36 zone draadloos beveiligingssysteem SL5F Handleiding voor installatie & bediening
VoorwoorD Alle componenten van dit draadloze alarmsysteem zijn ontworpen en geproduceerd met het oog op een lange, betrouwbare levensduur. Het systeem is ontworpen met het oog op een eenvoudige installatie waarbij uitsluitend gebruik gemaakt wordt van conventionele huishoudelijke gereedschappen. Het is echter wel noodzakelijk dat de installateur het advies en de procedures in deze handleiding volledig leest en begrijpt, en het systeem eerst plant alvorens met de installatie te beginnen.
ENgELS iNStrUCtiEHANDBoEk Het instructiehandboek van het LCD-display is alleen in het Engels beschikbaar. De woorden die op het scherm worden weergegeven, worden in dit handboek achter het Engelse woord in het Nederlands vertaald. Hieronder vindt u een overzicht van de vertaalde woorden.
Saving New Device 4 Nieuwe component opslaan Detector Walk Test Sensorlooptest Walk Test Waiting... Looptest wachten...
MAG MAG SMOKE x ROOK x Znn Type xxxxxxxxxxxxxx Znn type xxxxxxxxxxxxxx Intruder Inbreker 24 hour Intruder 24 uur inbraakalarm Fire Brand Test Test Znn Mode xxxxxxx Znn Modus xxxxxxx Instant Direct Delayed Vertraagd Znn Part-Arm x: xxx Znn Gedeeltelijke activering x: xxx Znn Chime xxx Znn Alarmbeltoon xxx Remotes = x Edit->Enter Afstandsbedieningen = x Wijzigen->Invoeren Remotes = x 1->Del Learn->3 Afstandsbedieningen = x 1->Wis Leren->3 Send Disarm waiting 30s...
iNHoUDSoPgAVE iNHoUD VAN DE SEt iNLEiDiNg EN oVErziCHt Meerdere gebruikers Gebruikerstoegangscode Systeemactivering Vertraging voor binnenkomen/naar buiten gaan Zones Zoneblokkering Snelle setup Logboek Alarmbeltoon Bewaking (optioneel) Thuiskomstmelder Systeembeheer via telefoon Bescherming tegen sabotage Storingsdetectie Batterijcontrole Uw ALArMSYStEEM PLANNEN EN UitBrEiDEN Typische installatie AFStANDSBEDiENiNg (optioneel) Algemene informatie Afstandsbediening configureren Afstandsbediening testen CE
iNHoUD VAN DE SEt Het alarmsysteem moet de volgende componenten bevatten: 1 x Centrale 1 x PIR-bewegingssensor 1 x Magneetcontactsensor voor deur/raam Eveneens inbegrepen: Netstroomadapter RJ11-RJ11 Telefoonverbindingskabel Handleiding voor installatie & bediening Bevestigingsset Batterijen Pir-bewegingssensor Magneetcontactsensor voor deur/raam Centrale gEzoNDHEiDSwAArSCHUwiNg Verzegelde loodzuurbatterij 6 V / 1,2 Ahr (wordt meegeleverd: 2 x aangebracht in centrale) 9 V alkalinebatterij (voor sirene
iNLEiDiNg EN oVErziCHt MEErDErE gEBrUikErS Het systeem kan worden geconfigureerd voor maximaal 6 gebruikers, één hoofdgebruiker en voor gebruik in een bedreigende situatie. Daardoor kan het logboek van het systeem een registratie bijhouden van welke gebruikers het systeem geactiveerd of gedeactiveerd hebben. Elke gebruiker heeft een andere gebruikerstoegangscode. Daarnaast kan met de 4 seconden-stemrecorderfunctie de naam van de gebruiker worden opgenomen voor gebruik met de thuiskomstmelderfunctie.
