand van eigen schip tot cursor Peiling van eigen schip op cursor 2.
2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT 2.4 Plotinterval voor gevolgde vaarroute wijzigen en registratie stoppen Om de vaarroute van het schip te volgen, wordt de positie van het schip in het geheugen opgeslagen met een afstandsinterval of aan de hand van het weergavebereik. Kortere intervallen leveren een nauwkeuriger afgelegde route op, maar de vaarroute wordt minder lang opgeslagen.
2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT 2.5 Vaarroutekleur wijzigen U kunt voor de kleur van de vaarroutes kiezen uit [Red], [Yellow], [Green], [Blue], [Purple], [Black] en [Brown]. Het kan handig zijn om van kleur te veranderen, bijvoorbeeld om vaarroutes op verschillende momenten van de dag te kunnen onderscheiden. 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Tracks] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [Color] en druk op de toets ENT. 4.
2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT 6. Druk eerst op W om [Yes] te selecteren en vervolgens op de toets ENT. De vaarroutes in de bij stap 5 geselecteerde kleur worden verwijderd. Let op: Als u wilt annuleren, selecteert u bij deze stap [No]. 7. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om het menu te sluiten. 2.6.2 Alle vaarroutes verwijderen 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Tracks] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [Delete] en druk op de toets ENT. 4.
2. KAARTPLOTTER - OVERZICHT Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
3. WAYPOINTS 3.1 Waypoints invoeren In navigatietermen is een waypoint een bepaalde locatie op een reis. Het kan gaan om een beginwaypoint, tussenliggend waypoint of bestemmingswaypoint. In het apparaat kunnen 10.000 waypoints worden opgeslagen. U kunt waypoints invoeren op het kaartplotterscherm: dit kan op de cursorpositie, op de positie van het eigen schip, in de lijst met waypoints en op de MOB-positie. Waypoints kunnen ook automatisch worden ingevoerd bij een ingrijpende koerswijziging. 3.1.
3. WAYPOINTS 4. Controleer of [New] is geselecteerd en druk op de toets ENT. De standaardwaarden bij [Name], [Lat/Lon] en [Comment] zijn als volgt: [Name]: Het recentste ongebruikte waypointnummer [Lat, Lon]: Huidige positie eigen schip [Comment]: Huidige datum/tijd 5. Druk op de toets ENT om de naam van het waypoint te wijzigen. Cursor 6. Wijzig de naam van het waypoint vanaf het cursorpad (maximaal 8 tekens). 7. Selecteer voor een andere markeringsvorm [Symbol] en druk vervolgens op de toets ENT. 8.
3. WAYPOINTS 12. Selecteer voor het wijzigen van het commentaar [Comment] en druk vervolgens op de toets ENT. 13. Voer het commentaar in en druk op de toets ENT. 14. Druk op de toets MENU/ZOOM om het nieuwe waypoint in de lijst te registeren. 15. Herhaal stappen 4 t/m 12 om nog meer waypoints te registreren. 16. Druk enkele malen op de toets MENU/ZOOM om het menu te sluiten. 3.1.
3. WAYPOINTS 3.2 Naam waypoint weergeven U geeft waypointnamen als volgt weer: 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Plotter Setup] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [WP Name] en druk op de toets ENT. 4. Selecteer [Disp Goto], [Disp All] of [Disp Route] en druk op de toets ENT. [Disp Goto]: Geeft de naam weer van het bestemmingswaypoint. [Disp All]: Geeft de namen weer van alle waypoints.
3. WAYPOINTS 3.3 Waypoints bewerken U kunt de positie, naam, vorm en commentaar van waypoints bewerken op het kaarplotterscherm of in de waypointlijst. Let op: Als het gekozen waypoint is ingesteld als bestemming, verschijnt het bericht "Change The Waypoint. Are you sure?". 3.3.1 Waypoints bewerken op het kaarplotterscherm 1. Plaats de cursor met het cursorpad op het waypoint dat u wilt bewerken. 2. Druk op de toets ENT om het pop-upvenster te openen. 3.
3. WAYPOINTS 3.4 Waypoints verplaatsen U kunt waypoints verplaatsen naar elke gewenste positie op het kaartplotterscherm. 1. Plaats de cursor met het cursorpad op het waypoint die u wilt bewerken. 2. Druk op de toets ENT om het pop-upvenster te openen. 3. Selecteer [Move] en druk op de toets ENT om de waypointinformatie weer te geven. 4. Verplaats de cursor met het cursorpad naar de nieuwe positie. 5. Druk op de toets ENT.
