Operation Manual

58
WEGWIJS IN UW AUTO
De sleutelschakelaar heeft twee
standen:
1) Airbag voor aan passagierszijde
ingeschakeld: (stand ON
P
) het waar-
schuwingslampje op het instrumen-
tenpaneel brandt niet: het is absoluut
verboden kinderen op de voorstoel
te vervoeren.
2) Airbag voor aan passagierszijde
uitgeschakeld: (stand OFF F) het
waarschuwingslampje op het instru-
mentenpaneel brandt: het is mogelijk
om kinderen in goedgekeurde kinder-
zitjes op de voorstoel te vervoeren.
Het waarschuwingslampje F op
het instrumentenpaneel blijft continu
branden totdat de airbag aan passa-
gierszijde opnieuw wordt ingeschakeld.
ALGEMENE OPMERKINGEN
De airbags voor (bestuurder
en passagier indien aanwezig)
kunnen worden geactiveerd bij
zware botsingen of als de auto
aan de onderzijde wordt geraakt,
bijvoorbeeld bij zware botsingen
tegen drempels of stoepranden
of obstakels op het wegdek of als
de auto terecht komt in grote
gaten of verzakkingen in het
wegdek.
Als de airbag in werking treedt,
ontsnapt er een kleine hoeveel-
heid poederachtige stof en een
beetje rook. Deze poederachtige
stof en rook zijn niet schadelijk en
duidt niet op brand.
Als het lampje tijdens het rijden
gaat branden (melding van een
storing), moet u onmiddellijk en
uitsluitend contact opnemen met
de Fiat-dealer om de storing te
laten verhelpen.
Het airbagsysteem heeft een
geldigheid van 10 jaar. Neem
contact op met de Fiat-dealer als
deze termijn verstreken is.
Na een ongeval waarbij de air-
bag in werking is getreden, dient
u contact op te nemen met
de Fiat-dealer om de airbag, de
elektronische regeleenheid, de
veiligheidsgordels en de gordel-
spanners te laten vervangen
en de werking van de elektrische
installatie te laten controleren.
Alle controlewerkzaamheden,
reparaties en vervanging van
de airbag moeten door de Fiat-
dealer worden uitgevoerd.
Aan het einde van de lange
levensduur van uw auto, moet u
contact opnemen met de Fiat-
dealer om het systeem buiten
werking te laten stellen.
Bij verkoop van de auto moet
de nieuwe eigenaar op de hoogte
gesteld worden van het gebruik
en de instructies, en moet hij het
instructieboekje ontvangen.
Het in werking treden van de
gordelspanners en de airbags
voor wordt door de elektronische
regeleenheid bepaald, afhankelijk
van het type ongeval. Als een van
deze onderdelen niet in werking