De vertraging voor binnenkomen voor elke zone kan worden geconfigureerd voor een periode tussen 10 en 250 seconden, of kan volledig worden uitgeschakeld. N.B. Om stroom te sparen en de levensduur van de batterij te maximaliseren, detecteren de PIR-bewegingssensors alleen beweging indien gedurende de voorafgaande 2 minuten geen beweging is gedetecteerd. De PIR-bewegingssensor zal dan ook niet geactiveerd worden totdat het beveiligde deel van het pand gedurende meer dan 3 minuten vrij van bewegingen is.
tHUiSkoMStMELDEr Wanneer het systeem is gedeactiveerd, belt de thuiskomstmelder (indien deze functie is ingeschakeld) het eerste telefoonnummer van de thuiskomstmelder en wordt het gebruikersbericht (dat is opgenomen tijdens het instellen van de thuiskomstmelder) afgespeeld gedureende de ingestelde ‘speeltijd’. De gebelde persoon moet het bericht bevestigen door op de toets op zijn/haar telefoontoetsenpaneel te drukken.
Uw ALArMSYStEEM PLANNEN EN UitBrEiDEN Alvorens te proberen uw alarmsysteem te installeren, is het van belang dat u de veiligheidsvereisten bestudeert en uw installatie aan de hand daarvan plant. PIR-bewegingssensors worden gebruikt om de belangrijkste vertrekken van het pand te beschermen (bijv. woonkamer, studeerkamer, hal en overloop). Magneetcontactsensors voor deur/raam worden gebruikt ter bescherming van de hoofdtoegangspunten tot het pand (d.w.z. voordeur, achterdeur, terrasdeuren, enz.).
Het systeem kan worden uitgebreid met extra sensors, afstandsbedieningen en toetsenpanelen om nog meer bescherming te bieden. De volgende regels moeten echter gevolgd worden: a. Sensors die de zone rondom de voordeur en de route van en naar de centrale afdekken, moeten uitsluitend op zone 1 worden afgesteld. b. Sensors die het overige deel van de benedenverdieping afdekken, moeten uitsluitend op de zones 2 tot en met 4 worden afgesteld. c.
AFStANDSBEDiENiNg CoNFigUrErEN 1. Verwijder het achterste deksel door de schroef aan de achterzijde van de afstandsbediening te verwijderen; bewaar de schroef. 2. Plaats de batterij onder de klem en zorg ervoor dat de + pool naar boven wijst (van de printplaat gekeerd). 3. Breng het achterste deksel aan en haal de schroef aan. Haal de schroef niet te stevig aan aangezien de schroefdraad daardoor beschadigd zou kunnen raken.
N.B. Aanbevolen wordt, geen telefoonverbindingskabels langer dan 10 meter te gebruiken voor de verbinding met de hoofdtelefoonaansluiting of de secundaire telefoonaansluiting. 7. Plaats de centrale NiEt op of vlakbij metalen voorwerpen (zoals verwarmingsradiators, waterleidingen, enz.) aangezien dit het zendbereik van de centrale kan beïnvloeden.
7. stekker RJ11 in de bus aan de onderrand van de centrale die is gemarkeerd met LINE (telefoonlijn). Is de meegeleverde kabel niet lang genoeg om een geschikte telefoonaansluiting te bereiken, gebruik dan een koppelplug en een verlengkabel (niet meegeleverd). Zorg ervoor dat de reset-verbindingsdraad (P1) en de verbindingsdraad van de externe anti-sabotageschakelaar (P51) in de stand OFF (uitgeschakeld) staan. N.B.
De centrale luistert nu of er een geldig signaal is van een nieuwe afstandsbediening of een nieuw toetsenpaneel. De centrale blijft gedurende 30 seconden in de leermodus. wordt binnen 30 seconden geen geldig signaal van een nieuwe component ontvangen, dan verlaat de centrale automatisch de leermodus en keert ze terug naar de top van niveau 2.0. 5. Druk op op de afstandsbediening of CENtrALE EN AFStANDSBEDiENiNg tEStEN 1. Druk op om het systeem in de testmodus te zetten.