3. WAYPOINTS 3.5 Waypoints verwijderen U kunt waypoints afzonderlijk of allemaal in één keer verwijderen. Let op: Het waypoint voor de huidige bestemming kan niet worden verwijderd. (Zie paragrafen sectie 3.5.1, sectie 3.5.2.) 3.5.1 Waypoint verwijderen op het kaarplotterscherm 1. Plaats de cursor met het cursorpad op het waypoint dat u wilt verwijderen. 2. Druk op de toets ENT om het pop-upvenster te openen. 3. Selecteer [Delete] en druk op de toets ENT. 3.5.
3. WAYPOINTS 3.5.3 Alle waypoints verwijderen 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Delete] en druk op de toets ENT. 3. Controleer of [All Waypoints] is geselecteerd en druk op de toets ENT. 4. Selecteer [Delete] en druk op de toets ENT. Zonder waypoint ingesteld als bestemming Met waypoint ingesteld als bestemming 5. Selecteer [Yes] en druk op de toets ENT om alle waypoints te verwijderen. Let op: Selecteer [No] als u de handeling wilt annuleren. 6.
4. ROUTES Vaak gaat een trip gepaard met diverse koerswijzigingen. Er is dus een reeks waypoints nodig, zodat u van punt naar punt kunt navigeren. De opeenvolging van waypoints naar de uiteindelijke bestemming heet een route. Dit apparaat kan automatisch verder gaan naar het volgende waypoint op een route, zodat u niet telkens het bestemmingswaypoint hoeft te veranderen. 4.1 Routes opstellen Een route kan uit 30 waypoints bestaan. U kunt maximaal 100 routes opslaan.
4. ROUTES 4. Controleer of [New] is geselecteerd en druk op de toets ENT om de routegegevens weer te geven. 5. Druk op de toets ENT om de routenaam te wijzigen. 6. Voer de routenaam in vanaf het cursorpad en druk op de toets ENT (maximaal zes tekens). 7. Druk achtereenvolgens op T en op de toets ENT. -> 8. Voer het commentaar in vanaf het cursorpad (maximaal 18 tekens). 9. Druk op T om de cursor naar [1] te verplaatsen en druk daarna op de toets ENT. Change Skip Delete 10.
4. ROUTES 4.2 Routes bewerken Een route die u hebt opgesteld, kunt u ook bewerken. Let op: Als de gekozen route is ingesteld als bestemming, verschijnt het bericht "Route is set as a destination. Are you sure?". 4.2.1 Waypoint in een route vervangen 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Routes] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [Alpha] of [Local] en druk op de toets ENT om de routelijst weer te geven. 4.
4. ROUTES 4.2.3 Waypoint in een route invoegen Ga als volgt te werk om een waypoint in een route in te voegen: 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Routes] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [Alpha] of [Local] en druk op de toets ENT om de routelijst weer te geven. 4. Selecteer de route die u wilt bewerken en druk op de toets ENT. 5. Selecteer [Edit] en druk op de toets ENT om de routelijst weer te geven. 6.
4. ROUTES 7. Selecteer [Skip] en druk op de toets ENT om "X" weer te geven naast het waypoint dat u in stap 6 hebt gekozen. 8. Druk enkele malen op de toets MENU/ZOOM om het menu te sluiten. Let op: U herstelt een waypoint in een route door in stap 7 [Skip Off] te selecteren en op de toets ENT te drukken. 4.3 Route verwijderen U kunt routes afzonderlijk verwijderen of in één keer allemaal. 4.3.
4. ROUTES Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
5. BESTEMMING U kunt de bestemming op vier manieren instellen: met de cursor, met een waypoint, met een route en met een MOB-positie. Als u een bestemming instelt, wordt de vorige bestemming geannuleerd. Hoe u de bestemming instelt met de MOB-positie, staat beschreven in hoofdstuk 1. Nadat u een bestemming hebt ingesteld, verschijnt er een blauwe lijn die het schip en de geselecteerde bestemming verbindt. Ook worden het bereik en de peiling van het schip op de bestemming links in het scherm weergegeven.
