Operation Manual
75
Europa en in de meeste landen daar-
buiten.
Bij lichte frontale aanrijdingen
(waarbij de werking van de veilig-
heidsgordel voldoende is), wordt de
airbag niet geactiveerd.
Bij botsingen tegen snel vervormba-
re of beweegbare objecten (zoals
verkeerspalen, sneeuw- of ijsopho-
pingen, geparkeerde auto’s enz), bij
aanrijdingen van achteren (zoals een
aanrijding door een andere auto) en
bij zijdelingse aanrijdingen met ande-
re auto’s of veiligheidsbarrières (bij-
voorbeeld tegen de onderkant van
de auto of de vangrail), wordt de air-
bag niet geactiveerd omdat geen
enkele aanvullende bescherming
wordt geboden ten opzichte van de
veiligheidsgordels.
Als de airbag in deze gevallen niet
geactiveerd wordt, betekent dit niet
dat het systeem niet goed functio-
neert.
AIRBAG AAN PASSAGIERS-
ZIJDE
De airbag aan passagierszijde is ont-
wikkeld om de bescherming te ver-
beteren van een inzittende voor met
omgelegde veiligheidsgordel.
Als de airbag volledig opgeblazen is,
vult deze het grootste deel van de
ruimte tussen het dashboard en de
passagier.
ZEER GEVAAR-
LIJK:
als de auto is
uitgerust met een
airbag aan passagierszijde, dan
mag er geen kinderzitje op de
passagiersstoel worden gemon-
teerd.