PASSiEVE iNFrArooD (Pir) BEwEgiNgSSENSorS PIR-sensors detecteren beweging in een beschermd gebied door veranderingen in infraroodstralingsniveaus te registreren; deze kunnen bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat een persoon binnen of door het detectieveld van de PIR-sensor loopt. Wordt beweging gedetecteerd, dan wordt een alarmsignaal opgewekt (indien het systeem is geactiveerd).
Pir-BEwEgiNgSSENSorS iNStALLErEN EN CoNFigUrErEN 4. Breng het achterdeksel met behulp van twee 18 mm schroeven Nr. 4 en 22 mm wandpluggen aan (boor voor de wandpluggen gaten van 5 mm). Haal de schroeven niet te stevig aan aangezien het deksel daardoor beschadigd of vervormd zou kunnen raken. N.B. De wandpluggen die met het product worden meegeleverd, zijn niet geschikt voor gipsplaatwanden; gebruik voor het aanbrengen van de sensor op gipsplaatwanden daarvoor bestemde wandpluggen. 5.
Na de eerste installatie moet de sensor in de looptest worden geconfigureerd, om vervolgens getest te kunnen worden (d.w.z. houd SW1 gedurende 2 seconden ingedrukt). 6. Om de ID-code van een nieuwe sensor te leren en deze met de gekozen zone te verbinden, drukt u op . De centrale luistert nu of er een geldig signaal is van een nieuwe sensor om met de zone te verbinden. De centrale blijft gedurende 30 seconden in de leermodus.
EEN Pir-BEwEgiNgSSENSor MEt DE CENtrALE tEStEN 1. Zorg dat het systeem in de testmodus staat (zie pagina 16). 2. Gebruik de en de toets om door het menu te scrollen totdat ‘Detector walk test’ (sensorlooptest) wordt weergegeven; druk vervolgens op . MAgNEEtCoNtACtSENSorS Voor DEUr/rAAM De magneetcontactset bestaat uit twee delen: een sensor en een magneet.
Plaats de magneetcontactsensor niet op of vlakbij metalen voorwerpen (d.w.z. verwarmingsradiators, waterleidingen, enz.), aangezien dit het zendbereik van de centrale kan beïnvloeden. N.B. Worden de componenten met behulp van het tweezijdig plakband bevestigd, zorg er dan voor dat de bevestigingsvlakken schoon en droog zijn.
6. Schakelaar SW3 wordt gebruikt voor het inschakelen/ uitschakelen van het magneetcontact met interne/externe bedrading. EEN MAgNEEtCoNtACtSENSor Voor DEUr/rAAM oNAFHANkELiJk tEStEN 9. Verwijder het batterijdeksel zodat de antisabotageschakelaar wordt geactiveerd. Zodra de toets wordt losgelaten, gaat de LED ca. 1 seconde branden om aan te geven dat de antisabotageschakelaar is geactiveerd en een signaal wordt verzonden. 10. Open de deur/het raam om de magneet van de sensor te verwijderen.
6. Activeer de anti-sabotageschakelaar op de MAG-sensor. N.B. Is de sensor reeds in een andere zone met de centrale verbonden, dan produceert de centrale één lang piepsignaal en wordt het van de component ontvangen signaal genegeerd. Is de sensor nieuw en niet reeds met een beveiligingszone verbonden, dan zal de centrale twee korte piepsignalen geven en zal de display ‘New Device’ (nieuwe component) aangeven en het type component dat gedetecteerd is (MAG). 7. N.B.
EXtErNE SirENE oP zoNNE-ENErgiE (optioneel) De sirene is ingekapseld in een stevige polycarbonaat behuizing, die tevens volledige bescherming tegen slechte weersomstandigheden biedt. In de sirene is een LED ingebouwd, die als zichtbaar afschrikmiddel fungeert en als aanwijzing dat het systeem actief is. De LED’s knipperen langzaam en om de beurt, ongeacht of het systeem geactiveerd of gedeactiveerd is. Is er een alarmtoestand, dan knipperen de LED’s samen snel.