5. BESTEMMING 5.2 Bestemming instellen met een waypoint U kunt op twee manieren een waypoint opgeven als bestemming: met de cursor of met de waypointlijst. 5.2.1 Bestemmingswaypoint invoeren met de cursor 1. Plaats met het cursorpad de cursor op het kaartplotterscherm op de positie van het waypoint dat u als bestemming wilt instellen. 2. Druk op de toets ENT. WP0000 Goto Move Edit Delete 3. Selecteer [Goto] en druk op de toets ENT. 4. Annuleer de bestemming, zoals aangegeven in sectie 5.
5. BESTEMMING 5.3 Route instellen als bestemming U kunt op twee manieren een route opgeven als bestemming: met de cursor of met de waypointlijst. 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [Route] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [Alpha] of [Local] en druk op de toets ENT. RT000 RT001 RT002 RT003 : WP000 : WP003 : WP001 : WP001 ->WP0001 ->WP0001 ->WP0005 ->WP0004 0.85 0.06 1.83 3.54 2 2 3 4 4.
5. BESTEMMING 5.4 Bestemming annuleren U kunt op twee manieren de bestemming annuleren: met de cursor of met de lijst. 5.4.1 Bestemming annuleren met de cursor 1. Plaats met het cursorpad de cursor op het kaartplotterscherm op de positie van het waypoint (route) dat u als bestemming hebt ingesteld. 2. Druk op de toets ENT. WP0001 Move Skip Cancel Route Edit QP0001 Move Cancel Goto Edit Delete WP0001 Move Cancel Goto Edit Delete RT0000 Cancel Route Reverse Route Info.
5. BESTEMMING 5. Selecteer [Cancel Goto (Route)] en druk op de toets ENT. Cancel Goto. Are you sure? No Yes Cancel Route Navigation. Are you sure? No Yes (voor waypointbestemming) (voor routebestemming) 6. Selecteer [Yes] en druk op de toets ENT. Selecteer [No] als u de handeling wilt annuleren. 7. Druk enkele malen op de toets MENU/ZOOM om het menu te sluiten.
5. BESTEMMING Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
6. ALARMEN 6.1 Overzicht Er zijn negen alarmcondities die zowel een hoorbaar als een zichtbaar alarm genereren: Arrival (aankomst), Anchor watch (ankerwacht), XTE (Cross-Track Error: van-koersfout), Speed (snelheid), Speed Based Output (snelheidsafhankelijk), WAAS, Time (tijd), Trip en Odometer. Wanneer een ingesteld alarm wordt geactiveerd, klinkt er een alarmsignaal en verschijnen de naam en het pictogram van het betreffende alarm op het scherm (behalve bij Speed Based Output).
6. ALARMEN Berichten en betekenis Bericht Betekenis "XTE ALARM!" XTE-alarm geactiveerd. "TIME ALARM!" Time-alarm geactiveerd. "SPEED ALARM!" Speed-alarm geactiveerd. "ARRIVAL ALARM!" Arrival-alarm geactiveerd. "TRIP ALARM!" Trip-afstandsalarm geactiveerd. "ODOMETER ALARM!" Odometer-afstandsalarm geactiveerd. "ANCHOR WATCH!" Anchor watch-alarm geactiveerd. "NO WAAS SIGNAL!" WAAS-signaal is onvindbaar. Let op: Het berichtscherm geeft ook informatie over problemen met de apparatuur.
6. ALARMEN 2. Selecteer [Alarms] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer een alarm en druk op de toets ENT. 4. Voer een van de volgende handelingen uit: [Arrival/Anchor] 1) Selecteer [Arrival] of [Anchor] en druk op de toets ENT. 2) Druk op X en de toets ENT. 3) Voer het alarmgebied in en druk op de toets ENT. [XTE], [Speed], [Trip] en [Odometer] 1) Selecteer [On] en druk op de toets ENT. 2) Druk op X en de toets ENT. 3) Voer de waarde in en druk op de toets ENT.
6. ALARMEN 6.4 Beschrijving van alarmen Arrival-alarm (aankomst) Het aankomstalarm waarschuwt u dat het schip het bestemmingswaypoint nadert. De aankomstzone is een cirkel die van buitenaf wordt genaderd. Het alarm gaat af als het eigen schip de cirkel binnenvaart.
