FORD TRANSIT CUSTOM Korte beschrijving
Over deze snelreferentiegids Deze gids is opgesteld om u te helpen bepaalde functies van de auto snel te leren kennen. De gids bevat alleen basisinstructies (korte beschrijvingen) en is geen vervanging voor de Handleiding. U dient de volledige instructies in de Handleiding en alle waarschuwingen te lezen. Hoe meer u van uw auto afweet, des te beter kunt u ermee omgaan en dat komt de veiligheid en het rijplezier ten goede. Hartelijk dank voor het kiezen van een Ford.
IN ÉÉN OOGOPSLAG Overzicht instrumentenpaneel Stuur links 1 Transit Custom (TTF) Vehicles Built From: 14-01-2013, Vehicles Built Up To: 31-12-2013
Stuur rechts A Luchtroosters. B Schakelaar parkeerhulp. Start/stop-schakelaar. C Richtingaanwijzers. Grootlicht. D Auto's met stuur links - Bediening van display in instrumentenpaneel. D Auto's met stuur rechts - Bediening informatie- en entertainment-display. E Instrumentengroep. F Auto's met stuur links - Bediening informatie- en entertainment-display. F Auto's met stuur rechts - Bediening van display in instrumentenpaneel. G Ruitenwisserschakelaar. H Schakelaar achterruitverwarming.
N Contactslot. O Bediening audio-unit. Spraakbesturing. P Stuurwielverstelling. Q Claxon. R Schakelaars snelheidsregeling (cruise control). S Lichtschakelaar. Mistlampen, voor Achtermistlichten Koplampafstelling. Regelknop instrumentenverlichting. VEILIGHEIDSGORDELS VASTMAKEN WAARSCHUWINGEN Steek de slottong in het gordelslot tot een zachte klik hoorbaar is. U hebt de veiligheidsgordel niet correct bevestigd wanneer u geen duidelijke klik hoort.
Type 1 ANTIDIEFSTALSYSTEEM Het systeem waarschuwt u bij ongeoorloofde toegang tot uw auto. Het wordt geactiveerd zodra een portier, de bagageruimte of de motorkap wordt geopend zonder de sleutel of de afstandsbediening. Als er geprobeerd wordt ongeoorloofde toegang te verkrijgen terwijl het alarm ingeschakeld is, dan knipperen de parkeerverlichting en de richtingaanwijzers en weerklinkt de claxon.
Houd de seek toets ingedrukt om: • af te stemmen op het volgende radiostation op een hogere of lagere frequentie • door een nummer te zoeken BEDIENINGSORGANEN INFORMATIEDISPLAY SPRAAKSTURING AUTOMATISCH IN- EN UITSCHAKELENDE RUITENWISSERS Trek aan de bedieningsknop om de spraakgestuurde bediening in of uit te schakelen.
Gebruik de draaiknop om de gevoeligheid van de regensensor af te stellen. Bij lage gevoeligheid treden de ruitenwissers in werking wanneer de sensor een grote hoeveelheid vocht op de voorruit ontdekt. Bij hoge gevoeligheid treden de ruitenwissers in werking wanneer de sensor een kleine hoeveelheid vocht op de voorruit ontdekt. TRIPCOMPUTER AUTOMATISCH IN- EN UITSCHAKELENDE VERLICHTING Registreert de gereden afstand van de afzonderlijke ritten.
Aanbevolen instellingen voor verwarmen Afwisselen tussen metrische en Engelse eenheden is van invloed op de volgende displays: • Resterende afstand tot tank leeg is • Gemiddeld brandstofverbruik • Momenteel brandstofverbruik. • Gemiddelde snelheid. • • • Akoestische signalen uitschakelen De volgende akoestische signalen kunnen worden uitgeschakeld: • Waarschuwingsmeldingen. • Informatiemeldingen. Stel de aanjagersnelheid op de tweede stand in.
