Operation Manual

167) Het is extreem gevaarlijk een wiel te
proberen te vervangen aan de zijkant van
het voertuig vlak naast een rijbaan: zorg
ervoor dat het voertuig op een voldoende
afstand van de weg staat, om te vermijden
overreden te worden.
168) Gebruik de alarmknipperlichten, de
gevarendriehoek enz., om te laten zien dat
uw voertuig stilstaat. Alle inzittenden
moeten het voertuig auto verlaten, vooral
als het zwaar beladen is, en uit de buurt
van gevaarlijk verkeer wachten tot het wiel
is verwisseld.
169) De reserveband heeft niet dezelfde
maat als de overige vier. Breng nooit meer
dan één reserveband aan op hetzelfde
voertuig. De standaard band is breder dan
de reserveband, dus het voertuig ligt lager.
Vervang de reserveband zo spoedig
mogelijk door een band die identiek is aan
het origineel. Uw snelheid mag tijdens
gebruik van de reserveband, wat slechts
tijdelijk is, niet hoger zijn dan de snelheid
aangegeven op het etiket van het wiel. Als
u sneeuwkettingen moet gebruiken,
monteer dan het reservewiel op de
achteras en controleer de spanning.
Gebruik van deze band kan het normale
rijgedrag van het voertuig veranderen.
Vermijd plotseling versnellen of remmen en
verlaag uw snelheid in bochten.
170) Laat nooit gereedschap in uw
voertuig slingeren: als u plotseling remt,
zouden deze over de bodemplaat kunnen
bewegen en een gevaar voor de
inzittenden kunnen vormen. Zet het
gereedschap na gebruik vast in de
gereedschapstas en plaats deze correct in
zijn positie: gevaar voor letsel. De krik mag
alleen worden gebruikt voor het vervangen
van een wiel. Hij mag nooit worden
gebruikt om het voertuig op te hogen om
een reparatie eronder uit te voeren.
171) Er mogen geen voorwerpen op de
vloer aan de bestuurderszijde liggen: als er
hard moet worden geremd kunnen ze
onder de pedalen terechtkomen en het
gebruik daarvan verhinderen.
BANDENOPBLAASKIT
172)
32) 33) 34) 35) 36) 37) 38)
Zet de stoel zover mogelijk naar
achteren en klap de rugleuning neer om
de kit uit te nemen.
257
T32788
258
T36718
165