6. ALARMEN XTE-alarm (Cross-Track Error: van-koersfout) Het XTE-alarm waarschuwt u wanneer het schip te veel van de geplande koerslijn afwijkt. Alarminstelling Positie eigen schip Bestemmin gswaypoint : Alarm gaat af Werking van het XTE-alarm Speed-alarm (snelheid) Het snelheidsalarm waarschuwt u wanneer het schip sneller vaart dan is ingesteld. WAAS-alarm Dit alarm waarschuwt u wanneer het WAAS-signaal verloren is gegaan. U kunt On niet kiezen als [Mode] in [Menu]>[WAAS] is ingesteld op [GPS].
6. ALARMEN Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
7. OVERIGE FUNCTIES In dit menu worden de opties beschreven die niet in andere hoofdstukken aan bod komen. 7.1 Menu Plotter Setup [COG Line] U kunt de COG-lijn wel of niet weergeven op het kaartplotterscherm. [COG/BRG ref.] De koers van het schip en de peiling op het waypoint worden als ware peiling of magnetische peiling weergegeven. Magnetische peiling is de ware peiling plus (of minus) de magnetische deviatie van de aarde.
7. OVERIGE FUNCTIES [TTG/ETA SPD] Voor het berekenen van de reserende reistijd en de verwachte aankomsttijd geeft u uw snelheid als volgt op. 1. Selecteer [TTG/ETA SPD] en druk op de toets ENT. 2. Selecteer [Auto] of [Manual]. [Auto]: Automatische snelheidsinvoer (snelheid uitgerekend met GPS) [Manual]: Handmatige snelheidsinvoer (1 t/m 999 kn) 3. Druk op de toets ENT. 4. Druk achtereenvolgens op X en ENT. 5. Voor [Manual], voert u de snelheid in en drukt u op de toets ENT. 7.
7. OVERIGE FUNCTIES [Smooth Position] Als de ontvangstconditie ongunstig is, kan de GPS-positiebepaling variëren, zelfs wanneer het schip stilligt. U kunt deze variatie verkleinen door de ruwe GPS-positiebepalingen af te vlakken. De instellingen variëren van 0 (niet afvlakken) tot 999 seconden. Hoe hoger de instelling, hoe meer de ruwe gegevens worden afgevlakt. Maar een te hoge instelling vertraagt de reactietijd bij verandering van breedte- en lengtegraad.
7. OVERIGE FUNCTIES 7.3 Menu WAAS * *Gebruik “0” (als standaardinstelling). [Mode] U kunt als modus voor positiebepaling [GPS] of [WAAS] selecteren. [WAAS Search] Voor de instelling van WAAS, wordt automatisch of handmatig naar de GEO-satelliet gezocht. Het nummer van de GEO-satelliet vindt u op pagina AP-3. [Auto]: Het systeem zoekt automatisch naar de GEO-satelliet die vanaf uw huidige positie het geschiktst is. (Er wordt naar alle satellieten gekeken.
7. OVERIGE FUNCTIES [Display] Hiermee selecteert u de notatie van de positie. • [xx.xxx’]: Geeft de L/L-positie weer zonder seconden. • [xx’xx.x”]: Geeft de L/L-positie weer met seconden. • [LC TD]: Geeft Loran C TDs weer. [Loran C] Ga als volgt te werk om [LC TD] bij [Display] te kiezen: 1) Druk op de toets ENT. 2) Selecteer het GRI-code en druk op de toets ENT. 3) Druk op X en de toets ENT. 4) Selecteer secundaire codes en druk op de toets ENT.
7. OVERIGE FUNCTIES [Time Offset] De GPS werkt met UTC-tijd. Als u liever lokale tijd gebruikt, voer dan het tijdsverschil in (bereik: -14:00 tot +14:00, in stappen van 15 minuten) tussen lokale tijd en UTC-tijd. [Daylight Saving Time] Als u met zomertijd werkt, selecteert u hier [On] om deze optie te activeren. [Time Display] U kunt de tijd weergeven in een 12-uurs- of 24-uursindeling. [Date Display] U kunt kiezen uit [DD/MMM/YY] of [MM/DD/YY].
7. OVERIGE FUNCTIES 7.6 Menu User Display U kunt gebruikersschermen [6] en [7] aanpassen. U haalt deze schermen op door op de toets DISP te drukken (zie sectie 1.4). De wijzigingen voert u in via het menu [User Display].
