Operation Manual
15
BENL
Maaihoogte instellen
De maaihoogte kan traploos van 14 tot
43 mm ingesteld worden:
1. Draai de vergrendelmoeren (12)
aan beide zden van het appa-
raat los.
2. Zet één voet op de looprollen (9)
en stel de gewenste maaihoogte
met beide handen aan de verstel-
bare handvaten in (14).
Let erop dat het apparaat aan
beide zden op dezelfde hoogte
ingesteld is.
3. Schroef de vergrendelschroeven
(12) weer vast.
De maaihoogte mag slechts zo diep
ingesteld worden, dat de messenwals
ook b oneffenheden de grond niet
raakt.
Werkwze
Controleer het apparaat telkens vóór
gebruik op klaarblkelke tekortko-
mingen, zoals losse, versleten of be-
schadigde onderdelen. Kk de vaste
zitting van alle moeren, bouten en
schroeven na.
Door regelmatig te maaien, wordt de
grasplant tot een versterkte vorming van
bladeren aangemoedigd, maar wordt on-
kruid tegelkertd afsterven. Daarom wordt
het gazon telkens na het maaien dichter
en ontstaat er een gelkmatig belastbaar
gazon.
• Leid het apparaat op staptempo in zo
recht mogelke vlakken. Om volledig
te maaien, dienen de vlakken elkaar
altd enkele centimeters te overlappen.
• Werk altd haaks om de helling.
• Kies voor de eerste stap tdens het sei-
zoen een hoge maaihoogte en laat de
hoogte b de daaropvolgende stappen
tot ongeveer 20 mm dalen.
Reiniging en onderhoud
Laatwerkzaamheden,dieniet
indezehandleidingbeschre-
venzn,dooreendoorons
gemachtigde klantenservice-
afdeling doorvoeren. Gebruik
uitsluitend originele onderde-
len.Zovermdtuschadeaan
het apparaat en eventueel
daaruit voortvloeiende licha-
melkeletsels.
Draag b de omgang met het mes
handschoenen. Er bestaat gevaar
voor verwondingen door sndwon-
den.
• Controleer afdekkingen en bescher-
mingsinrichtingen op beschadigingen en
een correcte zitting. Wissel deze eventu-
eel uit.
Reiniging
Spuit het apparaat niet met water
af en reinig het niet onder stromend
water.
• Houd het apparaat steeds netjes. Ge-
bruik voor de reiniging een borstel of
een doekje, maar geen reinigings- c.q.
oplosmiddelen.
• Verwder na het maaien vastklevende
resten van planten van de wielen en
van het bereik van de messen.