Operation Manual

89
MET REGEN RIJDEN
Regen en natte wegen leveren gevaar
op.
Op natte wegen zijn alle manoeuvres
moeilijker, omdat de grip van de ban-
den op het wegdek aanzienlijk minder
is. Het gevolg is dat de remweg aan-
merkelijk langer is en dat de grip op het
wegdek minder is.
Enkele tips voor het rijden met regen:
– Beperk de snelheid en bewaar een
grotere afstand van de auto’s die voor
u rijden.
– Als het erg hard regent, wordt ook
het zicht beperkt. Ontsteek in dat
geval, ook overdag, het dimlicht, om de
zichtbaarheid voor anderen te vergro-
ten.
– Rijd niet met hoge snelheid door
plassen en houd het stuur stevig vast:
als u met hoge snelheid door een plas
rijdt, kunt u de controle over de auto
verliezen (“aquaplaning”).
- Zet de bedieningsorganen van het
verwarmings- en ventilatiesysteem op
ontwasemen (zie het hoofdstuk
“Wegwijs in uw auto”), zodat u een
goed zicht houdt.
– Controleer regelmatig de condi-
tie van de ruitenwisserbladen.
IN DE MIST RIJDEN
– Vermijd, indien mogelijk, het rij-
den in dichte mist.
Tips bij nevel, mist of kans op mist-
banken:
– Beperk uw snelheid.
– Ontsteek, ook overdag, het dim-
licht of de eventuele mistlampen
voor. Gebruik niet het grootlicht.
- Zet de bedieningsorganen van het
verwarmings- en ventilatiesysteem
op ontwasemen (zie het hoofdstuk
“Wegwijs in uw auto”), zodat u een
goed zicht houdt.
– Denk eraan dat mist de wegen
ook nat maakt, waardoor manoeu-
vres moeilijker uit te voeren zijn en
de remweg langer is.
– Houd ruim afstand van de auto’s
voor u.
– Voorkom zoveel mogelijk abrupte
snelheidswisselingen.
– Vermijd zoveel mogelijk het inhalen
van andere voertuigen.
– Als u plotseling moet stoppen (bij
een defect, door sterke vermindering
van het zicht enz.), tracht dan toch bui-
ten de rijstrook te stoppen. Zet ver-
volgens de waarschuwingsknipperlich-
ten aan en, zo mogelijk, de dimlichten.
Druk in een rustig ritme op de claxon
als u een andere auto denkt te zien.
IN DE BERGEN RIJDEN
– Rem zoveel mogelijk op de motor
af en rijd in een lage versnelling berg-
afwaarts. Daarmee voorkomt u dat de
remmen oververhit raken.
– Rijd nooit naar beneden met afge-
zette motor of met de versnellings-
pook in de vrijstand, en absoluut nooit
met uitgenomen contactsleutel.
– Rijd met een matige snelheid en
vermijd het “afsnijden” van bochten.