7. OVERIGE FUNCTIES [Display 1], [Display 2] U kunt opties selecteren om weer te geven in gebruikersscherm 1 (scherm [6]) en 2 ([7]). U kunt hiervoor kiezen uit Digital, Speedometer en COG (zie pagina 1-7). Selecteert u bijvoorbeeld [Off] voor [Display 2], dan wordt scherm [7] niet weergegeven. Voor [Digital] kunt u één tot vier verschillende navigatiegegevens digitaal weergeven. 1. Druk op de toetsen X en ENT om het volgende venster weer te geven. 2.
7. OVERIGE FUNCTIES 4. Selecteer de gewenste gegevens en druk op de toets ENT. 5. Herhaal stappen 3 en 4 om andere gegevens in te stellen. U kunt ook rechtstreeks digitale gegevens selecteren uit gebruikersschermen 1 (scherm [6]) en 2 ([7]). 1. Druk meermalen op de toets DISP om gebruikersscherm 1 of 2 weer te geven en druk daarna op de toets ENT om de cursor weer te geven. Cursor (wordt ongeveer zeven seconden weergegeven) Volts (V) SOG (kn) 23.9 15.8 100.0 300 Trip (zm) COG M( ) 2.
7. OVERIGE FUNCTIES 7.7 Menu I/O Setup Het is mogelijk om waypoint- en routegegevens vanaf het apparaat te uploaden naar een pc, of van een pc te downloaden naar het apparaat. Er zijn twee soorten gegevens voor routes: routegegevens en commentaar. * * * * *: Zie hoofdstuk 9. Let op: Tijdens het up- of downloaden van gegevens, is het niet mogelijk om een positie te bepalen.
7. OVERIGE FUNCTIES Gegevensformaat waypoint $PFEC, GPwpl, llll.ll, a, yyyyy.yy, a, c—c, c, c—c, a, hhmmss, xx, xx, xxxx 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1: Breedtegraad waypoint 2: N/Z 3: Lengtegraad waypoint 4: O/W 5: Waypointnaam (1-8 tekens) 6: Waypointkleur (NULL/0: zwart, 1: rood, 2: geel, 3: groen, 4: bruin, 5: paars, 6: blauw) 7: Waypointcommentaar (”@_ (zie hieronder.)” + 0 t/m 13 tekens) -Interne markeringscode is 0x10 t/m 0x19.
7. OVERIGE FUNCTIES Gegevensformaat route $GPRTE, x.x, x.x, a, c--c, c--c, ... , c--c 1 2 3 4 5 12 1: Aantal zinnen dat nodig is voor gegevens van volledige route (1-6). Zie opmerking. 2: Aantal zinnen momenteel in gebruik (1-6) 3: Berichtmodus (altijd ingesteld op “C”.) 4: Routenr.
7. OVERIGE FUNCTIES 7.7.1 Gegevens uploaden naar pc 1. Sluit een PC aan op de GP-33. Raadpleeg hierbij het aansluitingsschema achter in deze handleiding. 2. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 3. Selecteer [ I/O Setup] en druk op de toets ENT. 4. Selecteer [Save WPT/RTE -> PC] en druk op de toets ENT. 5. Druk op W om [Yes] te selecteren en druk vervolgens op de toets ENT om met uploaden te beginnen. 6.
7. OVERIGE FUNCTIES Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
8. ONDERHOUD EN PROBLEMEN OPLOSSEN KENNISGEVING Breng geen verf, antiroest-afdichtmiddel of contactspray aan op de coating. Deze middelen bevatten producten die de plastic onderdelen en coating kunnen beschadigen. 8.1 Onderhoud Regelmatig onderhoud is belangrijk voor een optimale werking. Voer de volgende controles uit zodat de werking van het apparaat optimaal blijft. • Controleer of de connectoren op het achterpaneel goed vastzitten en roestvrij zijn.
8. ONDERHOUD EN PROBLEMEN OPLOSSEN 8.2 Problemen oplossen In dit gedeelte worden eenvoudige procedures beschreven voor het oplossen van problemen en het herstellen van de normale werking. Als het u niet lukt om de normale werking te herstellen, maak het apparaat dan niet open. Schakel bij een dergelijk probleem een erkend monteur in. Symptoom U kunt het apparaat niet inschakelen. Oplossing Controleer of de voedingskabel goed is bevestigd. Controleer of het netsnoer en de connector beschadigd zijn.