Lendensteun afstellen De hoofdsteunen afstellen WAARSCHUWING START/STOP KNOP Trek de hoofdsteun omhoog wanneer de achterbank door een passagier of voor een kinderzitje wordt gebruikt. Start-Stop knop gebruiken WAARSCHUWINGEN Raadpleeg uw eigen Handleiding voor alle waarschuwingen onder "Let op". Stel de hoofdsteun zodanig af dat de bovenzijde ervan op dezelfde hoogte ligt als de bovenzijde van uw hoofd.
Het systeem zet de motor wellicht niet af onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld: • Lage acculaadtoestand. • De buitentemperatuur is te laag of te hoog. • Het bestuurdersportier is geopend. • Lage bedrijfstemperatuur motor. • De voorruitverwarming of de achterruitverwarming is ingeschakeld. • Tijdens regeneratie van het dieselroetfilter. Het systeem kan onder bepaalde omstandigheden om een motorherstart verzoeken, bijvoorbeeld: • Lage acculaadtoestand.
Het systeem in- en uitschakelen Het systeem waarschuwt u voor obstakels binnen een bepaald bereik van de bumper. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld wanneer u het contact inschakelt. Het systeem wordt geactiveerd wanneer u op de parkeerhulpknop drukt of de keuzehendel van de transmissie in stand R (achteruit) zet en uw rijsnelheid lager is dan 16 km/u). N.B.: Het systeem kan alleen worden uit- en ingeschakeld wanneer de auto over een handgeschakelde versnellingsbak beschikt. N.B.
Het systeem heeft drie intensiteitsniveaus die u m.b.v. de informatiedisplay kunt instellen. SNELHEIDSBEGRENZER Rijsnelheidsbegrenzer - vast U kunt instellen hoe snel het systeem u voor een gevaarlijke situatie waarschuwt. Het systeem heeft twee gevoeligheidsniveaus die u m.b.v. het informatiedisplay kunt instellen. Auto's met start/stop-systeem N.B.: Indien uw auto een vaste snelheidslimiet heeft lager dan 110 km/u, dan neemt deze de schakelbare snelheidsbegrenzer behorende bij start/stop over.
Elektrische systemen Achterruit reinigen Schakel alle niet gebruikte elektrische systemen, bijvoorbeeld van een airco, uit. Koppel eventuele niet gebruikte accessoires los uit de 12 V-aansluitingen. WAARSCHUWING Gebruik geen scherpe voorwerpen, schurende reinigingsmiddelen of chemische oplossingen op de binnenzijde van de achterruit te reinigen. REINIGEN VAN BUITENZIJDE AUTO Gebruik een schone, niet pluizende doek of een vochtige zeem om de binnenzijde van de achterruit te reinigen.
LICHTMETALEN VELGEN REINIGEN Volume verkeersberichten Lichtmetalen velgen en wieldeksels zijn voorzien van een blanke laklaag. Om de goede staat van de velgen en wieldeksels te behouden wordt het volgende aangeraden: • Reinig ze wekelijks met de aanbevolen velgen- en bandenreiniger. • Een spons gebruiken om zware afzettingen (vuil en remmenstof) te verwijderen. • Spoel ze na het reinigen met behulp van een hogedrukreiniger grondig af met water.
Bellen SYNC™ GEBRUIKEN MET TELEFOON Druk op de spraaktoets en vraag het systeem om een naam of een nummer te bellen als hierom wordt gevraagd. Wanneer het systeem het nummer bevestigt, zeg dan nogmaals "Kiezen" om te bellen. N.B.: Voor een oproep met het systeem heeft uw mobiele telefoon ontvangst nodig. Mobiele telefoon voor het eerst koppelen Vraag om het laatst gesproken cijfer te wissen het systeem om te wissen of druk op de linker pijltoets op de audio-unit.
Verbinden met behulp van het systeemmenu 1. Sluit het apparaat op de USB-poort van de auto aan. 2. Druk op de toets AUX tot Initialiseren linksboven in de display verschijnt.