Operation Manual

9
WEGWIJS IN UW AUTO
BATTERIJEN VERVANGEN
fig. 6
Als u op het knopje van de afstands-
bediening drukt en de portieren
worden niet vergrendeld en de
richtingaanwijzers gaan niet knipperen,
dan moet u de batterijen vervangen
door batterijen van hetzelfde type:
1) open het plastic dekseltje door de
punt van een schroevendraaier in de
inkeping van het oog te steken, zoals is
aangegeven in de figuur;
2) plaats de nieuwe batterij B
volgens de aangegeven polariteit;
3) sluit het plastic dekseltje.
Lege batterijen zijn
schadelijk voor het
milieu. Ze moeten bij een
daarvoor bestemd depot worden
ingeleverd. Ze kunnen ook inge-
leverd worden bij een Fiat-dealer.
Die zorgt vervolgens voor de
afvoer.
WANNEER GAAT HET
ALARM AF
Als het systeem is ingeschakeld, gaat
het alarm in de volgende gevallen af:
1) Als één van de portieren, de
motorkap of de achterklep wordt
geopend.
2) Als de accu of de voedingskabels
van het diefstalalarm worden los-
gemaakt.
3) Als er iets in het interieur komt
(volumetrische beveiliging).
4) Als de contactsleutel in stand
MAR wordt gedraaid.
Als het alarm in werking treedt,
wordt de akoestische sirene ongeveer
26 seconden geactiveerd (maximaal 3
maal en onderbroken door pauzes van
5 seconden, als de oorzaak van het
alarm blijft bestaan) en knipperen de
richtingaanwijzers ongeveer 5 minuten
(alleen bepaalde landen).
Na een alarmsignalering schakelt het
diefstalalarm over naar zijn normale
bewakingsfunctie.
Druk op de knop van de afstandsbe-
diening om het alarm te onderbreken;
als dit niet lukt, kunt u het alarm
uitschakelen door de sleutelschakelaar
fig. 7 in stand “OFF” te draaien (zie
de volgende paragraaf
SYSTEEM BUITEN
WERKING STELLEN
).
fig. 6
P4Q00031
fig. 7
P4Q01054