8. ONDERHOUD EN PROBLEMEN OPLOSSEN 8.3 Berichtenvenster weergeven Wanneer er zich een probleem voordoet, verschijnt er een alarmpictogram op het scherm. De foutberichten worden weergegeven in het berichtenvenster (zie pagina 62) in de onderstaande tabel. Berichten en betekenis Bericht 8.4 Betekenis, actie "GPS ERROR!" Neem contact op met de serviceafdeling. "GPS NO FIX!" Geen GPS-signaal. Controleer de antennekabel. "RAM ERROR!" Neem contact op met de serviceafdeling.
8. ONDERHOUD EN PROBLEMEN OPLOSSEN Nr. Testonderdelen Omschrijving 1 [ROM], [RAM] test Correct: "OK", Verkeerd: "NG" 2 [Data3] test “-” (Deze test wordt alleen in de fabriek uitgevoerd.) 3 [GPS] test Correct: "OK", Verkeerd: "NG" 4 Program version No. Het nummer van de huidige programmaversie wordt weergegeven. 5 [CNT] Aantal malen dat de test wordt herhaald. 5. Druk één voor één op elke toets. Als de toets goed werkt, wordt de corresponderende markering in rood weergegeven. 6.
9. INSTALLATIE 9.1 Materiaaloverzicht Standaarduitrusting Naam Type Codenr. Hoev. Opmerkingen Ontvanger GP-33 - 1 Antenne GPA-017 - 1 Installatiematerialen CP20-03300 - 1 set -M12-05BM+05BF-060 -CP20-03310 Accessoires FP20-01200 - 1 set Zie de paklijst achter in deze handleiding. met 10-meterkabel Optioneel leverbaar Naam Type Hoev. Opmerkingen Netwerk box FI-5002 000-010-765 Bekabeling KON-004-02M 001-090-910 Antennevoet rechte hoek Nr.
9. INSTALLATIE • Monteer het apparaat op een plek waar zo min mogelijk schokken en trillingen voorkomen. • Plaats het apparaat niet in de buurt van apparatuur die elektromagnetische velden genereert, bijvoorbeeld een motor of generator. • Zorg dat er aan de zijkanten en achterkant van het apparaat voldoende ruimte is voor het verrichten van onderhoud en dat de snoeren voldoende speling hebben.
9. INSTALLATIE 9.2.3 Verzonken montage 1. Maak met behulp van de meegeleverde sjabloon een uitsparing in de montageplek. 2. Boor vier gaten voor zelftappende schroeven (3x20) in de montageplek. 3. Draai de schroeven los en haal de ontvanger uit de beugel. De beugel hebt u niet meer nodig. 4. Verwijder het voorpaneel van de ontvanger door de bevestigingen aan de achterkant van het paneel met de hand los te maken. Hanteer hierbij de hieronder aangegeven volgorde. 5 1 2 6 7 3 4 8 5.
9. INSTALLATIE Let op: Om het apparaat uit de uitsparing te verwijderen, haalt u het paneel los met de meegeleverde verwijdersleutel op de manier zoals hieronder wordt gedemonstreerd. 2 Omlaag trekken 1 Inbrengen 9.3 Antenne installeren Monteer de antenne volgens het installatieschema achter in deze handleiding. Hanteer de volgende richtlijnen bij het kiezen van een montageplaats voor de antenne: • Kies een plek die buiten de radarbundel valt. De radarbundel belemmert de ontvangst van het GPS-signaal.
9. INSTALLATIE 9.4 Bedrading Wanneer er geen CAN-busapparatuur is aangesloten Wanneer u geen CAN-busapparatuur aansluit, gebruikt u de roodzwarte kernen van kabel M12-05BM+05BF-060 voor de aansluiting op het 12-24 VDC-schakelpaneel. (Andere kernen moet u afzonderlijk snijden en tapen.
9. INSTALLATIE Aansluiting op de optionele netwerk box Fl-5002 Gedetailleerde informatie over CAN-busbedrading voor de onderhoudsmonteur is te vinden in het document “Furuno CAN bus Network Design Guide (TIE-00170-*)”. M12-05BM+05BF-060 (6 m) Gebruik CN2 t/m CN5. Voedingskabel (2 m) Wit Zijaanzicht FI-5002 (optie) Zwart naar schakelbord (12 VDC) 12VDC CN3 - CN5 CN2 DROP BACKBONE MC-connector Bovenaanzicht Zet kabel vast met meegeleverde tiewrap.