5. DIP-schakelaar 2 - die is gemarkeerd met “AJ” - wordt niet gebruikt voor dit systeem, en kan worden genegeerd. 6. Is DIP-schakelaar 3 - die is gemarkeerd met “ALArM SoUND” (Alarmsignaal) - uitgeschakeld, dan voorkomt dit dat de sirene klinkt tijdens een alarm (dit heeft geen invloed op de waarschuwingspiepsignalen): ON (AAN) OFF (UIT) 7. Wordt van servicemodus naar bedrijfsmodus overgeschakeld, dan wordt een serie piepsignalen opgewekt.
Na 10 seconden wordt het signaal ‘Siren Stop’ (sirenestop) automatisch opnieuw door de centrale verzonden om de sirene de ID-code van de centrale te laten bevestigen. De sirene geeft één lang piepsignaal en de indicatie/leer-LED’s stoppen met knipperen en blijven 3 seconden branden, waarna ze uitgaan om aan te geven dat de centrale nu met de sirene is verbonden en dat de ID-code van de centrale in het geheugen is opgeslagen. 19.
EXtErNE VErBiNDiNgEN (optioneel) Ga als volgt te werk: Druk op Draai de twee bevestigingsschroeven op de bovenrand van de centrale los en open het frontdeksel. Alvorens verbindingen te maken, moet u ervoor zorgen dat de reset-overbruggingsdraad P1 in de positie ‘OFF’ staat; vervolgens trekt u de gelijkstroomplug los en koppelt u één van de backup-batterijen los. De signalleringscontacten van alle alarm- en antisabotagezones met vaste bedrading moeten spanningsvrij zijn. (d.w.z.
HEt SYStEEM tEStEN De centrale heeft een ingebouwde testfunctie waarmee u het systeem te allen tijde kunt testen. Aanbevolen wordt het systeem regelmatig, met intervallen van ten hoogste 3 maanden, te testen. Met het systeem in standby Druk op De LED’s voor volledige activering en gedeeltelijke activering knipperen. Het systeem bevindt zich nu in de testmodus. N.B. Druk na het voltooien van alle vereiste testfuncties op om de testmodus te verlaten en terug te keren naar standby. Gebruik de scrollen.
SENSortESt Alvorens de test te beginnen, moet u ervoor zorgen dat er tenminste 3 minuten lang geen beweging is in vertrekken die met PIRbewegingssensors zijn beveiligd; verder moeten alle deuren/ramen die door magneetcontactsensors zijn beveiligd gesloten zijn en moeten alle batterijdeksels correct zijn aangebracht. N.B. Het kan handig zijn wanneer een tweede persoon u assisteert bij deze test. Scroll door het bovenste testmodusmenu totdat ‘walk test waiting…’ . (Looptest wachten...
MAG-sensor - alarm ALArMtESt - SirENE MEt VAStE BEDrADiNg Scroll door het menu totdat ‘wired Siren test’ (test van sirene met vaste bedrading) op de LCD wordt weergegeven. Druk op (Zone X: MAG Alarm) MAG-sensor - anti-sabotageschakelaar om de sirene met vaste bedrading 5 seconden lang te activeren. Tijdens de test geeft de LCD het volgende weer: (Zone X: MAG Sabotage) Rooksensor - alarm (Sirene AAN gedurende 5 s STOP ->ESC) Druk op om de test voortijdig te stoppen.
SPECtrA VErLiCHtiNgStEStS Scroll door het menu totdat ‘Spectra Lighting test’ (Spectra verlichtingstest) op de LCD wordt weergegeven. Druk op om de aangesloten Spectra verlichting in te schakelen gedurende 5 seconden. Tijdens de test geeft de LCD het volgende weer: (Servicemodus UIT. Wachten...) De sirene geeft twee korte piepsignalen, die 1 seconde later gevolgd worden door één lang piepsignaal. De LED’s van de sirene knipperen samen in combinatie met de piepsignalen.
