Operation Manual

FSTK 10 A1
NL
BE
 19
Gebruik
Aansluiting uitvoeren
Voor de aansluiting van de toe-
voerslang op een waterlei-
ding raadpleegt u afbeelding B
(zie uitvouwpagina).
Slang op- en afrollen
Houd met de ene hand de hand-
greep vast. Rol met de andere
hand de irrigatieslang af.
Met de handzwengel kunt u
de irrigatieslang oprollen.
Let hierbij op mogelijke knikken
of knopen in de irrigatieslang .
Deze moeten zijn verholpen en
losgemaakt voordat u de slang
oprolt.
Tuinsproeier gebruiken
De sproeikop heeft 3 verschil-
lende waterstraalinstellingen.
De doorstroomhoeveelheid kan
traploos worden ingesteld van ge-
sloten
tot geopend.
Steek de tuinsproeier in de slan-
gaansluiting met aquastop.
Beweeg de kantelhendel naar
voren om de waterstroom te star-
ten en traploos te regelen.
De kantelhendel
kan worden
gebruikt om de waterstroom te
onderbreken, door hem volledig
te sluiten.
Gebruik deze functie alleen om
de waterstroom tijdelijk te on-
derbreken. Laat de slang in dat
geval nooit zonder toezicht.
Door aan de voorste sproeikop
te draaien, kunt u de water-
stroom wijzigen.
OPMERKING
Wanneer u de tuinsproeier los-
koppelt terwijl de waterkraan
open staat, onderbreekt de
slangaansluiting met aqua-
stop de waterstroom.
Gebruik deze mogelijkheid
voor onderbreking van de
waterstroom alleen wanneer u
een ander element op de slang
wilt aansluiten, bijv. een gazon-
sproeier.
Draai de waterkraan dicht
wanneer u een element aan-
sluit waarbij u de slangaanslui-
ting met aquastop moet
verwijderen.