9. INSTALLATIE Afsluitweerstand • Aansluiten op backbone-kabel GP-33 MFD-BB/8/12 Backbone-kabel Afsluitweerstand Afsluitweerstand Bevestig de volgende afsluitweerstanden aan beide uiteinden van de backbone-kabel. Naam Type Codenr.
9. INSTALLATIE 9.5 Taal instellen Wanneer u na installatie het apparaat voor het eerst aanzet, wordt u gevraagd welke taal u wilt gebruiken. Druk op S of T om de taal te selecteren en druk op de toets ENT. 9.6 Lijst met invoer-/uitvoergegevens Dit apparaat voert de volgende gegevens in en uit: NMEA0183 of CAN-busgegevens (zie hieronder). NMEA 0183--versie (2.0 of 3.0) kunnen worden geselecteerd in het scherm [I/O Setup].
9. INSTALLATIE Data 1: CAN-buspoort (uitvoer) PGN Omschrijving Output cycle 059392 ISO Acknowledgement n.v.t. 060928 ISO Address Claim n.v.t. 061184 Self Test Group Function n.v.t. 126208 NMEA-Acknowledge group function n.v.t. 126464 PGN List Transmit and Received PGNs Group Function n.v.t. 126720-1 Memory Clear Group Function n.v.t. 126720-2 Reset Group Function n.v.t. 126992 System Time 1000 126996 Product Information n.v.t.
9. INSTALLATIE Data 2/Data 3: NMEA Output Sentence indeling** [REM1] [REM2] [AP] AAM* AAN APB* AAN BOD* AAN BWC* AAN AAN BWR* AAN AAN DTM AAN AAN GGA AAN AAN GLL AAN AAN AAN GSA AAN GSV AAN RMB* AAN AAN RMC AAN AAN VTG AAN AAN XTE AAN AAN ZDA AAN AAN AAN RTE Alleen voor PC. (Zie hoofdstuk 7.) [REM1/REM2]: Radar, echolood, enzovoort [AP]: Automatische piloot *: Geen uitvoer wanneer er geen waypoint is ingesteld.
9. INSTALLATIE Uitvoerinstelling 1. Druk tweemaal op de toets MENU/ZOOM om naar het hoofdmenu te gaan. 2. Selecteer [I/O Setup] en druk op de toets ENT. 3. Selecteer [Data 2], [Data 3] of [NMEA0183 Version]. De selectie hangt af van de apparatuur die is aangesloten. 4. Druk op de toets ENT. Afhankelijk van wat u in stap 3 hebt geselecteerd, wordt een van de volgende schermen geopend. “Data2/Data3” “NMEA0183-versie” 5. Druk op S of T om de optie te selecteren.
9. INSTALLATIE Deze pagina is met opzet blanco gelaten.
APPENDIX 1 MENUSTRUCTUUR MENU ZOOM Ship To Center (alleen als kaartplotterscherm wordt weergegeven) Tracks Rec (Off, Distance, Auto; 0.00 to 9.99, 0.
APPENDIX 1 MENUSTRUCTUUR 1 AP-2 GPS Setup Datum (WGS84, WGS72, Other; 003 to 173) Navigation (Rhumb Line, Great Circle) Smooth Position (0 to 999 s, 0 s) Smooth S/C (0 to 9999 s, 5 s) Lat Offset (0.000 N/S to 9.999 N/S, 0.000’ N) Lon Offset (0.000 E/W to 9.999 E/W, 0.000’E) Disable SV SV ELV (5 to 90°, 5°) WAAS Mode (WAAS, GPS) WAAS Search (Auto, Manual; 120 to 138) Correction Data Set (0 to 27, 99; 0) I/O Setup Data 2 (REM1, REM2, AP, GPS) Data 3 (REM1, REM2, AP, GPS) NMEA0183 Version (2.0, 3.
APPENDIX 2 WAT HOUDT WAAS IN? WAAS, beschikbaar in Noord-Amerika, is een van de aanbieders in het wereldwijde SBAS-navigatiesysteem (Satellite Based Augmentation System). SBAS levert GPS-signaalcorrecties aan SBAS-gebruikers voor een nog nauwkeuriger positiebepaling, doorgaans tot op minder dan drie meter.
APPENDIX 3 TERMENLIJST De volgende tabel bevat de termen die voorkomen in de documentatie van de GP-33.