Is geen bevestigingssignaal ontvangen van de Alarmbewakingsservice, dan geeft de centrale een piepsignaal en geeft de LCD het volgende weer: (Bewakingsservicetest.... MISLUKT) Om de test voortijdig te beëindigen, drukt u op de centrale op . Wanneer de oproep wordt beantwoord, wordt alleen het opgenomen hoofdalarmbericht herhaaldelijk weergegeven gedurende tenminste 60 seconden; daarna is de actuele weergavecyclus voltooid en is de test ten einde.
FABriEkSiNStELLiNgEN FABriEkSiNStELLiNgEN USEr CoDE SEtUP (gEBrUikErSCoDE iNStELLEN) Master User (Hoofdgebruiker): 1234 Users 1-6 (Gebruikers 1-6): Not programmed (Niet geprogrammeerd) Duress Code (Bedreigingscode): Not programmed (Niet geprogrammeerd) LAtCH kEY SEtUP (tHUiSkoMStMELDEr iNStELLEN) SYStEM SEtUP MENU (iNStELLiNgENMENU SYStEEMgEgEVENS) Alarm Duration (Alarmduur): 3 minutes (3 minuten) Entry/Exit Delay period (Vertragingsperdiode voor binnenkomen/naar buiten gaan): 30s (30 seconden) Entry De
ProgrAMMEEriNStrUCtiES Met het systeem in standby (op de display wordt dan ‘DiSArM rEADY’ (Deactivering gereed) weergegeven). USEr SEtUP MENU (iNStELLiNgENMENU gEBrUikErSgEgEVENS) Master User Access Code (Toegangscode van hoofdgebruiker) User 1 Access Code (Toegangscode van gebruiker 1) Druk op User 2 Access Code (Toegangscode van gebruiker 2) User 3 Access Code (Toegangscode van gebruiker 3) N.B. Druk, om naar de standbymodus te gaan, meerdere malen totdat alleen de POWER LED brandt.
VoiCE DiALLEr SEtUP MENU (iNStELLiNgENMENU VAN VoiCE DiALLEr) Phone Numbers (Telefoonnummers) Record Alarm Messages (Alarmberichten opnemen) Replay Alarm Messages (Alarmberichten afspelen) SPECtrA LigHtiNg SEtUP (SPECtrA VErLiCHtiNg iNStELLEN) Set Light-On Period (Lichten-aan periode instellen) Spectra Mode (Spectra-modus) Scroll door het bovenste programmeermenu totdat ‘1. USEr SEtUP’ (1. Gebruikersgegevens instellen) wordt weergegeven en druk op .
System Setup diagram (Schema van de systeeminstellingen)
SYStEEMgEgEVENS iNStELLEN Met de parameters in dit menu kunnen algemene systeemparameters worden geconfigureerd, zoals de alarmduur en de regeling van relaisalarmcontacten met vaste bedrading. Dit hoofdstuk bevat bovendien de basisinformatie voor instellingen van de telefoonkiezer-interface van het systeem; deze moet op de juiste wijze worden geconfigureerd ten behoeve van functies waarvoor telefoongebruik vereist is. raadpleeg het Schema voor het instellen van de systeemgegevens op pagina 36.
Bevestig de ID-code van de nieuwe component binnen 15 seconden als volgt vanaf dezelfde nieuwe afstandsbediening of hetzelfde nieuwe toetsenpaneel... Druk op op de afstandsbediening of Druk op op het toetsenpaneel. N.B. Wordt het bevestigingssignaal niet binnen 15 seconden ontvangen, dan produceert de centrale één lang piepsignaal en verlaat ze de leerprocedure. De leerprocedure moet opnieuw gestart worden om de nieuwe component in het geheugen op te slaan.
