Operation Manual
27
2.
Klem het andere uiteinde van de laadkabel vast in de poort aan de achterkant van de
tracker. De pinnen van de laadkabel moeten stevig in de poort vastzitten.
3.
Zorg ervoor dat de knop op je tracker op dezelfde lijn zit als de knopopening op de
laadkabel. Je weet dat de verbinding geslaagd is wanneer de tracker trilt en je een
batterijpictogram op het display van je tracker ziet. Je Charge 2 begint op te laden.
4.
Houd de knop op je tracker vier seconden lang ingedrukt. Wanneer je het Fitbit-logo
ziet en de tracker trilt, betekent dit dat de tracker opnieuw is opgestart.
Nadat je tracker opnieuw is opgestart, kun je deze loskoppelen van de laadkabel en weer
aandoen. Zie help.fitbit.com voor meer informatie over het oplossen van problemen of om
contact op te nemen met de klantenservice.