APPENDIX 3 TERMENLIJST Termen/Symbolen Betekenis ENT Enter ETA Estimated Time of Arrival (geschatte aankomsttijd) FEB Februari G Ga naar GPS I/O HDOP Global Positioning System Invoer/uitvoer Horizontal Dilution Of Precision (horizontale afnemende nauwkeurigheid van positiebepaling) JAN Januari JUL Juli JUN Juni km kilometer kn knoop Lat Latitude (breedtegraad) Lon Longitude (lengtegraad) LC Loran-C M, Mag Magnetic (magnetisch) MAR Maart MAY Mei MM (MMM) mph N nm NMEA Maan
APPENDIX 3 TERMENLIJST Termen/Symbolen RNG RTE, RT Range (afstand) Route S South (Zuiden) s seconden S/C Speed (snelheid)/Course (koers) SEP September sm Statute Mile (officiële landmijl) SOG Speed Over the Ground (snelheid over de grond) SPD Speed (snelheid) T TD True (waar) Time Difference (tijdverschil) TTG Time To Go (vaartijd) Volt Voltage W WAAS WPT, WP XTE YY AP-6 Betekenis West (Westen) Wide Area Augmentation System Waypoint Cross Track Error (van-koersfout) Jaar
FURUNO GP-33 SPECIFICATIES VAN DE GPS-NAVIGATOR GP-33 1 ALGEMEEN 1.1 Beeldscherm 4,3-inch LCD-kleurenscherm 1.2 Effectief gebied 95,04 x 53,85 mm, 480 x 272 dots (WQVGA) 1.3 Projectie Mercator 1.4 Weergavemodus Plotter, Steering, Highway, NAV data, Destination, User display 1.5 Geheugencapaciteit Track: 3000 pts, Waypoint: 10.000 pts met commentaar (13 tekens) 1.6 Opslagcapaciteit 100 routes met elk 30 waypoints 1.
FURUNO 4 GP-33 VOEDING 15 V gelijkstroom: LEN 7 (CAN-bus) 12-24 V gelijkstroom: 0,24-0,12 A (Non CAN-bus) 5 OMGEVINGSVEREISTEN 5.1 Omgevingstemperatuur Antenne -25°C tot +70°C Ontvanger -15°C tot +55°C 5.2 Relatieve luchtvochtigheid 93% bij 40°C 5.3 Beschermingsniveau IP56 5.4 Trillingen IEC 60945 6 KLEUR UNIT 6.1 Antenne N9.5 6.2 Ontvanger N2.
24/Nov/09 R.
24/Nov/09 R.
D-3 Mar.27'07 R.
Y. Hatai hatai 2005.12.
% $ # ធ⛯▫ ,70%6+10 $1: %#0 DWU 0'6914$#%-$10' ធ⛯▫ ,70%6+10 $1: %#0 DWU 0'6914$#%-$10' ห &+661 ห &+661 ห &+661 ห &+661 ห &+661 %0 &412A7 5*+'.& 0'6 5 0'6 % 0'6 * 0'6 . %0 &412A. 5*+'.& 0'6 5 0'6 % 0'6 * 0'6 . %0 &412A7 5*+'.& 0'6 5 0'6 % 0'6 * 0'6 . %0 &412A. 5*+'.& 0'6 5 0'6 % 0'6 * 0'6 . %0 $#%-$10'A. 5*+'.& 0'6 5 0'6 % 0'6 * 0'6 . / $((/ O Ǿ / $/ $( O Ǿ ࠕࠞ 4'& ࠢࡠ $.ࠪࡠ 9*6 ࠕࠝ $.7 %0 &412A. 5*+'.
INDEX A Afsluitweerstand........................................ 9-7 Alarmbericht .............................................. 6-1 Alarmpictogram ......................................... 6-1 alfanumerieke gegevens ........................... 1-9 Alle routes verwijderen.............................. 4-5 Alle waypoints verwijderen........................ 3-8 Anchor watch-alarm (ankerwacht) ............ 6-4 Arrival-alarm (aankomst)........................... 6-4 B Bestemming instellen met cursorpositie....
INDEX Waypoint in een route invoegen ................4-4 Waypoint in een route tijdelijk deselecteren ...................................................................4-4 Waypoint in een route vervangen ..............4-3 Waypoint invoeren met de cursor ..............3-1 Waypoint invoeren op positie eigen schip ...................................................................3-1 Waypoint invoeren vanuit de lijst ...............3-1 Waypoint uit een route verwijderen............