Voor het wijzigen van de instelling drukt u op . Voer de gewenste vertragingsperiode (10 - 240 seconden) in. Druk op om de nieuwe instelling op te slaan en deze functie te verlaten, of Druk op om de modus te verlaten zonder op te slaan. PiEPSigNALEN BiJ VErtrAgiNg Voor BiNNENkoMEN Hiermee kan het systeem waarschuwingspiepsignalen geven bij de vertraging voor binnenkomen wanneer het systeem wordt IN- of UITgeschakeld. Scroll door het systeemmenu totdat ‘2.4 Entry Delay Beeps’ (2.
zoNEBLokkEriNg SYStEEMBEHEErFUNCtiE ViA tELEFooN Voorkomt dat een enkele zone het alarm meer dan 3 maal in werking stelt voordat het systeem is gedeactiveerd. (Zoneblokkering is effectief in alle zones, behalve in de 24-UURS INBRAAKZONE en de BRANDZONE, die niet geblokkeerd kunnen worden). Is deze functie ingeschakeld, dan kan het systeem op afstand via de telefoon worden bediend. Standaardinstellingen: oN (AAN) Scroll door het systeemmenu totdat ‘2.10 zn Lockout’ (2.
zoNES iNStELLEN Met de parameters in dit menu kan de specifieke functie van elke zone worden geconfigureerd. Scroll door het programmeermenu totdat ‘3. zoNE SEtUP’ (3. zones instellen) wordt weergegeven en druk vervolgens op . Voer het nummer van de zone in die geconfigureerd moet worden (1-36) en druk op . De volgende configuratie-opties zijn gebaseerd op het instellen van zone 1.
SENSorCoDE CoNFigUrErEN (uitsluitend zones 1-32). Hiermee kan de ID-code van een draadloze sensor worden geleerd en verbonden met de gekozen draadloze zone. N.B. Is de sensor reeds in een andere zone met de centrale verbonden, dan produceert de centrale één lang piepsignaal en wordt het van de component ontvangen signaal genegeerd.
Voor het wijzigen van de instelling drukt u op NAAM Hiermee kan een naam aan de zone worden gekoppeld zodat deze aan de hand van de locatie kan worden herkend. Beschikbaar voor alle zones 1- 36. Alleen beschikbaar voor draadloze zones 1-32 indien een sensor is verbonden. Standaardinstellingen: No Name (geen naam) Voor het wijzigen van de instelling drukt u op . Scroll door de menu-opties, totdat de gewenste instelling wordt weergegeven.
PArt-ArM 2 Hiermee wordt geregeld of de zone actief is wanneer Part-Arm 2 (gedeeltelijke activering 1) is geactiveerd. Standaardinstellingen: oFF (Uit) (alle zones) Scroll door het zonemenu totdat ‘3,6 zxx Part-Arm 2’ (3.6 Zxx gedeeltelijke activering 2) (en de actuele instelling) wordt weergegeven. Voor het wijzigen van de instelling drukt u op . Druk op om de zone in te schakelen in gedeeltelijke activering 2, of Druk op om de zone uit te schakelen in gedeeltelijke activering 2.
Notities: Druk op om de cursor naar rechts te verplaatsen. voor het wissen van het nummer onder Druk voor het ingeven van code B op , Druk op Druk voor het ingeven van code C op , de cursor. Druk voor het ingeven van code D op , Druk voor het ingeven van code E op , Druk voor het ingeven van code F op , Druk op volledige nummer te wissen.
Voice Dialler Setup (Schema voor het instellen van de telefoonkiezer)
tHUiSkoMStMELDEr iNStELLEN StAtUS De parameters in dit menu configureren met welke gebruikers de thuiskomstmelder functioneert, en de telefoonnummers die door het systeem worden gebeld wanneer de thuiskomstmelder is geactiveerd. Hiermee wordt geregeld met welke gebruikers de thuiskomstmelderfunctie werkt. N.B.
Druk na het configureren van de vereiste gebruikers op om terug te keren naar het bovenste Thuiskomstmelder-menu. gebruikersstatus 3,5 seconden in de belreeks. Scroll door het systeemmenu totdat ‘User x Status’ (Status van gebruiker x) (en de actuele instelling) wordt weergegeven. Druk op om de cursor naar links te verplaatsen. Druk op om de cursor naar rechts te verplaatsen. Druk op de cursor.
FriEDLAND SPECtrA VErLiCHtiNg iNStELLEN (optioneel) Voor het wijzigen van de instelling drukt u op Scroll door het menu totdat ‘7. SPECtrA LigHtiNg SEtUP’ (7. Spectra verlichting instellen) op de LCD wordt weergegeven en druk op . Druk na het configureren van de Spectra verlichting op terug te keren naar het bovenste programmeermenu. om .
BEDiENiNgSiNStrUCtiES Zodra u het pand verlaat, moet het systeem geactiveerd zijn. Controleer echter eerst altijd of alle deuren en ramen zijn gesloten, evenals alle beveiligde deuren en of de PIRbewegingssensors niet worden gehinderd. Zorg ervoor dat huisdieren zich uitsluitend kunnen ophouden in zones die niet door PIR-bewegingssensors zijn beveiligd. Het systeem heeft 3 activeringsmodi: activeren, gedeeltelijk activeren 1 en gedeeltelijk activeren 2.
Is het systeem geactiveerd, dan knippert de ‘ALARM MEM’ (alarmgeheugen) LED en produceert de centrale piepsignalen om de 10 seconden. Notities: 1. Een Spectra verlichtingssignaal wordt (afhankelijk van de modus en van tijdgeprogrammeerde instellingen) telkens verstuurd wanneer een anti-sabotage- of PA-schakelaar wordt geactiveerd en telkens wanneer een sensor in een ingeschakelde zone wordt geactiveerd wanneer de centrale is geactiveerd. 2.
tHUiSkoMStMELDEr ANti-SABotAgE Is de thuiskomstmelderfunctie ingeschakeld en wordt het systeem gedeactiveerd door een gebruiker die voor de thuiskomstmelder is geregistreerd, dan... De sabotagezone is op 24-uursbasis operationeel. (d.w.z. bij ontvangst van een sabotagesignaal van een van de componenten wordt direct een alarm geactiveerd, ongeacht of het systeem geactiveerd dan wel gedeactiveerd is; tenzij het systeem zich in de programmeer- of testmodus bevindt). 1.
Om de LED te laten stoppen met knipperen, drukt u op of gaat u naar het logboek om het gebeurtenisbericht te lezen. Om het logboek te lezen, drukt u op van standby. Gebruik en om handmatig door de gebeurtenissen te scrollen. Gebeurtenissen worden weergegeven, vanaf gebeurtenis 1 - de meest recente - tot en met gebeurtenis 99. N.B. Het logboek scrollt niet automatisch door de display als voorheen.
Dubbel inbellen voor gebruik met een externe antwoordtelefoon: Wordt de Systeembeheerfunctie via telefoon gebruikt en werkt het systeem in combinatie met een externe antwoordtelefoon (meldkamer), dan 1. Moet systeembeheer via telefoon zijn ingesteld 2. Moet het aantal ‘beltonen vóór beantwoorden’ voor de BEwAkiNg (optioneel) BEwAkiNgSSErViCE raadpleeg het Bewakingsservice schema op pagina 55. Gaat het alarm af en is de Bewakingsservice beller ingeschakeld… 1.
Doet zich na meer dan 10 minuten nog een alarmtoestand in zone 1 voor, dan wordt deze gebeurtenis naar de alarmbewakingsservice gestuurd. Bewakingsservice schema tELEFooNkiEzEr Gaat het alarm af en is de telefoonkiezer geactiveerd, dan wordt het eerste telefoonnummer in de belreeks gebeld en wordt het opgenomen alarmbericht weergegeven. De gebelde persoon moet het bericht bevestigen door op de toets op zijn/haar telefoontoetsenpaneel te drukken om de belreeks te beëindigen.
De belreeks kan als volgt voortijdig worden gestopt: a. Alle nummers drie maal zijn gebeld b. Het systeem gedeactiveerd is c. Een telefonische oproep bevestigd wordt doordat de gebelde persoon op de toets op het telefoon toetsenpaneel drukt. N.B. De lijnstatuswaarschuwing werkt niet indien de telefoonkiezer is uitgeschakeld. Het signaal ‘Cancel/Abort’ (annuleren/afbreken) mag alleen worden verstuurd indien a.
Pir-bewegingssensor: Bij laag batterijvermogen knippert de LED achter de detectielens wanneer beweging wordt gedetecteerd om aan te geven dat de batterij moet vervangen worden. Onder normale batterijcondities gaat de LED niet branden, tenzij de PIR-bewegingssensor zich in de looptestmodus bevindt. Magneetcontactsensor voor deur/raam: Wanneer de sensor geactiveerd is, gaat bij laag batterijvermogen de Zend-LED ca. 1 seconde lang branden zodra de deur/het raam wordt geopend.
oNDErHoUD Uw alarmsysteem vereist vrijwel geen onderhoud. Enkele kleine maatregelen zullen de constante betrouwbaarheid en de werking van het systeem echter blijven garanderen. SirENE oP zoNNE-ENErgiE (optioneel) 1. Aanbevolen wordt het zonnepaneel aan de bovenzijde van de sirenebehuizing tenminste twee maal per jaar te reinigen, bij voorkeur in het voorjaar en in het najaar; gebruik hiervoor een zachte, vochtige doek.
ALArMrEgiStrAtiE Vul tijdens het installeren de volgende informatie in om deze later te kunnen raadplegen wanneer componenten aan het systeem worden toegevoegd, of als hulpmiddel bij een storingsdiagnose.
U kunt een notitie maken van de onderstaande systeeminformatie.
StoriNgSDiAgNoSE Symptoom / Aanbevolen oplossing Centrale werkt niet - Power LED staat op OFF of knippert. 1. Netstroomstoring - controleer of andere elektrische circuits werken. 2. Controleer of de stekker in het stopcontact steekt en of het stopcontact op ON staat. 3. Controleer of de gelijkstroomstekker van de netstroomadapter op de centrale is aangesloten. 1. De anti-sabotageschakelaar van de sirene is geactiveerd.
LED op afstandsbediening brandt niet, of brandt zwak wanneer afstandsbediening wordt bediend. 1. Controleer of de batterij met de juiste polariteit is aangesloten. 2. Controleer of de batterij-aansluitingen goed contact maken met de batterij. 3. Batterij leeg - vervang de batterij. Vals alarm van de PIR-bewegingssensor. 1. Zorg ervoor dat de sensor niet naar een warmtebron of een bewegend voorwerp is gericht. 2. Zorg ervoor dat de sensor niet boven een radiator of verwarming is geplaatst. 3.
De LED op de magneetcontactsensor voor deur/raam brandt wanneer de deur of het raam is geopend. 1. Laag batterijvermogen - vervang de batterijen. Telefoonkiezer reageert niet op alarm. 1. Telefoonlijn niet aangesloten of defect - controleer telefoonlijn met een ander toestel. 2. Verkeerd telefoonnummer geprogrammeerd. Centrale neemt geen contact op met Bewakingsservice van alarmsysteem. 3. Telefoonnummers uitgeschakeld in belreeks. 1.
Uw ALArMSYStEEM UitBrEiDEN De volgende aanvullende accessoires zijn indien nodig beschikbaar als uitbreiding van uw systeem en bieden extra bescherming en een hoger niveau van veiligheid.
NotitiES 65
NotitiES 66
NotitiES 67
SPECiFiCAtiES VAN CoMPoNENtEN Externe sirene op zonne-energie (optioneel) Centrale ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● RF bedrijfsfrequentie: 868 MHz 6 V/1,2 Ahr verzegelde loodzuurbatterij Zonnepaneel 7,5 V - Laadsnelheid typisch 60 mA Bedrijfsduur in volledige duisternis - tot 25 dagen 95 dB Piëzosirene 10 minuten alarmduurbegrenzer (optioneel) Sirene uitschakelbaar (selecteerbaar) Bescherming tegen sabotage, aan achterzijde Storingsdetectie Akoestische bevestiging Pir infrarood bewegingssensor ● ● ● ● ● ● ● ●